The Alibi

Gisteravond is er in een flatgebouw een moord gepleegd. Detective Holmes onderzoekt de zaak en gaat langs bij de buren. Hij stelt aan elke bewoner dezelfde vraag.

“What were you doing yesterday evening between 8 and 9 o’clock?”
Mr. Jones at no. 25: Mr. Johnson at no. 27: Miss Jackson at no. 29:

“I was reading the newspaper.”

“I was playing my guitar.”

“I was having a bath.”

Mr. Brown at no 31: Mr. and Mrs. Baker at no. 35: Mr. and Mrs. Clinton at no. 37:

“I was doing the dishes.”

“We were watching a movie at the cinema.”

“We were having dinner at a restaurant.”

Mr. Clarkson at no. 39: Mrs. Hamilton at no. 41: Mr. Major at no. 43:

“I was working on my computer.”

“I was sleeping.”

“I was painting.”

Holmes vraagt naar iets dat mensen in het verleden een tijdje aan het doen waren. In dat geval wordt de past continuous gebruikt.

Zo maak je de past continuous

was/were + werkwoord+ing
Bevestigend:
–> I was reading the newspaper.
–> We were having dinner at a restaurant.
Ontkennend:
–> I wasn’t reading the newspaper.
–> We weren’t having dinner at a restaurant.
Vragend:
–> Was I reading the newspaper?
–> Weren’t we having dinner at a restaurant.

In de Nederlandse vertaling komt bij een continuous vaak de woorden ‘aan het’ voor: ik was de krant aan het lezen.

Wanneer gebruik je de past continuous?

Wanneer je over iets wilt vertellen dat in het verleden een tijdje voortduurde

Op een tijdlijn kun je dat als volgt zien:

Vaak is er iets gebeurd tijdens de actie in het verleden waar de simple past voor gebruikt wordt. Dat ziet er zo uit:

Tijdens het lezen van de krant is er een moord gepleegd: I was reading the newspaper when the murder happened.