Tot ziens bij het TPRS Platform!

Je leest nu het LAATSTE bericht op de TPRS Community op Digischool! We hebben inmiddels precies 300 leden!

We danken Digischool hartelijk voor de gastvrijheid en Erik Verhulp en Wouter Tinbergen voor hun ondersteuning.

We zetten onze activiteiten voort op de site van het TPRS Platform.

Daar kun je ook wekelijks het blog blijven volgen – en de overgezette oude blogbijdragen terugvinden - geschreven door collega’s uit het TPRS-veld.

Wil jij ook iets schrijven voor het blog, dan kun je je stukje sturen naar kirstin@tprsplatform.nl.

Ook kun je meepraten op het forum van het TPRS Platform of zelf een discussie starten.

We danken jullie voor jullie lidmaatschap en voor jullie bijdragen en we hopen dat jullie je allemaal in willen schrijven voor de nieuwsbrief van het TPRS Platform. Deze komt in de plaats van je lidmaatschap van de community TPRS Digischool. Schrijf je hier in ; je hoeft alleen je naam en je emailadres in te vullen en je ontvangt voortaan 10x per jaar de TPRS Platform nieuwsbrief.

Het TPRS Platform = van, voor en door TPRS gebruikers!

Niels Holgersson in TPRS-vorm

Over een aantal weken ga ik voor 2 maanden naar Rusland. Daar help ik bij een project van een ecologisch educatief centrum in St. Petersburg. In juli organiseert het centrum een reis naar London om deelnemers van de Britse cultuur te laten proeven en om te laten zien hoe organisaties in London ‘sustainable lifestyle’ toepassen. Om het project te ondersteunen, ga ik tijdens de twee maanden die aan die reis vooraf gaan een serie van 12 lessen Engels verzorgen (ondanks dat ik eigenlijk docent Duits ben). De groep mensen die ik wat Engels bij zal brengen, is een gevarieerd gezelschap van toeristen, studenten en zakenlieden.

Op het moment ben ik in London. Hier kijk ik welke plekken we met de groep kunnen bezoeken, zoals parken, musea, educatieve instanties, en toeristische attracties. Vandaag ben ik echter niet op verkenning gegaan, maar heb ik me in een bibliotheek in het Londons stadsdeel Chiswick ‘opgesloten’ en ik bereid alvast een aantal van mijn lessen voor.

De vraag vanuit het ecologische centrum is om het verhaal van Niels Holgersson terug te laten komen in de lessen. Dat verhaal gaat over een zakenman die alleen aan geld denkt en met zijn fabrieken het milieu vervuild. Hij wordt door een boze dwerg betoverd. Niels krimpt tot een klein jongetje. Een groep ganzen vindt hem en neemt hem mee. Vanuit de lucht ziet Niels wat hij aangericht heeft met zijn fabrieken en hij krijgt berouw over wat hij heeft gedaan.

Het is de bedoeling dat mijn groep aan het einde van de lessenreeks een klein toneelstuk kan opvoeren waarin het verhaal van Niels Holgersson nagespeeld wordt. Daarnaast werd vanuit het centrum gevraagd om de lessen interactief in te richten en ervoor te zorgen dat de groep vooral veel plezier heeft in het leren van de taal. En ik dacht: “Welke methode is daar geschikter voor dan de TPRS-methode?” TPRS is verhalend, op spreken gericht, goed voor rollenspellen, interactief en zorgt voor plezier.

En nu zit ik hier en bedenk ik hoe ik het verhaal van Niels Holgersson “TPRS-proof” kan maken. Dit is leuk om te doen, maar ook nog best een hele klus. De thematiek van het verhaal is niet eenvoudig, maar de zinnen moeten dit in beginsel wel zijn. Daarnaast moeten er in de lessen een aantal standaard thema’s verwerkt worden, zoals “jezelf voorstellen, werk, familie, reizen“ etc.

