Soms kun je praten over de toekomst alsof het al plaatsgevonden heeft. Als voorbeeld kunnen we daar nog een keer het plaatje over Ann bij nemen:

By the time you arrive I will have left.

Ann heeft nog een afspraak. Op een eerder moment hebben ze daar over gesproken en was duidelijk dat Ann er niet meer zou zijn: “Als jij thuis komt, ben ik al weg”. Je plaats als het ware jezelf in de toekomst en kijkt terug op een gebeurtenis die (net) heeft plaats gevonden.

In een zin met de future perfect komt vaak de constructie ‘by’ + een moment in de toekomst: by the time … / by this time next week / by this time next year, enzovoort.

Hoe maak je de future perfect

will have + voltooid deelwoord

(will/shall + voltooid deelwoord bij I en We)

–> By the time you arrive I will have left.

–> By this time next year I will have passed my driving test.

–> By the end of next month I will have been here for ten years.