Laatst waren Iris en ik eens de wijde wereld ingetrokken, ditmaal om workshops en lezingen te geven over TPRS in…. Oostenrijk. Er bestaat daar een levendig nascholingscircuit, mede doordat een x-aantal dagen nascholing per jaar verplicht is. TPRS is daar nog vrij onbekend, maar toch bestaat er al een levendige groep docenten die ermee bezig is. Het seminar waar we deze keer “optraden”, in een hotel-met-zalen (waar ook alle deelnemers logeerden), was voor een groot deel gericht op breinvriendelijk onderwijs, waar TPRS natuurlijk prima in past. Omdat in Oostenrijk het taalonderwijs nog veel sterker op grammatica gericht is dan hier, hebben we het heel veel gehad over “vragen stellen over zinnen”. We lieten de deelnemers vragen stellen: begripsvragen om te controleren of leerlingen de zin begrepen hebben, en uitbreidingsvragen om de zin langer – en dus interessanter – te maken. De aanwezige docenten waren in een opperbeste stemming omdat het seminar voor hun een jaarlijks uitje is, compleet met feestavonden en uitgebreide lunches en diners, dus uit deze stel-zoveel-mogelijk-vragen-opdrachtjes kwamen de wonderlijkste zinnen voort: “Mark wil zijn schilderijen aan de kerstman verkopen in een Turkse supermarkt vlakbij een badhuis.” “Paris Hilton woont in een kamertje naast de keuken van de abdij omdat ze wil trouwen met een monnik die romantisch kan tapdansen.” En meer van dit soort vondsten. Er is veel en hard gelachen. En dat is misschien wel wat ik het leukste vind van TPRS (en van workshops erover geven): er wordt zóveel gelachen, en zelfs als er niet wordt gelachen doen mensen zó goed mee, dat ik er steeds weer een enorme energie-boost van krijg.

Kirstin