Woordkompas : (gratis) vocabulaire goudmijn voor NT2 docenten en cursisten

Wat ben ik als docente Frans jaloers op de NT2 docenten! Want zij kunnen hun cursisten gebruik laten maken van het Woordkompas. In het Woordkompas vind je veel meer dan in een gewoon woordenboek: je vindt er de Nederlandse taal zoals deze dagelijks gebruikt wordt.

Siel van der Ree heeft het Woordkompas ontwikkeld met (wijlen) Puck Tazelaar en enkele andere dames en hij heeft het Woordkompas gelukkig online GRATIS beschikbaar gesteld. In april heeft hij mij daar al een link van gestuurd en ik moet tot mijn grote schaamte en schande bekennen dat ik die al die tijd heb laten liggen… Daarom nu snel de link naar de homepage van het  WOORDKOMPAS VOOR NEDERLANDS ALS VREEMDE EN ALS TWEEDE TAAL.

Als je naar de database zelf wilt, dan dien je de link hierachter te volgen, naar de pagina ‘De oorspronkelijke lemma’s‘. Door op een letter te klikken kom je op de pagina met alle lemma's van die betreffende letter.

Hieronder citeer ik de tekst van de homepage:

"Halfgevorderde & gevorderde NT2-cursisten èn  collega's Nederlands in het buitenland blijven standaardfouten maken, waar ze niks aan kunnen doen! Ze schrijven bijvoorbeeld ‘een erge griep krijgen’ i.p.v. ‘een zware griep oplopen’ en ‘een koude krijgen’ i.p.v. ‘kou vatten’: ze kunnen onmogelijk 'bedenken' en nergens opzoeken, hoe het wel normaal klinkt. Dit wreekt zich natuurlijk het duidelijkst bij schrijven: de voorbeelden hierboven komen ook uit e-mails van collega's in midden Europa.

Om dit soort problemen te helpen oplossen hebben we, al jaren geleden, de z.g. Woordkompassen ontwikkeld.

Deze site, met een lange geschiedenis, is een voorlopige opzet: we willen een bruikbare website maken waarin je direct alles vindt wat we te bieden hebben en dat is:

  • tekst ter uitleg
  • verwantschappen
  • vaste verbindingen

Vreemde taalleerders vragen immers om …
1) eenvoudige maar veelzeggende voorbeelden
2) met een precisering van de betekenis via (lexicale) verwanten
3) en een overzicht van de gebruiksmogelijkheden.

Je kunt het woordkompas ook gebruiken als leerwoordenboek, d.w.z. door de bestudering van lemma’s de woorden beter onthouden. Onderzoek aan het brein heeft de realiteit hiervan inmiddels bevestigd.

Deze voorlopige opzet houdt in, dat we ons bestaand materiaal ter beschikking stellen in pdf-vorm. Die moet je dus eerst downloaden om het makkelijk te hanteren.

De definitieve vormgeving houdt meer in : Een volwaardig Wiki-woordkompas waarbij je niet alleen direct alles kunt vinden bij een woord (en je ook de weg leert naar bijvoorbeeld verwante lemma’s en links naar woordenboeken met uitdrukkingen), maar ook zelf ideeën kunt toevoegen. Op die manier blijft het actueel.

Voor dit project zijn we  op zoek naar mensen en middelen."

Tot zover het citaat van de homepage van de website van het Woordkompas. Zoals je ziet zoekt Siel van der Ree mensen en middelen; neem contact met hem op als je mogelijkheden hebt of weet! Je kunt hem bereiken via: ssalto@me.com

Het zijn niet 'woordjes' en 'grammaticale structuren', maar woordjes en taalflarden die de basiseenheden voor taal leren vormen. Dit verklaart ook waarom native speakers zo weinig en vreemde taal-leerders zoveel moeite hebben met z.g. welgevormde zinnen, zinnen dus die ook normaal klìnken.  Lees hier meer over de achtergronden van het Woordkompas.

