Een aanbevolen manier van werken met deze lijst met tips is als volgt:

  1. Lees de lijst helemaal door.
  2. Streep een paar (b.v. 5) mogelijkheden aan waarvan je denkt dat het in jouw geval zal of tenminste kan helpen.
  3. Bedenk een strategie om die activiteiten ook werkelijk in de praktijk te brengen. Wellicht moet je ze één voor één inoefenen en toepassen. Of elke dag na afloop standaard nagaan in hoeverre je de nieuwe gedragingen hebt gebruikt. Of ergens in huis een papier ophangen met herinnerende teksten of symbolen. Of alles wat je zelf wellicht nog beter kunt bedenken.

Hier is de lijst met tips.

  • Werk op je eigen kamer. Heb je die niet zoek dan een zo rustig mogelijke plek op.
  • Kun je nergens een rustige plek vinden: overleg met je mentor of je op school mag werken.
  • Kun je geen rustig plekje vinden, dan kun je bv een walkman opzetten of oordopjes indoen om te zorgen dat je niet wordt afgeleid. Let wel op dat de muziek je niet nog meer afleidt.
  • Werk slechts een bepaalde periode geconcentreerd door (bv 1 uur). Pauzeer dan bv 10 minuten, maak die pauze niet langer dan je met jezelf afsprak. Na twee keer een uur en een korte pauze neem je iets langer rust. BV 20 minuten. Na drie keer een uur neem je een echte serieuze pauze.
  • Ontspan je tussendoor echt: Zonnen, kletspraatje, rondje rennen, lekker muziekje, enz. .Tijdens zó’n pauze verwerken je hersens het geleerde op een onbewuste manier, waardoor je erna weer verder kunt met nieuwe stof.
  • Even sportief bewegen in je pauze helpt vaak heel goed tegen (beginnende) spanning. Tenslotte is een belangrijke oorzaak van faalangst juist het gebrek aan de mogelijkheid tot vechten of vluchten, terwijl je daar net voor klaar bent. Lekker afreageren dus.
  • Maak enige weken voor het proefwerk / de proefwerkweek /de tentamenweek / het examen een planning hoe de leerstof te verdelen over de weken. Zorg dat elk vak aan de beurt komt. Verdeel dus alle beschikbare tijd.
  • Houd je aan je planning. Ook als je een vak in de beschikbare tijd niet geheel denkt te beheersen: Ga door met het volgende geplande onderdeel. Mocht je aan het eind door meevallers tijd over hebben dan kun je terug naar dat wat je nog niet zo goed dacht te kennen. Zo voorkom je, dat het laatst geplande vak helemaal in de verdrukking komt.
  • Verdeel je werk per uur / dag / week / maand / jaar in hapklare brokken. Doe dan het punt hieronder.
  • Beloof én geef jezelf een beloning als je je aan een afspraak met jezelf gehouden hebt. Denk aan simpele dingen. Als je met jezelf afsprak dat je minstens een uur geconcentreerd door zou werken en het lukte, beloof jezelf dan een kwartier rust of een ijsje of een telefoontje met je vriend(in) o.i.d.
  • Als je met jezelf een studieschema afspreekt, houdt je daar dan ook aan.
  • Gebruik eventueel een kookwekker om je te helpen om je aan de met jezelf afgesproken studietijden te houden.
  • Maak goede afspraken met jezelf over de te besteden tijd en planning.
    Als je jezelf niet vertrouwt, zorg dat een ander van jouw afspraken met jezelf weet: Ouders / verzorgers / broers of zussen / je mentor op school / een leraar of lerares die je vertrouwt e.d.. Je kunt die mensen zelfs vragen om jou te ‘controleren’, maar dan begeef je je wel op een hellend vlak. Pas daar dus mee op. Maar als ‘t je helpt . . .
  • Voel je je op een proefwerk of op het examen gespannen? Concentreer je even op je rug, je billen en de stoel. Voel je de stoel. Zak er maar lekker in. Voel ook met je voeten waar de grond zit. Denk aan de aarde die jou op dat moment draagt. Ga dan dat examen maar maken.
  • Ben je erg gespannen voor een mondeling. Het helpt vaak als je dat even zegt. Van te voren kun je het zeggen tegen diegene die toevallig bij de hand is. Binnen, tegenover de examinator kun je het tegen haar/hem zeggen. Bv: ‘Oei wat heb ik ‘t warm’ of ‘Mijn hart bonkt in mijn keel’ of iets anders wat jou goed lijkt op dat moment. Vaak reageren de mensen dan met het zeggen van positieve geruststellende dingen die jij weer tot helpende gedachten kunt maken in jezelf.