Misschien herken je dit: Je wilt een serie TPRS-lessen geven, maar je zit vast aan bepaalde eisen vanuit het boek of vanuit het curriculum. Het vergt veel tijd en werk en kan vervelend of onmogelijk lijken. Tegelijkertijd heeft het voordelen, het proces doet beroep op je creativiteit. Je gaat opnieuw kijken naar wat er precies belangrijk is voor je leerlingen en hoe je de afgesproken of voorschreven doelen ook op een andere manier kunt bereiken.

Het lukt me al aardig om te selecteren, en de standaard thema’s in het verhaal terug te laten komen. Ik ben er echter nog lang niet, maar ik heb gelukkig nog wat tijd. Ondertussen zie ik al uit naar de uiteindelijke voorstelling van mijn bonte gezelschap, al dan niet verkleed als gans of dwerg.

Heb je het ook meegemaakt dat je met een voorschreven boek of met vaste opdrachten, doelen of toetsen moest werken terwijl je ook TPRS wilde integreren in de lessen? Welke oplossingen heb je daarvoor bedacht?

 

Eva de Vlaming

TPRS conferenties – Wie gaat er mee, wie gaat er mee?!

Laatst sprak ik een TPRS collega en ze vertelde me dat ze niet naar de NTPRS conferentie in Amerika zou gaan, omdat ze dan alleen zou moeten gaan. Dat zette mij aan het denken; misschien zijn er best meer mensen die naar deze conferenties zouden willen gaan, maar die liever niet alleen willen gaan. Daarom doe ik nu een oproep : WIE GAAN ER MEE naar iFLT14 in Denver en/of NTPRS 14 in Chicago ?!

  • iFLT 2014 is van dinsdag 15 juli t/m vrijdag 18 juli in Denver, Colorado
  • NTPRS 2014 is van maandag 21 t/m vrijdag 25 juli in Chicago, Illinois

Dave_Burgess_IMG_1865iFLT 2014 - 15 juli t/m vrijdag 18 juli - Denver

Het bijzondere van iFLT is, dat het in een school wordt gehouden en dat je onder andere lessen observeert aan leerlingen die les krijgen in TPRS/CI. Er is ook ruim gelegenheid tot coaching. De conferentie wordt geopend door Dave Burgess, de auteur van 'Teach like a pirate'.

Stephen Krashen-still-going-strong is ook weer van de partij. In Denver bevinden zich veel TPRS docenten. Bekijk hier het iFLT14 programma.

  • er is een apart programma voor beginnende TPRS-docenten
  • er is een apart programma voor gevorderde TPRS-docenten
  • Ben Slavic zal demo – en coachingsessies verzorgen
  • men kan lessen observeren door TPRS-masterteachers aan leerlingen in de les, van alle niveaus: beginners t/m gevorderden, waarna er debriefing-sessies zijn over de lessen
  • men kan zoch uitgebreid laten coachen

Je kunt een universitaire aantekening krijgen ; daar zijn wel kosten aan verbonden.

De temperatuur in Denver kan in juli gemiddeld liggen tussen de 13 en de 31 graden Celsius.

ScreenShot028NTPRS 2014 - 21 t/m 25 juli - Chicago

Dit is alweer de veertiende NTPRS. Elk jaar is het programma top, en toch wordt het elk jaar nog beter en beter. Dit jaar zijn er speciale programma's voor:

  • beginnende TPRS docenten
  • half- en vergevorderde TPRS-docenten
  • basisschoolleerkrachten
  • docenten Chinees
  • docenten ESL
  • schoolleiders

Daarnaast is er veel ruimte voor coaching en er zijn workshops over bijvoorbeeld lezen, muziek, technologie en classroom management. Op zondag 20 juli zal er nog een coaching-for-coaches workshop zijn van een dag, voorafgaande aan de conferentie.

Je kunt een universitaire aantekening krijgen (1, 2 of 3 university credits; daar zijn wel kosten aan verbonden).

De veertiende NTPRS Conferentie wordt in het Sheraton Hotel in de voorstad Lisle gehouden. Het ligt op 30 minuten van zowel het vliegveld Chicago O’Hare als het Midway airport.

