Niels Holgersson in TPRS-vorm

Over een aantal weken ga ik voor 2 maanden naar Rusland. Daar help ik bij een project van een ecologisch educatief centrum in St. Petersburg. In juli organiseert het centrum een reis naar London om deelnemers van de Britse cultuur te laten proeven en om te laten zien hoe organisaties in London ‘sustainable lifestyle’ toepassen. Om het project te ondersteunen, ga ik tijdens de twee maanden die aan die reis vooraf gaan een serie van 12 lessen Engels verzorgen (ondanks dat ik eigenlijk docent Duits ben). De groep mensen die ik wat Engels bij zal brengen, is een gevarieerd gezelschap van toeristen, studenten en zakenlieden.

Op het moment ben ik in London. Hier kijk ik welke plekken we met de groep kunnen bezoeken, zoals parken, musea, educatieve instanties, en toeristische attracties. Vandaag ben ik echter niet op verkenning gegaan, maar heb ik me in een bibliotheek in het Londons stadsdeel Chiswick ‘opgesloten’ en ik bereid alvast een aantal van mijn lessen voor.

De vraag vanuit het ecologische centrum is om het verhaal van Niels Holgersson terug te laten komen in de lessen. Dat verhaal gaat over een zakenman die alleen aan geld denkt en met zijn fabrieken het milieu vervuild. Hij wordt door een boze dwerg betoverd. Niels krimpt tot een klein jongetje. Een groep ganzen vindt hem en neemt hem mee. Vanuit de lucht ziet Niels wat hij aangericht heeft met zijn fabrieken en hij krijgt berouw over wat hij heeft gedaan.

Het is de bedoeling dat mijn groep aan het einde van de lessenreeks een klein toneelstuk kan opvoeren waarin het verhaal van Niels Holgersson nagespeeld wordt. Daarnaast werd vanuit het centrum gevraagd om de lessen interactief in te richten en ervoor te zorgen dat de groep vooral veel plezier heeft in het leren van de taal. En ik dacht: “Welke methode is daar geschikter voor dan de TPRS-methode?” TPRS is verhalend, op spreken gericht, goed voor rollenspellen, interactief en zorgt voor plezier.

En nu zit ik hier en bedenk ik hoe ik het verhaal van Niels Holgersson “TPRS-proof” kan maken. Dit is leuk om te doen, maar ook nog best een hele klus. De thematiek van het verhaal is niet eenvoudig, maar de zinnen moeten dit in beginsel wel zijn. Daarnaast moeten er in de lessen een aantal standaard thema’s verwerkt worden, zoals “jezelf voorstellen, werk, familie, reizen“ etc.

Misschien herken je dit: Je wilt een serie TPRS-lessen geven, maar je zit vast aan bepaalde eisen vanuit het boek of vanuit het curriculum. Het vergt veel tijd en werk en kan vervelend of onmogelijk lijken. Tegelijkertijd heeft het voordelen, het proces doet beroep op je creativiteit. Je gaat opnieuw kijken naar wat er precies belangrijk is voor je leerlingen en hoe je de afgesproken of voorschreven doelen ook op een andere manier kunt bereiken.

Het lukt me al aardig om te selecteren, en de standaard thema’s in het verhaal terug te laten komen. Ik ben er echter nog lang niet, maar ik heb gelukkig nog wat tijd. Ondertussen zie ik al uit naar de uiteindelijke voorstelling van mijn bonte gezelschap, al dan niet verkleed als gans of dwerg.

Heb je het ook meegemaakt dat je met een voorschreven boek of met vaste opdrachten, doelen of toetsen moest werken terwijl je ook TPRS wilde integreren in de lessen? Welke oplossingen heb je daarvoor bedacht?

 

Eva de Vlaming

TPRS conferenties – Wie gaat er mee, wie gaat er mee?!

Laatst sprak ik een TPRS collega en ze vertelde me dat ze niet naar de NTPRS conferentie in Amerika zou gaan, omdat ze dan alleen zou moeten gaan. Dat zette mij aan het denken; misschien zijn er best meer mensen die naar deze conferenties zouden willen gaan, maar die liever niet alleen willen gaan. Daarom doe ik nu een oproep : WIE GAAN ER MEE naar iFLT14 in Denver en/of NTPRS 14 in Chicago ?!