  • Zorg voor voldoende nachtrust.
  • Studeer in een niet te warme kamer.
  • Ruim tevoren je bureau goed op. Alle andere dingen leiden je aandacht af van de studie.
  • Zorg dat je alle voor de studie benodigde spullen bij de hand hebt.
  • Leg alleen op je bureau wat je nodig hebt.
  • Gebruik de geleerde technieken: Lees regelmatig de ‘groene kaartjes’ met positieve helpende gedachten.
  • Gebruik de geleerde technieken: Span en ontspan je vuist tijdens het leren of de toets als hulp voor en als herinnering aan de totale lichamelijke ontspanningsoefening. Ontspan je daarna bewust helemaal. Zeg een positieve zin in jezelf. Ga dan pas aan het werk. Je kunt als je thuis bent natuurlijk ook de complete ontspanningsoefening doen.
  • Gebruik de geleerde technieken: Zet je ‘Ankertje’ in het zicht tijdens de studie en/of de toets.
  • Gebruik de geleerde technieken: Daag de onrustverwekkende gedachten bewust uit en zet er positieve helpende gedachten voor in de plaats.
  • Gebruik de geleerde technieken: Dissociëer: Stap uit je inwendige angstfilm. Kijk ernaar. Maak de afstand steeds groter. Maak het beeld klein en nog kleiner. Laat kleuren verdwijnen. Zet het geluid zacht of uit.
  • Gebruik de geleerde technieken:
    Ga in gedachten naar een plaats waar jij je gewoonlijk goed en prettig­ontspannen voelt.
    Kijk in gedachten om je heen.
    Luister naar de geluiden die daar zijn.
    Voel en ruik de omgeving.
    Voel je innerlijk tot rust komen.
    Zeg een positieve helpende gedachte tegen jezelf.
    Keer in jouw tempo terug naar de werkelijkheid van toets of huiswerk waarbij je de rust in jezelf vasthoudt.
  • Voor je start met studeren:
    Bepaal hoe jij graag wílt studeren, zoals bijv.:
    Rustig, ontspannen, geconcentreerd, vol aandacht of op nog op een andere, door jou te bepalen manier.
    Stel je voor dat je dat nú al beleeft. Kijk in gedachten om je heen, Hoor de geluiden die er dan zijn, Doe wat je dan doet, Voel hoe het voelt.
    Als het genoeg is geweest stop je met de verbeelding en ga je in het echt aan het werk.
  • Voor je start met een proefwerk, tentamen of examen:
    Bepaal hoe jij die toets graag wílt maken, zoals bijv.:
    Rustig, ontspannen, geconcentreerd, vol aandacht. Of op een andere door jou te bepalen manier.
    Stel je voor dat je dat nú al beleeft. Kijk in gedachten om je heen, Hoor de geluiden die er dan zijn, Doe wat je dan doet, Voel hoe het voelt.
    Als het genoeg is geweest stop je met de verbeelding en ga je in het echt aan het werk.
  • Als je bij een toets een vraag niet weet: Geen man/vrouw overboord!: Sla hem over. Grote kans dat je van de rest wel veel weet!
  • Stel jezelf realistische doelen. Natuurlijk wil je graag zo hoog mogelijk scoren ÉN een zes is ook voldoende en als je voor alle andere vakken redelijke cijfers hebt, dan kun je zelfs met een vijf of een vier nog wel slagen of naar een volgende leerjaar.
  • Vijf keer op verschillende dagen één uur werken is net zo lang als op één dag vijf uur achter elkaar werken. Het is vele malen aangetoond dat je bij studeren volgens de eerste manier (5x op verschillende dagen) de leerstof tot 1½ keer zo goed beheerst. Ofwel: Om het net zo goed te kennen hoef je bij een goede verdeling van je studietijd in totaal één derde minder tijd aan je studie te besteden. Een verstandig mens …
  • Uitstellen is dé vijand van het goede leren.
    1. Uitstellen maakt dat je de hierbovenstaande tip niet meer kunt toepassen.
    2. Uitstellen maakt dat je tijdschema’s in de war raken, waardoor je uiteindelijk te weinig tijd hebt en daardoor slechtere cijfers gaat halen.
    3. Uitstellen roept vanwege dat tijdgebrek van hierboven vaak grote spanning op als je uiteindelijk toch gaat leren.
  • Verdeel je werk in kleine porties. Na elk onderdeel kun je opnieuw tevreden zijn dat er weer wat af is. Zó wordt studeren een stuk prettiger.
  • Werk actief: Maak je eigen schema’s en samenvattingen.