De temperatuur in Lisle kan in juli gemiddeld liggen tussen de 18 en de 29 graden Celsius. Op de Engelstalige wikipedia pagina voor Lisle, Illinois staat: "In July 2007, Lisle was ranked #20 in Money magazine's list of "100 Best Places to Live" and #17 on their 2009 list of the "Best Places for the Rich and Single". The place-to-be dus!

Ga je ook mee?! Geef dan hierboven of hieronder een reactie! (Geef het aan als je het privé wilt houden, dan publiceren we het niet !)

Kennis maken met TPRS

Afgelopen vrijdag 7 februari ging ik naar een netwerkbijeenkomst om kennis te maken met TPRS. Er zijn in onderwijsland op dit ogenblik twee nieuwe methodes waar ik al heel lang meer van wil weten. TPRS is er daar een van. Na ontvangst door Alike Last, Kirstin Plante en Rosana Navarro, en een korte kennismakingsronde werden wij de leerlingen en Rosana de “juf”. Drie dingen vielen me in het bijzonder op: de veiligheid die ik voelde om met de hele groep antwoord te geven, het enorm grote aantal herhalingen en dat alle antwoorden die we gaven met een “muy bien” beantwoord werden. Dat stimuleerde ons om door te gaan met Spaans spreken.

Want Spaans was de taal die voor deze korte demonstratie was uitgekozen, omdat de meesten deze taal niet beheersten. Rosana begon met een simpele vraag, waarbij we alleen maar ja of nee moesten antwoorden. En zij herhaalde altijd onze antwoorden met hele zinnen. De vragen werden gecompliceerder en onze antwoorden ook. Hulpmiddelen die werden ingezet, waren het bord. Hierop stonden alle woorden. Rosana wees deze woorden aan om ons te helpen. Verder geweldige toneelattributen, waarover ik niet te veel zeg, want het is veel leuker om dat zelf te komen ontdekken in een van de bijeenkomsten. En twee van onze medeleerlingen. Zij vervulden hun rol fantastisch.

Als afronding van deze les TPRS moesten wij in kleine groepjes het verhaal aan elkaar vertellen. Tot mijn verbazing en na enige aarzeling van mijn kant lukte dit wonderwel. Ik heb nog nooit in mijn leven in zo’n korte tijd zo veel Spaans geleerd. Het mooie is dat het nog steeds in mijn hoofd zit en ik ervan overtuigd ben, dat het daar ook nog wel een poosje blijft zitten.

Ik ben zo enthousiast geworden over deze methode dat ik het zeker in mijn lessen ga gebruiken. Het is naar mijn mening in te passen op ieder niveau van taalverwerving, zolang je maar als docent duidelijk hebt, wat jouw leerdoel is. En of je nu de ene manier van taalverwerving toepast of de andere: tijd kost het allemaal. Dan kun je volgens mij maar beter kiezen voor een manier die werkt!

Sylvia van den Brink
http://frans-leren-oss.nl/ 

Doceren met TPR en TPRS voor docenten klassieke talen

Als docent Grieks en Latijn kun je net als bij de moderne vreemde talen gebruik maken van technieken als TPR en TPRS. Daar zitten ten opzichte van talen zoals Frans, Duits en Engels zowel voordelen als nadelen aan.

Voordelen

  1. Docenten moderne vreemde talen moeten hun leerlingen vier basisvaardigheden aanleren: luisteren, spreken, lezen en schrijven. Leerlingen Grieks of Latijn hoeven uiteindelijk alleen te kunnen lezen (en vertalen). Als docent kun je een groot deel van de lestijd besteden aan die vaardigheid. 
  2. Leesvaardigheid is net als luistervaardigheid een passieve vaardigheid, een input-vaardigheid. Een passieve beheersing van een taal is altijd gemakkelijker dan actieve vaardigheden. Met het gat tussen actieve en passieve beheersing hoeven docenten klassieke talen geen rekening te houden.
  3. Voor TPR en TPRS zijn verhalen nodig om mee te oefenen. Gelukkig voor docenten klassieke talen is het corpus Latijn en Grieks enorm: historische overleveringen, toneelstukken, mythen, sagen, fabels en brieven. Deze verhalen zijn gemakkelijk aan te passen voor TPRS of een embedded reading. De leerling maakt op die manier direct kennis met de inhoud van het klassieke corpus, dat natuurlijk aansluit bij de uiteindelijke kennis die benodigd is voor het eindexamen.
  4. Door constant met de taal bezig te zijn in de taal zelf, kunnen leerlingen niet alleen direct kennis nemen van de woorden en grammatica, maar ook van de cultuur. Daarmee vergroten zij hun cultuurhistorische kennis op hetzelfde moment als hun (ver)taalvaardigheid.