  • iFLT 2014 is van dinsdag 15 juli t/m vrijdag 18 juli in Denver, Colorado
  • NTPRS 2014 is van maandag 21 t/m vrijdag 25 juli in Chicago, Illinois

Dave_Burgess_IMG_1865iFLT 2014 - 15 juli t/m vrijdag 18 juli - Denver

Het bijzondere van iFLT is, dat het in een school wordt gehouden en dat je onder andere lessen observeert aan leerlingen die les krijgen in TPRS/CI. Er is ook ruim gelegenheid tot coaching. De conferentie wordt geopend door Dave Burgess, de auteur van 'Teach like a pirate'.

Stephen Krashen-still-going-strong is ook weer van de partij. In Denver bevinden zich veel TPRS docenten. Bekijk hier het iFLT14 programma.

  • er is een apart programma voor beginnende TPRS-docenten
  • er is een apart programma voor gevorderde TPRS-docenten
  • Ben Slavic zal demo – en coachingsessies verzorgen
  • men kan lessen observeren door TPRS-masterteachers aan leerlingen in de les, van alle niveaus: beginners t/m gevorderden, waarna er debriefing-sessies zijn over de lessen
  • men kan zoch uitgebreid laten coachen

Je kunt een universitaire aantekening krijgen ; daar zijn wel kosten aan verbonden.

De temperatuur in Denver kan in juli gemiddeld liggen tussen de 13 en de 31 graden Celsius.

ScreenShot028NTPRS 2014 - 21 t/m 25 juli - Chicago

Dit is alweer de veertiende NTPRS. Elk jaar is het programma top, en toch wordt het elk jaar nog beter en beter. Dit jaar zijn er speciale programma's voor:

  • beginnende TPRS docenten
  • half- en vergevorderde TPRS-docenten
  • basisschoolleerkrachten
  • docenten Chinees
  • docenten ESL
  • schoolleiders

Daarnaast is er veel ruimte voor coaching en er zijn workshops over bijvoorbeeld lezen, muziek, technologie en classroom management. Op zondag 20 juli zal er nog een coaching-for-coaches workshop zijn van een dag, voorafgaande aan de conferentie.

Je kunt een universitaire aantekening krijgen (1, 2 of 3 university credits; daar zijn wel kosten aan verbonden).

De veertiende NTPRS Conferentie wordt in het Sheraton Hotel in de voorstad Lisle gehouden. Het ligt op 30 minuten van zowel het vliegveld Chicago O’Hare als het Midway airport.

De temperatuur in Lisle kan in juli gemiddeld liggen tussen de 18 en de 29 graden Celsius. Op de Engelstalige wikipedia pagina voor Lisle, Illinois staat: "In July 2007, Lisle was ranked #20 in Money magazine's list of "100 Best Places to Live" and #17 on their 2009 list of the "Best Places for the Rich and Single". The place-to-be dus!

Ga je ook mee?! Geef dan hierboven of hieronder een reactie! (Geef het aan als je het privé wilt houden, dan publiceren we het niet !)

Maar ‘waar’ betekent toch ‘where’?

Er was een les die ik nooit zal vergeten: een Amerikaanse cursist werd kwaad toen ik hem uitlegde dat waar in combinatie met een voorzetsel  what of  which betekent en niet where.  – Dat was nog voordat ik lesgaf met TPRS. – Hij vervloekte op dat moment de Nederlandse taal en zijn weerstand groeide immens. Ik begreep hem maar al te goed. Het is zo anders dan in het Engels en dus wennen!

Een andere cursiste die bij mij op les kwam toen ze al ruim op niveau B1 zat, zei verontwaardigd: Ik snap niet waarom er niet van begin af aan expliciet aan bod komt in de lesboeken. Het betekent immers it en dat is een van de belangrijkste woorden in een taal.