In het verleden hebben Siel en ik een oproep geplaatst in het Levende Talen Magazine om te vragen of collega's van de andere talen ook een Woordkompas zouden willen hebben, maar daar hebben we amper respons op gekregen, dus we hebben "nee" geconcludeerd. Wat vinden jullie, collega's MVT, zouden jullie het fijn vinden om een Woordkompas tot je beschikking te hebben?

Allemaal een heel fijn nieuw schooljaar gewenst en hartelijke groeten van Alike

TPRS en TPR & de klassieke talen – écht wel!

TPRS wordt niet alleen gebruikt door taaldocenten moderne vreemde talen, NT2 en gebarentaal, maar ook door docenten klassieke talen! In Amerika loopt er al een heel groepje van rond. Maar we hebben sinds een aantal jaren ook op eigen bodem een jonge enthousiaste docent die niet alleen TPRS maar ook TPR en andere methoden gebruikt in zijn lessen Latijn en Grieks! Graag stel ik jullie voor aan Casper Porton. Hij is docent klassieke talen op de Kees Boekeschool in Bilthoven, ook wel De Werkplaats kindergemeenschap genoemd. Hij heeft daarnaast zijn eigen taalbureau in Hilversum waar hij lessen klassieke talen en cultuur geeft aan volwassenen en bijlessen aan jongeren én hij werkt als dansleraar Latin, Ballroom, Salsa en Disco bij Danscentrum Cornelissen  in Utrecht!

Deze swingende docent klassieke talen zal hier ook regelmatig zijn verhaal doen als nieuwe TPRS blogschrijver, waarvoor we hem heel dankbaar zijn! Casper heeft ook een eigen blog, Classiculus. Zijn laatste blogbijdrage gaat over de Griekse voorzetsels en daar heeft hij een prachtig tekeningetje bij van muizen, kaas en een kat, maar ook een geweldige tekening van een leeuw en een man. Verder geeft hij er uitleg hoe je zo'n voorzetsel-les zou kunnen doen. Al eerder heeft Casper op zijn blog geschreven over de Latijnse voorzetsels. Daar legt hij uit dat hij begint met TPR; dat geeft hij bij de Griekse voorzetsels niet expliciet aan, maar ook hier kun je uiteraard beginnen met TPR. Bij de plaatjes zou ik ook nog vragen stellen als : Is/zit de kat achter de kaas? Juist, de kat is/zit achter de kaas! Zit de kat voor de kaas? Prima, de kat zit achter de kaas, de kat zit niet voor de kaas. Zijn de muizen achter de kaas? Juist, de muizen zijn niet achter de kaas, de muizen zijn voor en in de kaas. De kat zit achter de kaas. Wie zitten er voor en in de kaas? Ja, de muizen zitten voor en in de kaas! Ben jij achter de kaas? Inderdaad, jij bent in de klas en jij bent niet achter de kaas. Wie zit achter de kaas? Klopt, de kat zit achter de kaas. Eerst deze vragen alvorens over te gaan tot de "waar" vragen. Dus via cirkelvragen eerst samen het vocabulaire verder opbouwen, nadat er met TPR al een start is gemaakt. Voor Latijn heeft Casper ook nog andere les voorbeelden, met een plaatje erbij van een hamster. Die staan op deze bladzijde van zijn blog. Je zou ze (diagnostisch) kunnen toetsen met een tekendictee. 

Voor degenen voor wie TPR een onbekende term is: de afkorting staat voor Total Physical Response = een taal letterlijk al doende en fysiek leren. TPR is in de zeventiger jaren van de vorige eeuw ontwikkeld door James Asher en er is veel wetenschappelijk onderzoek naar gedaan. In Nederland en België is (en wordt) het veel gebruikt bij NT2, maar bij de moderne vreemde talen wordt het amper ingezet, hoogstens eens als onderdeel van een lesje over bijvoorbeeld, jawel, de voorzetsels of het lichaam of de dagelijkse routine. Maar daarmee doe je TPR écht tekort! Sinds ik per januari schrijf op mijn blog over de TPRS technieken die Ben Slavic beschrijft in zijn boek TPRS in a Year! ben ik weer meer met TPR gaan doen in de les. Niet heel lang steeds, maar het is als brainbreak en als onderdeel waarbij  de lichamelijk-kinesthetische intelligentie aan wordt gesproken een prettig onderdeel van de les, waarbij iedereen even lekker beweegt en we zo samen lol hebben én er tevens goede taalverwerving op de lange termijn plaats vindt.