Nadelen

  1. Het eindniveau leesvaardigheid is bij de klassieke talen een stuk hoger dan bij moderne vreemde talen. Wat we overgeleverd hebben, zijn voornamelijk literaire teksten over  veelal abstracte onderwerpen. Voor een leerling zijn dat soort teksten inhoudelijk en grammaticaal ingewikkeld. 
  2. Als docenten gebruik willen maken van de voordelen van TPR en TPRS moeten zij zelf wel een actieve beheersing hebben van alle vier de basisvaardigheden. Een actieve beheersing van het Grieks of Latijn is op dit moment geen onderdeel van de studie Griekse en Latijnse Taal en Cultuur. Docenten zullen daarom op eigen initiatief tijdens of na hun studie deze vaardigheden moeten opdoen. 
  3. Leerlingen moeten niet alleen de teksten kunnen lezen en begrijpen, maar ook kunnen vertalen naar goed lopende Nederlandse zinnen: een compleet andere vaardigheid. Mijn ervaring is wel dat wanneer kinderen direct kunnen begrijpen wat er staat, ze vaak beter en mooier kunnen vertalen.

De voordelen en nadelen die ik net heb opgesomd, zijn volgens mij de belangrijkste. Wat zijn volgens jullie nog meer belangrijke voor- en/of nadelen van TPR en TPRS bij klassieke talen? Laat het me weten.

Groetjes, Casper
Wie meer wil weten over actieve taalbeheersing als didactisch middel tijdens lessen Latijn en Grieks, kan terecht op de gratis lezing en workshop van Addisco Onderwijs op 18 maart 2014 (16.00 – 18.00)

Over de auteur:
Casper Porton biedt onder de naam Addisco Onderwijs  cursussen Latijn en Grieks in Hilversum en deelt zijn kennis over vernieuwend onderwijs in de klassieke talen op zijn weblog Classiculus.

Maar ‘waar’ betekent toch ‘where’?

Er was een les die ik nooit zal vergeten: een Amerikaanse cursist werd kwaad toen ik hem uitlegde dat waar in combinatie met een voorzetsel  what of  which betekent en niet where.  – Dat was nog voordat ik lesgaf met TPRS. – Hij vervloekte op dat moment de Nederlandse taal en zijn weerstand groeide immens. Ik begreep hem maar al te goed. Het is zo anders dan in het Engels en dus wennen!

Een andere cursiste die bij mij op les kwam toen ze al ruim op niveau B1 zat, zei verontwaardigd: Ik snap niet waarom er niet van begin af aan expliciet aan bod komt in de lesboeken. Het betekent immers it en dat is een van de belangrijkste woorden in een taal.

En ik geef haar groot gelijk. Het Nederlands stikt van vaste combinaties met een voorzetsel die maken dat de structuur van een zin helemaal verandert. En dat betreft ook heel veel combinaties van hoogfrequente woorden. Houden van, kijken naar en zin hebben in zijn hier voorbeelden van. Op het moment dat je de ‘wat-vraag’ wilt stellen, heb je het vraagwoord waar nodig.

Waar houd je van?
Waar kijk je naar?
Waar heb je zin in?