En ik geef haar groot gelijk. Het Nederlands stikt van vaste combinaties met een voorzetsel die maken dat de structuur van een zin helemaal verandert. En dat betreft ook heel veel combinaties van hoogfrequente woorden. Houden van, kijken naar en zin hebben in zijn hier voorbeelden van. Op het moment dat je de ‘wat-vraag’ wilt stellen, heb je het vraagwoord waar nodig.

Waar houd je van?
Waar kijk je naar?
Waar heb je zin in?

Sinds ik Nederlands geef, worstel ik met de vraag hoe ik er, daar en waar in de betekenis van it, that  en what het beste kan aanbieden en wanneer ik daarmee moet beginnen. Sinds ik TPRS gebruik, kom ik steeds dichter bij het antwoord: in ieder geval zo vroeg mogelijk. Deze woorden vermijden is onnatuurlijk. Uiteraard verwacht ik niet dat mijn cursisten deze en de daarmee gepaard gaande structuren meteen actief kunnen gebruiken, maar ik geef ze zo de kans om eraan te wennen en de betekenis van deze woorden te begrijpen als ze deze in een gesprek of in een tekst tegenkomen.

In mijn lessen begint het met de vraagwoorden aan de muur. Vanaf de eerste les staat daar waar naast wat met de vertaling what eronder. Als ik een zin als ‘Tom keek naar een roze Porsche.’ bevraag en dus op een gegeven moment zeg ‘Waar keek Tom naar?’ wijs ik tegelijkertijd naar het vraagwoord met zijn vertaling aan de muur. Als mijn cursisten de vraag niet meteen begrijpen of op het moment dat ik de vraag voor de tweede keer stel ,las ik een begripscheck in: “Wat betekent waarnaar? Antwoord: “Whatat.” En weer iets later volgt een korte grammatica-uitleg: ‘De naar maakt dat wat verandert in waar.’ Uiteraard in het Engels als het beginners zijn. Afhankelijk van de groep kan het gebeuren dat ze meteen willen weten “Why?” En dan begin ik met de korte grammatica-uitleg. Als cursisten dan nog meer willen weten, rem ik ze af. We zijn immers bezig met een verhaal! In de loop van de cursus komen ze de ‘waar-vraag’ die wat betekent steeds vaker tegen:

Waar praatten ze over?
Waar luisterde hij naar?
Waarmee ging zij naar Hawaï, met de fiets of met het vliegtuig?

En ze beginnen de ‘waar-vraag’ langzaamaan normaal te vinden. Bovendien herkennen en begrijpen ze deze steeds sneller als ze lezen.

Wil ik dat mijn cursisten de ‘waar-vraag’ ook zelf gaan gebruiken, dan verwerk ik deze in de directe rede in een verhaal: ‘Sarah vroeg aan Tom: “Waar kijk je naar?”’ Op die manier kan ik deze vraag bevragen (cirkelen) en er ook voor zorgen dat de vraag af en toe deel uitmaakt van het antwoord dat de cursisten moeten geven (“Wat vroeg Sarah aan Tom?” Antwoord: “Waar kijk je naar?”)

Jullie kunnen je misschien al voorstellen dat het een stuk makkelijker wordt om er en daar in de betekenis van  it en that te introduceren als je met waar begonnen bent. Maar daar ga ik het een andere keer over hebben.

Nu zou ik graag van jullie willen weten hoe jullie deze woorden aanbieden. Het is namelijk niet zo dat ik het gevoel heb dat ik er al helemaal ben. Zeker als het gaat om er en daar blijf ik het moeilijk vinden. Mijn cursisten begrijpen deze woorden wel, maar gebruiken ze zelden (goed). Ook zou ik het interessant vinden om van jullie te horen wat volgens jullie frequente vaste combinaties zijn die de moeite zijn om vaak te herhalen in de les. Zou het niet leuk zijn om met z’n allen een lijst samen te stellen?

Ik ben benieuwd naar jullie ideeën, tips, good practises en frequente vaste combinaties!

Hartelijke groet, Angela

 

 

TPRS en TPR & de klassieke talen – écht wel!