  • Denk ook aan het zogenaamde “Mind Mappen”: een methode om grote hoeveelheden stof in relatief kleine overzichten weer te geven. Zo’n overzicht bevat vaak vormen en soms zelfs tekeningen: Dat onthoudt voor bijna iedereen vééél makkelijker.
  • Ook in gewone schema’s werken tekeningen, figuren en pijlen meestal vééél beter dan kale saaie tekst. Verzin je eigen symbolen en wordt rijk.
  • Hardop werken is voor bepaalde typen mensen dé manier. Probeer het uit. Misschien ben jij nu net zo’n ‘auditief’ type.
  • Weer anderen moeten juist iets dóén wil de leerstof binnen komen én binnen blijven: Schrijven, tekenen, schematiseren, practicum, uitproberen.
  • Voor deze mensen (de doeners) is het systeem van kaartjes maken voor het woordjes leren extra geschikt, voor alle anderen werkt het ook prima:
    Aan de ene kant het woord in de vreemde taal + een symbool of tekening, aan de andere kant het woord in het nederlands. Kaartje pas op zij leggen als je beide kanten uit je hoofd kent.
  • Nog beter: Én lezen én plaatjes kijken én plaatjes zelf tekenen én hardop lezen én hardop antwoorden én teksten zelf schrijven én schema’s zelf maken én practica zelf doen én ezelsbruggetjes zelf bedenken én geuren en smaken erbij onthouden. (Kost veel tijd? Inderdaad, en wat is je uiteindelijke doel ook alweer?)
  • Begrijpen is méér dan uit je hoofd leren:
    Bedenk zelf nieuwe voorbeelden. Maak zelf vragen zoals ook je docent(e) die zou bedenken. Zoek verbanden tussen paragrafen en hoofdstukken. Zoek toepassingen voor het geleerde. En nogmaals: maak je eigen schema’s.
  • Na een goede maaltijd wil leren nog wel eens een stuk moeilijker zijn. Herken je dit? Zorg dan dat je voor het eten klaar bent.
  • Voortdurend inwendig zitten mopperen kost eindeloos veel energie en levert niks op. Zet andere gedachten in de plaats van het “Ik heb geen zin” e.d. Bv: “Hoe beter ik me concentreer hoe sneller ik klaar ben” of “Als het af is mag ik een stuk chocola” of “Het moet toch, maar even doorzetten dus” of “Als het af is voel ik me tevreden en veel plezieriger, gauw doorwerken dus maar” o.i.d.. Schrijf de helpende gedachte(s) eventueel op een groot papier en hang dat voor je neus.
  • Vraag je tevoren af: “Wat voor soort vragen kan ik verwachten?” Maak zelf een aantal van dat soort vragen over deze stof.
  • Oefen zo mogelijk met oude examens of proefwerken.
  • Bekijk een toets eerst helemaal.
    Doe dan eerst de vragen die je makkelijk aankunt.
    Doe dan pas de moeilijker maar mogelijke vragen, en laat de vragen die je op het eerste gezicht helemaal niet snapt rustig links liggen. Zó, die punten heb je vast binnen. Wat een rust geeft dat alvast!
    Ga pas dan zitten ploeteren op die laatste paar ‘onmogelijke’ vragen.
  • Leer niet pal voor het tentamen / examen.
  • Vermijd opgewonden groepjes die vóór of zelfs ín de toets-ruimte nog van alles aan elkaar aan het vragen en vertellen zijn. Dit helpt je aan veel spanning en levert je bijna nooit iets op. “Vertrouw maar op je eige”.
  • Leer niet tot aan het moment van slapen gaan. Las rust in (ontspanningsoefening bv) of juist beweging of iets anders wat jij leuk vindt, maar geen leerwerk meer.
  • Laat je voor de zekerheid ook door een ander wekken, dan lig je dáár in elk geval niet meer van wakker.
  • Heb je tijdens proefwerk of examen toch nog last van ongewenste afleidende gedachten? Stop die dan om de beurt in gedachten in een doosje en zet dat doosje naast je of buiten om de hoek of thuis naast je bureau ofzo. Dat kan nu rustig wachten tot je klaar bent. Dan open je die doos weer. Of niet natuurlijk als je daar geen zin in hebt. Dat is aan jou.
  • Je hebt je zo goed mogelijk voorbereid en je zult het daar nu mee moeten doen.
    En zo niet, dan nog zul je het er nu mee moeten doen.
  • Is het echt waar dat je . . .?
  • Hoe erg is het echt als je . . . ?
  • Weet je zeker dat dat MOET?

Voor meer informatie of een persoonlijke vraag over huiswerk- en studieaanpak kun je ook terecht bij de Remedial Teacher van de Digischool.

dvdw_counseling.gif