Sinds ik Nederlands geef, worstel ik met de vraag hoe ik er, daar en waar in de betekenis van it, that  en what het beste kan aanbieden en wanneer ik daarmee moet beginnen. Sinds ik TPRS gebruik, kom ik steeds dichter bij het antwoord: in ieder geval zo vroeg mogelijk. Deze woorden vermijden is onnatuurlijk. Uiteraard verwacht ik niet dat mijn cursisten deze en de daarmee gepaard gaande structuren meteen actief kunnen gebruiken, maar ik geef ze zo de kans om eraan te wennen en de betekenis van deze woorden te begrijpen als ze deze in een gesprek of in een tekst tegenkomen.

In mijn lessen begint het met de vraagwoorden aan de muur. Vanaf de eerste les staat daar waar naast wat met de vertaling what eronder. Als ik een zin als ‘Tom keek naar een roze Porsche.’ bevraag en dus op een gegeven moment zeg ‘Waar keek Tom naar?’ wijs ik tegelijkertijd naar het vraagwoord met zijn vertaling aan de muur. Als mijn cursisten de vraag niet meteen begrijpen of op het moment dat ik de vraag voor de tweede keer stel ,las ik een begripscheck in: “Wat betekent waarnaar? Antwoord: “Whatat.” En weer iets later volgt een korte grammatica-uitleg: ‘De naar maakt dat wat verandert in waar.’ Uiteraard in het Engels als het beginners zijn. Afhankelijk van de groep kan het gebeuren dat ze meteen willen weten “Why?” En dan begin ik met de korte grammatica-uitleg. Als cursisten dan nog meer willen weten, rem ik ze af. We zijn immers bezig met een verhaal! In de loop van de cursus komen ze de ‘waar-vraag’ die wat betekent steeds vaker tegen:

Waar praatten ze over?
Waar luisterde hij naar?
Waarmee ging zij naar Hawaï, met de fiets of met het vliegtuig?

En ze beginnen de ‘waar-vraag’ langzaamaan normaal te vinden. Bovendien herkennen en begrijpen ze deze steeds sneller als ze lezen.

Wil ik dat mijn cursisten de ‘waar-vraag’ ook zelf gaan gebruiken, dan verwerk ik deze in de directe rede in een verhaal: ‘Sarah vroeg aan Tom: “Waar kijk je naar?”’ Op die manier kan ik deze vraag bevragen (cirkelen) en er ook voor zorgen dat de vraag af en toe deel uitmaakt van het antwoord dat de cursisten moeten geven (“Wat vroeg Sarah aan Tom?” Antwoord: “Waar kijk je naar?”)

Jullie kunnen je misschien al voorstellen dat het een stuk makkelijker wordt om er en daar in de betekenis van  it en that te introduceren als je met waar begonnen bent. Maar daar ga ik het een andere keer over hebben.

Nu zou ik graag van jullie willen weten hoe jullie deze woorden aanbieden. Het is namelijk niet zo dat ik het gevoel heb dat ik er al helemaal ben. Zeker als het gaat om er en daar blijf ik het moeilijk vinden. Mijn cursisten begrijpen deze woorden wel, maar gebruiken ze zelden (goed). Ook zou ik het interessant vinden om van jullie te horen wat volgens jullie frequente vaste combinaties zijn die de moeite zijn om vaak te herhalen in de les. Zou het niet leuk zijn om met z’n allen een lijst samen te stellen?

Ik ben benieuwd naar jullie ideeën, tips, good practises en frequente vaste combinaties!

Hartelijke groet, Angela

 

 

Post uit Duitsland!

Mijn 2havo leerlingen kregen vorige week post.  

Ze hadden kaartjes  en briefjes gestuurd naar mijn achternichtjes in Duitsland.
En mijn leerlingen hadden  antwoord gekregen. 

De brief van Aischa werd het uitgangspunt voor mijn nieuwe TPRS-verhaal.

We zijn nog niet zo lang bezig met TPRS in deze klas en zo konden we met het verhaal van Aischa het vragen en het antwoorden oefenen. De vragen gingen over de hobby’s van Aischa.

Na het oefenen startten we met het TPRS-verhaal. Het  verhaal ging over een fictief persoon: Lucas uit Brazilië. Een PowerPoint met plaatjes van Brazilië en schaatsers in Nederland ondersteunden het verhaal.

Lucas wohnt in Brasilien.