TPRS wordt niet alleen gebruikt door taaldocenten moderne vreemde talen, NT2 en gebarentaal, maar ook door docenten klassieke talen! In Amerika loopt er al een heel groepje van rond. Maar we hebben sinds een aantal jaren ook op eigen bodem een jonge enthousiaste docent die niet alleen TPRS maar ook TPR en andere methoden gebruikt in zijn lessen Latijn en Grieks! Graag stel ik jullie voor aan Casper Porton. Hij is docent klassieke talen op de Kees Boekeschool in Bilthoven, ook wel De Werkplaats kindergemeenschap genoemd. Hij heeft daarnaast zijn eigen taalbureau in Hilversum waar hij lessen klassieke talen en cultuur geeft aan volwassenen en bijlessen aan jongeren én hij werkt als dansleraar Latin, Ballroom, Salsa en Disco bij Danscentrum Cornelissen  in Utrecht!

Deze swingende docent klassieke talen zal hier ook regelmatig zijn verhaal doen als nieuwe TPRS blogschrijver, waarvoor we hem heel dankbaar zijn! Casper heeft ook een eigen blog, Classiculus. Zijn laatste blogbijdrage gaat over de Griekse voorzetsels en daar heeft hij een prachtig tekeningetje bij van muizen, kaas en een kat, maar ook een geweldige tekening van een leeuw en een man. Verder geeft hij er uitleg hoe je zo'n voorzetsel-les zou kunnen doen. Al eerder heeft Casper op zijn blog geschreven over de Latijnse voorzetsels. Daar legt hij uit dat hij begint met TPR; dat geeft hij bij de Griekse voorzetsels niet expliciet aan, maar ook hier kun je uiteraard beginnen met TPR. Bij de plaatjes zou ik ook nog vragen stellen als : Is/zit de kat achter de kaas? Juist, de kat is/zit achter de kaas! Zit de kat voor de kaas? Prima, de kat zit achter de kaas, de kat zit niet voor de kaas. Zijn de muizen achter de kaas? Juist, de muizen zijn niet achter de kaas, de muizen zijn voor en in de kaas. De kat zit achter de kaas. Wie zitten er voor en in de kaas? Ja, de muizen zitten voor en in de kaas! Ben jij achter de kaas? Inderdaad, jij bent in de klas en jij bent niet achter de kaas. Wie zit achter de kaas? Klopt, de kat zit achter de kaas. Eerst deze vragen alvorens over te gaan tot de "waar" vragen. Dus via cirkelvragen eerst samen het vocabulaire verder opbouwen, nadat er met TPR al een start is gemaakt. Voor Latijn heeft Casper ook nog andere les voorbeelden, met een plaatje erbij van een hamster. Die staan op deze bladzijde van zijn blog. Je zou ze (diagnostisch) kunnen toetsen met een tekendictee. 

Voor degenen voor wie TPR een onbekende term is: de afkorting staat voor Total Physical Response = een taal letterlijk al doende en fysiek leren. TPR is in de zeventiger jaren van de vorige eeuw ontwikkeld door James Asher en er is veel wetenschappelijk onderzoek naar gedaan. In Nederland en België is (en wordt) het veel gebruikt bij NT2, maar bij de moderne vreemde talen wordt het amper ingezet, hoogstens eens als onderdeel van een lesje over bijvoorbeeld, jawel, de voorzetsels of het lichaam of de dagelijkse routine. Maar daarmee doe je TPR écht tekort! Sinds ik per januari schrijf op mijn blog over de TPRS technieken die Ben Slavic beschrijft in zijn boek TPRS in a Year! ben ik weer meer met TPR gaan doen in de les. Niet heel lang steeds, maar het is als brainbreak en als onderdeel waarbij  de lichamelijk-kinesthetische intelligentie aan wordt gesproken een prettig onderdeel van de les, waarbij iedereen even lekker beweegt en we zo samen lol hebben én er tevens goede taalverwerving op de lange termijn plaats vindt.

TPRS is ontwikkeld door Blaine Ray vanuit TPR, nadat hij er een tijd succesvol mee gewerkt had, maar ook tegen de grenzen van TPR op was gelopen.

