Netwerkbijeenkomst TPRS 16-06-2012; foto door Christine van Hoorn Ik heb pas kort geleden kennis gemaakt met TPRS, en wil er zo snel mogelijk mee van start gaan. Ik geef les op een ISK in Amsterdam (NT2 aan jongeren die net in Nederland zijn en worden klaargestoomd voor het voortgezet onderwijs). Pubers zijn eerlijke doelgroep : als je met een werk- op spelvorm komt die ze leuk vinden is het enthousiasme bijna tastbaar; geef je ze iets saais te doen, dan hangen ze achterover in hun stoel te gapen.

Ik probeer in mijn lessen steeds te werken met stof die aansluit op hun belevingswereld. Nederlandstalige R&B en hip hop, mooie internettools, spelletjes, samenwerkingsopdrachten. Soms maken we samen rare verhalen om schooltaalwoorden (woorden en woordcombinaties die later in de reguliere lesboeken terugkomen) te oefenen. Hoe maffer het verhaal en hoe meer details vanuit de klas, hoe leuker de leerlingen het vinden.

De leerlingen leren snel, houden ervan betrokken te worden en struikelen bij spreekvaardigheid over bijvoorbeeld zinsopbouw. Ik geloof dat in TPRS van alles samenkomt wat ik mijn leerlingen wil leren. Ik heb daarom een training gevolgd (bedankt Alike van Taalleermethoden.nl!) en ga gewoon maar beginnen, en wel komende maandag.

Omdat we als NT2-ers TPRS-pioniers zijn (er is bijvoorbeeld nog geen lesmateriaal) breek ik m’n hoofd over hoe ik het ga aanpakken. Het begin is makkelijk: ik verzin een verhaaltje van drie structuren, bereid de circelvragen voor, lees nog wat van Ben Slavic en ga aan de slag.

Netwerkbijeenkomst TPRS 16-06-2012; foto door Christine van HoornMaar hoe maak ik hier straks een gestructureerd TPRS-aanbod van? Welke doelstructuren ga ik behandelen, wat is het meest noodzakelijk, welke verhaaltjes bied ik aan : wanneer is het volledig en genoeg?

Graag ga ik met andere TPRS-docenten NT2 in gesprek die al bezig zijn, materiaal hebben ontwikkeld en ook met deze vragen worstelen / al antwoorden hebben. Met wie kan ik hier verder over praten?

Veel dank!

Sofie Blaisse : sofieblaisse@gmail.com

Foto’s copyright Christine van Hoorn