Sein Hobby ist Kanufahren.

Er möchte gerne Schlittschuhlaufen

Aber in Brasilien ist es zu warm.

Er fliegt mit dem Flugzeug in die Niederlande.

Dort kann er Schlittschuhlaufen.

We oefenden bij dit verhaal de vraagwoorden, want de leerlingen vinden het moeilijk om deze woorden te onthouden.

Wer wohnt in Brasilien?

Was ist sein Hobby?

Wo ist es zu warm?

Wohin fliegt Lucas?

Daarna mochten de leerlingen hun eigen verhaal bedenken.  Alle dikgedrukte woorden in het verhaal  mochten ze vervangen met eigen woorden. De woorden konden  ze opzoeken in de woordenlijst of het woordenboek of aan mij vragen.

De leerlingen kwamen met fantastische verhaaltjes met hobby’s als formule 1 rijden, kameel racen, buikdansen en voertuigen als hete luchtballonnen en onderzeeërs. De leerlingen wilden heel graag hun verhaaltjes vertellen en ik had graag elke leerling gehoord en vragen over alle verhaaltjes gesteld, maar dat ging helaas niet qua tijd. Daarnaast zou het ook een grote opgave geweest voor de leerlingen om naar de in totaal 29 verhaaltjes te luisteren.

Hebben jullie ideeën hoe ik toch nog iets kan doen met alle verhaaltjes die bedacht zijn?

Eva de vlaming

Movie Talk & embedded reading bij ‘Paperman’

In de les heb ik 'Paperman' gebruikt voor Movie Talk. Onder het filmpje vertel ik er meer over. 'Paperman' is een animatiefilmpje van de Disney studio's en heeft in 2013 de Oscar gewonnen voor beste korte animatiefilm.

Helaas is de versie hieronder de enige volledige versie op Youtube en daar heeft iemand iets voor en in geknutseld… (maar daardoor is hij waarschijnlijk nog niet van Youtube afgehaald of ingekort, zoals met de andere filmpjes het geval is).  

Je kunt het filmpje als origineel bekijken op vimeo.

Tijdens de NTPRS heb ik de Movie Talk workshop van Betsy Paskvan en Michele Whaley bezocht. Movie Talk is ontwikkeld door Ashley Hastings met studenten Engels als vreemde taal en het schijnt 5x sneller te werken dan traditionele methodes.

Movie Talk is een film verhalend uitleggen door :

  • het benoemen van voorwerpen
  • het beschrijven van handelingen, acties, activiteiten
  • het verklaren, uitleggen van personages
  • het verklaren, duiden van hun emoties
  • dialogen

Een paar belangrijke punten :
- L U I S T E R E N is een eerste vereiste voor S P R E K E N
- Taalleerders kunnen niet boven hun eigen begripsniveau spreken

Ik heb het filmpje gebruikt voor de structuren:

  • Il/elle est allé(e) à la gare       Hij/zij is naar het station gegaan
  • Il/elle a pris le train                   Hij/zij heeft de trein genomen 
  • Il/elle est monté(e)                   Hij/zij is ingestapt 
  • Il/elle est descendu(e)            Hij/zij is uitgestapt

Ook heb ik het filmpje gebruikt om eerdere vocabulaire te herhalen. Het filmpje duurt ruim 6 en een halve minuut en wij hebben er een uur over gepraat, alles in het Frans. De tijd vloog ongemerkt voorbij. Iedereen bleef heel betrokken en ze vonden het erg leuk om te doen. Ik heb veel vragen gesteld en gecirkeld waar nodig. Ik heb voor een groot deel gewerkt met bovenstaande structuren. Ik heb het filmpje gevonden doordat ik googelde op trein, instappen, station en dan bij 'video's' kijken wat dat opleverde. Vorige week hadden we 'wachten' gehad, dus die konden we nu ook goed gebruiken. En al eerder : hij is bezig met, hij heeft gebruikt, hij heeft ontmoet. We hebben ook PQA vragen gedaan, maar eigenlijk had ik er achteraf gezien toch meer willen doen, om de ik- en de jij vorm meer te gebruiken. Ik heb er een embedded reading bijgemaakt in vier stappen in opklimmende moeilijkheidsgraad  : 131126_Paperman. Ik denk dat de vierde versie vooral voor de hogere niveaus is. Ik ben heel benieuwd wat mijn A1'ers over de derde en vierde versie zeggen als ik ze de komende les zie.