Ik vind dat TPR en TPRS elkaar prachtig aanvullen! In het Nederlandstalige handboek Storytelling voor het talenonderwijs – handboek TPRS voor docenten MVT en NT2 van Blaine Ray en Contee Seely staat een korte uitleg over hoe je TPR toe kunt passen :

  • Bijlage C, Frequentielijsten en TPR woordenlijst
  • Bijlage F, Beginnen met TPR

Voor wie zich verder in TPR wil verdiepen: Ramiro Garcia heeft een praktisch boek geschreven over het gebruik van TPR in de les: Instructor's notebook, how to apply TPR for best results.

Werk jij ook (wel eens) met TPR in je lessen? Wat zijn jouw ervaringen ermee?

Met collegiale groeten, Alike Last

TPRS in een jaar

Ben Slavic teaching KrashenEerlijk gezegd heb ik een enorme hekel aan 'voornemens voor het Nieuwe Jaar' en ik weiger dan ook daaraan mee te doen. Toch heb ik in tegenspraak daarmee besloten om vanaf januari 2013 wekelijks Ben Slavic's boek "TPRS in a year!" te gaan volgen en daarvan verslag te gaan doen ; net zoals Julie Powell een jaar lang alle recepten van Julia Child – die de Franse keuken in Amerika gepopulariseerd heeft – gekookt heeft en daarvan een blog bijhield ; zie de film Julie & Julia of het boek.

In 2007 heb ik TPRS in Nederland geïntroduceerd en sindsdien werk ik er ook mee. Ondanks de grote speelruimte en vrijheid bij TPRS kom je toch vaak in een bepaalde routine terecht en om weer eens een frisse wind te laten waaien, had ik halverwege december besloten om vanaf januari elke week een andere techniek in mijn lessen in het zonnetje te gaan zetten, met Ben's boek als leidraad. Ik ga daarvan wekelijks verslag doen op mijn blog 'Alike in TPRS Wonderland'.

Ben behandelt in zijn TPRS handboek 49 technieken :

  • 15 technieken voor TPRS Stap 1 – betekenis geven (en personaliseren)
  • 10 technieken voor TPRS Stap 2 – het verhaal vragen
  • 24 "fun skills" – om extra speelsheid in de lessen te brengen 

Ben zegt over deze technieken dat je helemaal zelf moet weten hoe je ze ontwikkelt en welke je gebruikt en dat sommige docenten er maar enkele hanteren en dat anderen er heel veel gebruiken. Hij stelt voor om elke techniek zo'n 2 weken uit te proberen en vervolgens die technieken erin te houden, waarvan je ziet dat ze het leerproces van de leerlingen intensiveren én die bij jezelf passen.

Even terzijde: zoals je ziet, komt in zijn boek stap 3 – lezen – niet aan bod. Zie daarvoor bv. filmpjes die op zijn school gemaakt zijn : Ben Slavic on reading. Mira Canion en Carol Gaab zijn gespecialiseerd in lezen en TPRS en hebben daar veel materiaal en workshops voor ontwikkeld, maar dat is weer iets voor een andere blogbijdrage! 

Gebruiken jullie veel verschillende TPRS technieken of weinig? En welke dan? Misschien is 't wel leuk als meer mensen elke week een(zelfde) techniek in de schijnwerper zetten en als we daar dan met elkaar onze ervaringen over gaan uitwisselen?! Wie doet er mee?

Een goede jaarwisseling gewenst en een mooi begin met weer een nieuw jaar vol verhalen! Met groeten van Alike Last

P.S. Kirstin heeft in de bijdrage hiervoor ook al over Ben geschreven. Dit berust op puur toeval! Maar het sluit wel aan op Kirstin's vraag: ik vind dat de handboeken bronnen van inspiratie  blijven, evenals workshops, trainingen, collega's les zien geven met TPRS, de conferenties NTPRS – en iFLT (bij die laatste ben ik persoonlijk nog nooit geweest, maar heb er wel filmpjes van gezien en met collega's die er wel geweest zijn over gesproken). 

iFLT – bekijk de TPRS filmpjes online

iFLT conference 2012Inmiddels is de iFLT conference in Breckenridge begonnen. Die is van dinsdag 17 juli t/m donderdag 19 juli in Breckenridge, Colorado.

