Verhaal bouwen met de klas – een verlegen hoofdpersoon!

Afgelopen week heb ik met één van mijn nieuwe groepen Spaans een verhaal gebouwd. Na de kennismaking, en nadat ik mijn leerlingen had uitgelegd hoe het bouwen van een verhaal in zijn werk ging en wat ik hierbij van hen verwachtte, gingen we aan de slag.

De hoofdpersoon bleek een jongen te zijn, Max. Max is een van mijn (nieuwe) leerlingen, dus toen we hadden bepaald dat de hoofdpersoon Max was, ging mijn non-verbale aandacht uit naar Max: ik lachte eens extra vriendelijk naar hem, en ik keek hem wat vaker aan. Max vond alles prima, en zat me lichtelijk geamuseerd en verwachtingsvol aan te kijken.

Toen we enige statements over Max verder waren, besloot ik Max zelf eens te vragen of ‘hij inderdaad passioneel techno wilde dansen’. Max keek me ontzet aan, en zei dat de hij écht niet de Max was uit het verhaaltje..! Dat had ik niet aan zien komen, mede doordat me dat nog niet eerder was overkomen! Ik was er namelijk van overtuigd dat het overduidelijk was dat Max-uit-mijn-klas ook de Max-uit-het-verhaal was…

Ik besloot vervolgens de klas te vragen of er inderdaad sprake was van twee Max-en; misschien had ik een belangrijk stukje informatie gemist… Volgens de klas was dit echter niet het geval, en was onze Max ook onze hoofdpersoon. Gesteund door de reactie uit de klas besloot ik Max daarom eens flink in het zonnetje te zetten: uiteraard was de klas-Max ook de verhaal-Max, want Max was superslim, enorm knap en ook nog eens een kei in dansen, en dit soort unieke mensen wil uiteraard op een passionele manier techno dansen.

Gaandeweg zag ik Max wat ontspannen en meer en meer meegaan in het verhaal, totdat hij akkoord ging met het feit dat het verhaal over hem ging.

Om dergelijke misverstanden met nieuwe groepen in de toekomst te voorkomen, neem ik me voor het ‘ophemelen’ van de hoofdpersoon meteen vanaf het begin toe te passen, evenals het stellen van (een) check-vra(a)g(en) aan de hoofdpersoon, uiteraard in combinatie met mijn non-verbale communicatie richting de hoofdpersoon.

Is jullie iets dergelijks ook al overkomen? Hebben jullie eventueel (andere) ideeën om hiermee om te gaan/dergelijke misverstanden te voorkomen?

Alvast bedankt voor jullie reacties!

Groetjes,
Iris

TPRS in de rolstoelles – 2 –

Zoals ik al eerder in een kort stukje vertelde geef ik les aan lichamelijk gehandicapte mensen in Zuid – Limburg. Vorig jaar heb ik daar van september tot december met mijn vrienden de Spaanse taal geoefend. En dit jaar mocht ik weer drie maanden eraan vastplakken.

Het is een groep die uitsluitend met TPRS werkt, geen huiswerk krijgt, niet kan schrijven (sommigen), maar wel kan lezen.

Dit maakt, dat ik erg alert moet blijven op mijn tempo (heel langzaam, dus!) en op de hoeveelheid nieuwe woorden die aangereikt kunnen worden. En… het verhaal moet iets met hen te maken hebben. Ook dat ligt gevoelig: niet iedereen kan lopen of goed zien. Dus ik moet de verhalen zo maken, dat iedereen zich erin herkend. En die dingen, die zij zelf niet kunnen, die laten we een olifantje en een kikker doen. En oh wee, als ik een keertje de poppetjes vergeten heb. Smoesjes zoals: het olifantje was verkouden en de kikker had hoofdpijn werken maar een keer. Maar toch hebben we dan geoefend hoe je “verkouden” en “hoofdpijn” zegt.

Wat ik jullie nog wil meegeven is, dat ik me enorm verbaas over hoeveel ze onthouden! Want eerst zeiden ze allen tegen mij: “Wij leren toch niks. Probeer maar, zul je zien…” En nu geven ze mij op alle vragen antwoorden en proberen elkaar te overtroeven.

