Ter variatie op het vragenstellen doe ik ook wel eens een uitspraak die niet klopt - in plaats van een vraag te stellen dus.

Er was bijvoorbeeld een klein roze libelletje dat een bril nodig had en naar de opticien in Parijs is gegaan om een speciale bril te zoeken. Tussen al het cirkelen = vragen stellen door zeg ik opeens, met het gebaar van heel groot erbij: "Er is een hele grote roze libel!" Je ziet de klas nadenken: “Begrijpen we dat goed : groot?!” Men kijkt elkaar aan en dan roept iedereen verontwaardigd in koor: “Noooon, petite!" of als ze al iets verder zijn: "Non, une petite libellule rose!”  En dan zeg ik met een onschuldige blik: "Aaaah, oui, il y avait une petite libellule rose, il n’y avait pas de grande libellule rose!"  En dan moeten ze lachen en kijken mij zo aan van ‘’Grappenmaker! Ons neem je niet in de maling!” Hebben jullie nog bepaalde variaties op het vragen stellen? Hieronder zet ik de gebruikte (Franse) structuren, vocabulaire, cognaten en TPR woorden

Structuren
il y avait  er was
avait besoin de had nodig
est allée à… is naar … gegaan 

Vocabulaire
une libellule een libel
des lunettes een bril
pour chercher om te zoeken

Cognaten
spéciales  speciaal
rose roze
un opticien een opticien

TPR
petite klein
grande groot
cherche/cherchez
zoek(en)

Met collegiale groeten,
Alike Last