Vandaag – dinsdag 17 juli – is er een live streaming van Linda Li die een les Mandarijn aan leerlingen geeft. Je kunt hier kijken; de learning labs beginnen om 8.50 local time, onze tijd 16.50u.

Er worden namelijk niet alleen workshops gegeven, maar de deelnemers kunnen ook lessen observeren die gegeven worden door 'master-TPRS-teachers' aan leerlingen van de lagere school en de middelbare school.

Verder worden er foto's en filmpjes geplaatst op de iFLT 2012 Facebook pagina en je kunt het op Twitter volgen via #iFLT12.

Ook als je niet daar aanwezig bent, kun je via Twitter vragen stellen aan de workshopleiders. Het conferentie programma staat hier. En lees hier de conferentie details.

TPRS – stapel-op-lezen

Embedded readings = raketlezen of stapel-op-lezen

De R in TPRS staat voor lezen (reading). Lezen is stap 3 van TPRS. Veel aandacht gaat altijd uit naar het vragen van verhalen (stap 2), maar een wezenlijk onderdeel van TPRS bestaat uit lezen, omdat uit onderzoek is gebleken dat lezen de belangrijkste bron is voor vocabulaire verwerving. Hierbij dient de lezer van een tekst meer dan 95% te kunnen begrijpen (anders wordt het een woordenboek-oefening)!

Een relatief nieuw TPRS-concept met betrekking tot lezen, dat tot nu toe nog niet in de handboeken te vinden is, betreft “embedded readings”. In het Nederlands zou je het (drietraps)raketlezen of stapellezen (stapel-op-lezen) kunnen noemen. Laurie Clarcq, docente Spaans en Michele Whaley, docente Russisch zijn de uitvinders van de term ''embedded readings".

Het is een serie van drie of meer leesteksten met een toenemende moeilijkheidsgraad, vertrekkend vanuit dezelfde hoofdlijn. De eerste tekst is op elementair niveau, gemakkelijk te begrijpen voor een ll. Het is een samenvatting of de hoofdlijn. Elk volgend niveau voegt zinnen toe met aanvullende informatie en/of details. De (meestal derde) uiteindelijke versie is de meest uitdagende. Echter, elke versie van de tekst bevat de basistekst en elk opvolgend niveau daarbinnen. Dit stapelen van het verhaal zorgt voor leessucces, want het is begrijpelijk en herkenbaar voor de leerlingen

Waarom is stapel-op-lezen waardevol voor docenten?

•        het bouwt lagen van herhaling in
•        het verschaft differentiatie
•        het helpt leesvaardigheid te ontwikkelen
•        het is te gebruiken met ICT
•        het versimpelt de lesplanning
•        in te zetten om leerlingen op lezen van examenteksten voor te bereiden

Tijdens de NTPRS 2012  zullen Laurie en Michele weer de workshop over embedded readings verzorgen in de ochtend-caroussel voor gevorderden.

Klik op: Embedded readings door Clarcq & Whaley – NL versie en bekijk een voorbeeld en de instructies hoe je het zelf in je eigen lessen toe kunt gaan passen.

Op de groep TPRStalk is een apart onderdeel waar docenten hun 'embedded readings' plaatsen: TPRStalk – files – embedded readings . Je moet jezelf eerst – gratis – inschrijven.

Michael Miller, docent Duits en auteur van de TPRS lesboeken voor Duits Michael und Sabine heeft op zijn site ook een groot aantal embedded readings geplaatst: Embedded readings – blühende Geschichte – Michael Miller

Vinden jullie (drietraps)raketlezen of stapellezen of stapel-op-lezen een goede term? Hebben jullie een betere term voor "embedded readings"? Of gewoon de Engelstalige term blijven gebruiken?

Met dank aan Michael Miller voor de foto's en Laurie (rechtsboven) en Michele (linksmidden)voor het gebruiken van hun artikel!

TPR Storytelling = te zeer docentgestuurd?