TPRS is ontwikkeld door Blaine Ray vanuit TPR, nadat hij er een tijd succesvol mee gewerkt had, maar ook tegen de grenzen van TPR op was gelopen.

Ik vind dat TPR en TPRS elkaar prachtig aanvullen! In het Nederlandstalige handboek Storytelling voor het talenonderwijs – handboek TPRS voor docenten MVT en NT2 van Blaine Ray en Contee Seely staat een korte uitleg over hoe je TPR toe kunt passen :

  • Bijlage C, Frequentielijsten en TPR woordenlijst
  • Bijlage F, Beginnen met TPR

Voor wie zich verder in TPR wil verdiepen: Ramiro Garcia heeft een praktisch boek geschreven over het gebruik van TPR in de les: Instructor's notebook, how to apply TPR for best results.

Werk jij ook (wel eens) met TPR in je lessen? Wat zijn jouw ervaringen ermee?

Met collegiale groeten, Alike Last

TPRS voor NT2 : Hoe en wat?

Netwerkbijeenkomst TPRS 16-06-2012; foto door Christine van Hoorn Ik heb pas kort geleden kennis gemaakt met TPRS, en wil er zo snel mogelijk mee van start gaan. Ik geef les op een ISK in Amsterdam (NT2 aan jongeren die net in Nederland zijn en worden klaargestoomd voor het voortgezet onderwijs). Pubers zijn eerlijke doelgroep : als je met een werk- op spelvorm komt die ze leuk vinden is het enthousiasme bijna tastbaar; geef je ze iets saais te doen, dan hangen ze achterover in hun stoel te gapen.

Ik probeer in mijn lessen steeds te werken met stof die aansluit op hun belevingswereld. Nederlandstalige R&B en hip hop, mooie internettools, spelletjes, samenwerkingsopdrachten. Soms maken we samen rare verhalen om schooltaalwoorden (woorden en woordcombinaties die later in de reguliere lesboeken terugkomen) te oefenen. Hoe maffer het verhaal en hoe meer details vanuit de klas, hoe leuker de leerlingen het vinden.

De leerlingen leren snel, houden ervan betrokken te worden en struikelen bij spreekvaardigheid over bijvoorbeeld zinsopbouw. Ik geloof dat in TPRS van alles samenkomt wat ik mijn leerlingen wil leren. Ik heb daarom een training gevolgd (bedankt Alike van Taalleermethoden.nl!) en ga gewoon maar beginnen, en wel komende maandag.

Omdat we als NT2-ers TPRS-pioniers zijn (er is bijvoorbeeld nog geen lesmateriaal) breek ik m’n hoofd over hoe ik het ga aanpakken. Het begin is makkelijk: ik verzin een verhaaltje van drie structuren, bereid de circelvragen voor, lees nog wat van Ben Slavic en ga aan de slag.

Netwerkbijeenkomst TPRS 16-06-2012; foto door Christine van HoornMaar hoe maak ik hier straks een gestructureerd TPRS-aanbod van? Welke doelstructuren ga ik behandelen, wat is het meest noodzakelijk, welke verhaaltjes bied ik aan : wanneer is het volledig en genoeg?

Graag ga ik met andere TPRS-docenten NT2 in gesprek die al bezig zijn, materiaal hebben ontwikkeld en ook met deze vragen worstelen / al antwoorden hebben. Met wie kan ik hier verder over praten?

Veel dank!

Sofie Blaisse : sofieblaisse@gmail.com

Foto’s copyright Christine van Hoorn