Look at those clouds! It’s going to rain.

I’m going to see a play this evening. I already have the tickets.

Als je iets wilt voorspellen (It’s going to rain) of als je een plan hebt voor de toekomst (I’m going to see a play), dan gebruik je be going to.

In het Nederlands wordt vaak ga/gaat/gaan gebruikt: Het gaat regenen.

Zo maak je be going to:

am/is/are + going to

 

–> It’s going to rain.

In het kort

am/is/are going to wordt gebruikt:

als je een voorspelling wilt doen
als je van plan bent iets te gaan doen