Tijdens een van onze laatste workshops merkte een deelnemer op dat een taalles op TPRS-wijze toch wel erg docentgestuurd was, en dat dit haaks staat op de overtuiging dat onderwijs vooral leerlinggestuurd zou moeten zijn.

In je lespraktijk heb je meerdere doelstellingen, en je rol als docent past zich aan aan deze verschillende doelstellingen. Staan bijvoorbeeld presentatietechnieken op het progamma (zoals bij mij op de Hotelschool), heb je als docent meer een coachende rol. Ook wanneer je examentraining geeft, is je rol meer begeleidend dan onderwijzend. Is je doelstelling echter het verwerven van nieuwe taalstructuren, moet je er in mijn ogen voor zorgen dat je leerlingen deze structuren zoveel mogelijk te horen krijgen.

Het klopt dan ook helemaal dat in de eerste stap in een TPRS-lessenserie, het ‘bouwen’ van een verhaal, de docent een groot deel van de les aan het woord is; hij of zij wil de leerlingen namelijk zoveel mogelijk de nieuwe taal laten horen. Onze hersenen zijn immers zodanig geprogrammeerd dat ze spontaan taal gaan produceren na deze taal keer op keer, in allerlei verschillende contexten gehoord te hebben. In deze stap zorgt de docent ervoor dat de nieuwe taalstructuren herhaaldelijk worden aangeboden, en voegt hieraan de juiste uitspraak en intonatie toe.

Wanneer de focus ligt op de output (spreek- en schrijfvaardigheid), worden de lessen uiteraard meer leerlinggestuurd.

Wat is jullie mening over de verhouding ‘docentgestuurd-leerlinggestuurd’? Welke verhouding is in jullie ogen de beste? Hoe realiseren jullie dit in je eigen lessen? Welke rol kan TPRS hierin spelen?

Alvast bedankt voor jullie reacties!

Groetjes,

Iris

Verhalen bouwen rondom de aanwijzende voornaamwoorden?

Een tijdje geleden gaf een collega aan het moeilijk te vinden een verhaaltje te bouwen rondom de aanwijzende voornaamwoorden. Nadat ze de verschillende opties had besproken en gecirkeld (bijvoorbeeld: “Wil Henk deze of die fiets?”), liep ze vast en had ze geen inspiratie meer om het verhaaltje verder te brengen.

Dit ‘probleem’ kun je op verschillende manieren oplossen:

a) We zijn snel geneigd de aanwijzende voornaamwoorden te gebruiken in combinatie met het lijdend voorwerp. Probeer ze echter ook eens te koppelen aan het onderwerp of plaatsbepaling (“Willen deze meisjes of die meisjes een nieuwe jurk?”, “Gaat Jan naar deze winkel of die winkel?”, etc.);

b) Beeld de aanwijzende voornaamwoorden fysiek uit: hang relevante foto’s/plaatjes op verschillende plaatsen in je lokaal of zet voorwerpen her en der in de ruimte neer.
Ook kun je je leerlingen individueel of in groepjes de rol van onderwerp, voorwerp of locatie geven. Zorg ervoor dat ze zich verspreiden door de klas.
Koppel vervolgens de foto’s/voorwerpen/leerlingen aan een van de aanwijzende voornaamwoorden en wijs of loop naar de verschillende ‘locaties’ telkens wanneer je een ander aanwijzend voornaamwoord belicht.

c) Gebruik extra details om ‘deze/die’-locatie of ‘dit/dat-voorwerp’ interessanter te maken, dus ‘die fiets, met de roze trappers’ in plaats van enkel ‘die fiets’.

d) Creëer een parallel verhaal rondom een persoon die niet ‘deze pennen wil’, zoals de hoofdpersoon uit het oorspronkelijke verhaal, maar juist ‘die (pennen), daar bij het raam’.

e) Dit laatste kun je ook doen wanneer je in gesprek gaat met je leerlingen (“Wil jij (= leerling A) dat boek, met de gouden kaft, of wil (leerling B) dat boek?” “Nee, (leerling B) wil niet dat boek, met de gouden kaft, maar dit boek, dat behoorlijk duur is”, etcetera.

