When I arrived they were watching TV.

In bovenstaand voorbeeld komen de past simple (arrived) en de past continuous (were watching) samen in één zin voor. Dit gebeurt als in het verleden iets plaats vindt (arrive) terwijl iets anders aan de gang is (watching TV). Voor het eerste deel wordt dan de past simple gebruikt en voor het tweede deel de past continuous.

Op een tijdlijn kan dat als volgt worden weer gegeven:

Ook wordt wel eens gezegd: voor de gebeurtenis die het kortst duurde, gebruik je de past simple (2), voor de gebeurtenis die het langst duurde, de past continuous (1).

Een aantal voorbeelden

He was talking to Sheila when I saw him.
was talking (1)
saw (2)
She was having a bath when I rang
was having (1)
rang (2)
We were lying on the beach when it started to rain
were lying (1)
started (2)
You were working in a restaurant when I first met you.
were working (1)
met (2)