Werk jij ook wel eens met Movie Talk? Wat zijn jouw ervaringen? Heb je nog tips voor leuke filmpjes?

Met collegiale groeten, Alike Last

TPRS en TPR & de klassieke talen – écht wel!

TPRS wordt niet alleen gebruikt door taaldocenten moderne vreemde talen, NT2 en gebarentaal, maar ook door docenten klassieke talen! In Amerika loopt er al een heel groepje van rond. Maar we hebben sinds een aantal jaren ook op eigen bodem een jonge enthousiaste docent die niet alleen TPRS maar ook TPR en andere methoden gebruikt in zijn lessen Latijn en Grieks! Graag stel ik jullie voor aan Casper Porton. Hij is docent klassieke talen op de Kees Boekeschool in Bilthoven, ook wel De Werkplaats kindergemeenschap genoemd. Hij heeft daarnaast zijn eigen taalbureau in Hilversum waar hij lessen klassieke talen en cultuur geeft aan volwassenen en bijlessen aan jongeren én hij werkt als dansleraar Latin, Ballroom, Salsa en Disco bij Danscentrum Cornelissen  in Utrecht!

Deze swingende docent klassieke talen zal hier ook regelmatig zijn verhaal doen als nieuwe TPRS blogschrijver, waarvoor we hem heel dankbaar zijn! Casper heeft ook een eigen blog, Classiculus. Zijn laatste blogbijdrage gaat over de Griekse voorzetsels en daar heeft hij een prachtig tekeningetje bij van muizen, kaas en een kat, maar ook een geweldige tekening van een leeuw en een man. Verder geeft hij er uitleg hoe je zo'n voorzetsel-les zou kunnen doen. Al eerder heeft Casper op zijn blog geschreven over de Latijnse voorzetsels. Daar legt hij uit dat hij begint met TPR; dat geeft hij bij de Griekse voorzetsels niet expliciet aan, maar ook hier kun je uiteraard beginnen met TPR. Bij de plaatjes zou ik ook nog vragen stellen als : Is/zit de kat achter de kaas? Juist, de kat is/zit achter de kaas! Zit de kat voor de kaas? Prima, de kat zit achter de kaas, de kat zit niet voor de kaas. Zijn de muizen achter de kaas? Juist, de muizen zijn niet achter de kaas, de muizen zijn voor en in de kaas. De kat zit achter de kaas. Wie zitten er voor en in de kaas? Ja, de muizen zitten voor en in de kaas! Ben jij achter de kaas? Inderdaad, jij bent in de klas en jij bent niet achter de kaas. Wie zit achter de kaas? Klopt, de kat zit achter de kaas. Eerst deze vragen alvorens over te gaan tot de "waar" vragen. Dus via cirkelvragen eerst samen het vocabulaire verder opbouwen, nadat er met TPR al een start is gemaakt. Voor Latijn heeft Casper ook nog andere les voorbeelden, met een plaatje erbij van een hamster. Die staan op deze bladzijde van zijn blog. Je zou ze (diagnostisch) kunnen toetsen met een tekendictee. 

Voor degenen voor wie TPR een onbekende term is: de afkorting staat voor Total Physical Response = een taal letterlijk al doende en fysiek leren. TPR is in de zeventiger jaren van de vorige eeuw ontwikkeld door James Asher en er is veel wetenschappelijk onderzoek naar gedaan. In Nederland en België is (en wordt) het veel gebruikt bij NT2, maar bij de moderne vreemde talen wordt het amper ingezet, hoogstens eens als onderdeel van een lesje over bijvoorbeeld, jawel, de voorzetsels of het lichaam of de dagelijkse routine. Maar daarmee doe je TPR écht tekort! Sinds ik per januari schrijf op mijn blog over de TPRS technieken die Ben Slavic beschrijft in zijn boek TPRS in a Year! ben ik weer meer met TPR gaan doen in de les. Niet heel lang steeds, maar het is als brainbreak en als onderdeel waarbij  de lichamelijk-kinesthetische intelligentie aan wordt gesproken een prettig onderdeel van de les, waarbij iedereen even lekker beweegt en we zo samen lol hebben én er tevens goede taalverwerving op de lange termijn plaats vindt.