Ik hoop dat jullie wat hebben aan deze tips. Veel succes met het uitproberen ervan!

Groetjes,

Iris

Gebarentaal en oude gewoonten

Afgelopen week merkte ik dat ik niet alleen als docent, maar óók als leerling nog wel eens verval in oude gewoontes. Ik zat als deelnemer én coach in een proefles Nederlandse Gebarentaal met TPRS. Het was de bedoeling dat ik de docent, die TPRS aan het leren is, feedback zou geven over de les. En dat was helemaal niet gemakkelijk! Blijkbaar vind ik het toch moeilijker om een les in gebarentaal te beoordelen dan een les in gesproken taal, omdat er bij gebarentaal zoveel andere dingen komen kijken dan bij een gesproken taal.

In het begin was het bijvoorbeeld niet voor iedereen duidelijk dat de docent een vraag stelde. Ze had net gebaard (en de betekenis met woorden en plaatjes duidelijk gemaakt) “mijn naam is Iris”, en vroeg toen aan een cursist: “is jouw naam Iris?” De cursisten begrepen niet dat dit een vraag was. De automatische reactie van de docent was: de vraag aan iemand anders stellen, de bevestigende zin nog eens herhalen, nóg eens de vraag stellen, enzovoort, net zolang tot we hadden geraden wat het betekende. Dit is een werkwijze die veel wordt gebruikt, maar die in TPRS juist níet wordt gebruikt. Het effect is namelijk dat mensen moeten gaan raden en onzeker worden. Bovendien kost het veel tijd, kostbare tijd die beter aan begrip en verwerving besteed kan worden. De TPRS-manier om dit op te lossen is: de vertaling op het bord schrijven. Dit is HEEL BELANGRIJK! Het is dan in één keer duidelijk wat je bedoelt. Bovendien kon de docent de “vertaling” dan gebruiken om duidelijk te maken hoe wij konden zien dat ze een vraag stelde, door op de woorden te wijzen bij het gebaren, en door verband te leggen tussen het vraagteken en de hoofdhouding en gezichtsuitdrukking (waaruit blijkt dat je een vraag stelt). Dit is grammatica in context, ofwel betekenisgrammatica.

Ook was ik als deelnemer dankbaar voor uitleg die ze gaf over het ontbreken van een mondbeeld bij persoonlijk voornaamwoorden (dit betekent dat je mond niet beweegt als je op een persoon of naar jezelf wijst). Zeker als taaldocent die ervan houdt talen uit te pluizen en op basis van regeltjes zinnen in elkaar te knutselen vond ik het prettig om deze informatie te krijgen. Ik wist wel dat het niet des TPRS is, maar kon pas ná de les bedenken hoe het dan wél had gemoeten. In TPRS geldt: géén algemene regels! Alle uitleg die je geeft, gaat alléén over precies dát wat je net hebt gezegd. Dus als de docent gebaarde “ik heet Iris”, dan hoefde ze alléén te laten zien dat bij “ik” geen mondbeeld hoort. Op een ander moment gebaarde ze “hij heet Tom”, en kon ze laten zien dat bij “hij” geen mondbeeld hoort. Dit is wat ze noemen “grammatica-popups”, of ook wel “betekenisgrammatica”. Het gaat altijd om de betekenis van de woorden/gebaren/mondbeeld op DAT moment. Hiermee krijg je het voor elkaar dat mensen gaan gebaren ZONDER na te denken. Zodra je een regel gaat geven, gaan mensen nadenken bij het gebaren, en gaat de communicatie haperen!!!

Het was voor mij heel leerzaam om na te denken over TPRS ten behoeve van gebarentaal, en om te merken dat ik als deelnemer en talenfreak anders reageer dan als coach. Wil dat dan zeggen dat ik het als coach helemaal mis heb? Ik denk van niet. Als coach overzie ik het hele leerproces, als deelnemer alleen dat kleine stukje waar ik mee bezig ben.

In welke oude gewoonten verval jij nog wel eens? Als docent? En als leerling?

Kirstin Plante