Soms loopt eentje zomaar weg. Dan heeft iemand hem gezegd, dat hij te veel zeurt. Eerst vroeg ik me af wat ik moest doen. Maar algauw bleek, dat de nieuwsgierigheid het wint van de boosheid, want hup!, daar rolde de rolstoel weer binnen.

Ook dit is anders dan anders. Het zijn volwassen mensen, maar soms reageren zij als lastige kinderen. Dan zet ik een liedje op en deel de tekst uit en is de rust weer in de groep gekeerd.

Heeft een van jullie ervaring met dit soort lessen? En zo ja, wat voor tips geef je me? Alvast mijn dank voor het meedenken.

Lieve groet aan allen en een fijne week, Ingrid

Personalisaties en vakjargon

Tijdens mijn Spaanse lessen op de Hotelschool oefen ik het ‘huis-tuin-en-keuken’ Spaans graag d.m.v. persoonlijke gesprekjes met mijn studenten. Op die manier bepalen zij voor een groot deel de onderwerpen die aan bod komen, terwijl ik via het stellen van allerlei cirkelvragen ervoor zorg dat de relevante grammaticale structuren voldoende aan bod komen.

Ook het inoefenen van vakjargon en standaard hotellerie-structuren vormt echter een belangrijk onderdeel van de les. Maar ja, hoe maak je iets wat standaard is nu interessant en persoonlijk?

Voor mij heeft personalisatie in TPRS altijd betekend ‘cirkelvragen stellen rondom de interesses/voorkeuren/ervaringen van je studenten’, maar nadat ik deze zomer naar de TPRS-Conferentie in Las Vegas ben gegaan, is het me meer en meer duidelijk geworden dat een eenduidige interpretatie van ‘persoonlijk’ niet bestaat. Voor de ene docent is het bepalen dat ‘student X een fan is van Y’ persoonlijk, omdat je de les opbouwt rondom deze student (ook al is hij/zij in het echte leven misschien helemaal geen fan van Y), terwijl de ander een kort klassengesprekje aan het begin van de les over het thema van die dag, om het ijs te breken en de groep een bepaalde focus bij te brengen, al voldoende vindt.

Dit inzicht gaf me nieuwe inspiratie om verder te gaan experimenteren: vorige week ben ik weer begonnen met lesgeven, en heb ik mijn studenten als opdracht gegeven hun favoriete (droom-)restaurant & hotel, en favoriete persoon te tekenen, met daarbij een paar steekwoorden in het Spaans. Deze tekeningen heb ik voor mezelf gekopieerd, zodat ik ze het hele blok (= bij ons acht weken) bij de hand heb. Vervolgens heb ik samen met de studenten een setting gecreëerd waarin droomhotel X en favoriete persoon Y (= voorkeuren van willekeurige studenten) de hoofdrol spelen. Eén van mijn studenten was de receptionist. Toen heb ik samen met hen de checking-in procedure via het stellen van cirkelvragen doorgenomen (“Zegt Priscilla (=student/receptioniste) tegen persoon Y Goedemiddag, meneer/mevrouw Y, welkom in hotel X. Waar kan ik u mee van dienst zijn? of zegt ze Goedemiddag, mag ik je paspoort” etc. etc.).

De studenten keken in het begin nogal op van deze ‘kinderachtige’ werkwijze, maar vonden het gaandeweg wel grappig, had ik het idee. Voor mij was het echter hard werken, omdat ik merkte dat mijn studenten gehinderd werden door hun algemene kennis van de check-in procedure (“Maar je zegt als receptionist toch niet alleen de naam van het hotel, maar ook je eigen naam??” etc.). Hierdoor luisterden ze niet goed naar hoe ze deze standaard stappen in het Spaans moeten zeggen. Dat had ik niet voorzien..!

Nou ja, ik probeer dit de komende weken bij te stellen en dan hoop ik dat ik wat handiger wordt in deze werkwijze. Werken jullie met personalisaties in je lessen? Zo ja, hoe doen jullie dat dan? Hebben jullie nog tips and tricks voor mij soms :-) ?

Alvast bedankt voor jullie reacties, enneh…ik houd jullie op de hoogte van mijn (hopelijk :-) ) vorderingen!

Groetjes, Iris