TPRS is ontwikkeld door Blaine Ray vanuit TPR, nadat hij er een tijd succesvol mee gewerkt had, maar ook tegen de grenzen van TPR op was gelopen.

Ik vind dat TPR en TPRS elkaar prachtig aanvullen! In het Nederlandstalige handboek Storytelling voor het talenonderwijs – handboek TPRS voor docenten MVT en NT2 van Blaine Ray en Contee Seely staat een korte uitleg over hoe je TPR toe kunt passen :

  • Bijlage C, Frequentielijsten en TPR woordenlijst
  • Bijlage F, Beginnen met TPR

Voor wie zich verder in TPR wil verdiepen: Ramiro Garcia heeft een praktisch boek geschreven over het gebruik van TPR in de les: Instructor's notebook, how to apply TPR for best results.

Werk jij ook (wel eens) met TPR in je lessen? Wat zijn jouw ervaringen ermee?

Met collegiale groeten, Alike Last

Verhaal bouwen met de klas – een verlegen hoofdpersoon!

Afgelopen week heb ik met één van mijn nieuwe groepen Spaans een verhaal gebouwd. Na de kennismaking, en nadat ik mijn leerlingen had uitgelegd hoe het bouwen van een verhaal in zijn werk ging en wat ik hierbij van hen verwachtte, gingen we aan de slag.

De hoofdpersoon bleek een jongen te zijn, Max. Max is een van mijn (nieuwe) leerlingen, dus toen we hadden bepaald dat de hoofdpersoon Max was, ging mijn non-verbale aandacht uit naar Max: ik lachte eens extra vriendelijk naar hem, en ik keek hem wat vaker aan. Max vond alles prima, en zat me lichtelijk geamuseerd en verwachtingsvol aan te kijken.

Toen we enige statements over Max verder waren, besloot ik Max zelf eens te vragen of ‘hij inderdaad passioneel techno wilde dansen’. Max keek me ontzet aan, en zei dat de hij écht niet de Max was uit het verhaaltje..! Dat had ik niet aan zien komen, mede doordat me dat nog niet eerder was overkomen! Ik was er namelijk van overtuigd dat het overduidelijk was dat Max-uit-mijn-klas ook de Max-uit-het-verhaal was…

Ik besloot vervolgens de klas te vragen of er inderdaad sprake was van twee Max-en; misschien had ik een belangrijk stukje informatie gemist… Volgens de klas was dit echter niet het geval, en was onze Max ook onze hoofdpersoon. Gesteund door de reactie uit de klas besloot ik Max daarom eens flink in het zonnetje te zetten: uiteraard was de klas-Max ook de verhaal-Max, want Max was superslim, enorm knap en ook nog eens een kei in dansen, en dit soort unieke mensen wil uiteraard op een passionele manier techno dansen.

Gaandeweg zag ik Max wat ontspannen en meer en meer meegaan in het verhaal, totdat hij akkoord ging met het feit dat het verhaal over hem ging.

Om dergelijke misverstanden met nieuwe groepen in de toekomst te voorkomen, neem ik me voor het ‘ophemelen’ van de hoofdpersoon meteen vanaf het begin toe te passen, evenals het stellen van (een) check-vra(a)g(en) aan de hoofdpersoon, uiteraard in combinatie met mijn non-verbale communicatie richting de hoofdpersoon.

Is jullie iets dergelijks ook al overkomen? Hebben jullie eventueel (andere) ideeën om hiermee om te gaan/dergelijke misverstanden te voorkomen?

Alvast bedankt voor jullie reacties!

Groetjes,
Iris