PQA-hobbels deel I

Stel, je praat in je les over Erna, die wil dansen. Je hebt Erna een beetje uitgehoord over wanneer en waar zij wil dansen, en nu is het tijd om de klas iets te laten invullen. Eén van de mogelijke manieren om PQA te doen, is door niet alleen de leerling zelf, maar ook anderen ideeën te laten aandragen voor zijn of haar persoonlijke vehaal. Goed, je vraagt dus welke dans Erna wil dansen, en Boris, een heel timide leerling, zegt: “Salsa”. Je bent zó blij dat Boris eindelijk eens wat zegt, dat je zijn idee meteen overneemt: “Natuurlijk! Erna wil Salsa dansen!” (ooooh!)

Maar dan begint Erna te mopperen dat ze helemaal niet van Salsa houdt! Wat nu? Je wilt Boris’ idee honoreren, maar ook de danseres een goed gevoel geven. Het gaat tenslotte over háár.

Wat je kunt doen is zeggen dat Erna inderdaad normaal niet van Salsa houdt, maar op deze ene speciale avond tóch Salsa wil dansen, omdat … (ruimte voor suggesties van de klas) … er een speciaal persoon is met wie ze wil dansen / er een prijs mee gewonnen kan worden / er een recordpoging Salsadansen wordt gedaan / enz. Wedden dat ze het er nu wel mee eens is?

Voor andere ideeën om dit soort dilemma’s op te lossen houd ik me aanbevolen!

Kirstin

Inspiratie voor nieuwe verhalen

Bij TPRStorytelling staat het vertellen ofwel vragen van  verhalen centraal. De te leren woorden en structuren worden immers aangeboden in de context van een verhaal. Als een verhaal aansluit bij de belevingswereld van onze cursisten en de inhoud boeiend is, kunnen wij de nieuwe woorden en structuren vaak genoeg herhalen (cirkelen) om taalverwerving te bewerkstelligen. Het verhaal – de herkenbare situatie, de grappige of interessante details – zorgen er dan voor dat de herhalingen niet gaan vervelen, waardoor de cursisten zouden kunnen afhaken.

Het is gewoon een briljant concept: simpel en efficiënt! Maar waar vind je de inspiratie voor al die verhalen? Elke week opnieuw!

Voor mijn beginnerslessen put ik vaak uit Het hele verhaal van Elizabeth Skelton (Arcos 2010). Daarin staan zo veel originele verhaaltjes met succesgarantie. Een voorbeeld is Verjaardag op blote voeten. Echt een aanrader!

Voor mijn lessen aan gevorderde cursisten ben ik meer op mijn eigen ideeën aangewezen. En die ontbreken wel eens. Maar eigenlijk worden wij omringd door verhalen, wij moeten alleen maar leren deze ook te zien.

Hier een voorbeeld: ik was uitgenodigd voor een jaren 80-feestje en wist niet wat ik aan moest doen. Niet dat ik meteen doorhad dat hier stof voor een verhaal in zat. Maar toen Kirstin, mijn docente Spaans die ook op het feestje was, in haar les over themafeestjes begon, had ik weer ideeën voor meer dan drie lessen. Denk maar aan de mogelijkheden die dit thema biedt! De meeste mensen zijn wel eens op een themafeestje geweest, het sluit dus aan bij hun belevingswereld. Met dit thema kun alle kanten op. Je cursisten kunnen de gekste thema’s bedenken. Details toevoegen is een makkie. Qua woordenschat kun je de hele kledingkast kwijt, van schoenen t/m hoofdbedekkingen. En ook als het gaat om de doelstructuren zijn de mogelijkheden haast onbeperkt. Hier een paar voorbeelden:

hij/zij trok … aan; hij/zij had … aan;
een groene jas; een zwart vest;
hij/zij wilde eruitzien als …; je moet eruitzien als …;
hij/zij was uitgenodigd voor een feestje (door) …;
hij/zij vond … niet leuk; hij/zij had een hekel aan …;
hij/zij had … nodig.

Aan de genoemde structuren kun je meteen zien dat je het thema voor verschillende niveaus kunt gebruiken, afhankelijk van de structuren die je kiest. Uiteraard kies je maar twee tot drie nieuwe structuren per verhaal.
Hier de thema’s die mijn cursisten gekozen hebben:
Je moet eruitzien als iets wat of iemand wiens naam begint met de letter ‘p’!
Je moet eruitzien als een bekende acteur of actrice/als een bekende persoon.

Ook bestaande verhalen zijn leuke inspiratiebronnen voor nieuwe verhalen. Bijvoorbeeld het gedicht Tante Trui en Tante Toosje van Annie M.G. Schmidt (zie Tante Trui en tante Toosje) of het filmpje van Koefnoen over Lady Gaga in Amsterdam. Daarin zie je hoe Lady Gaga naar de slager gaat om vlees te passen voor haar nieuwe outfit. Ten slotte draagt zij … Kijk er zelf maar naar! Koefnoen Lady Gaga

Nadat je een of meerdere verhalen gevraagd hebt waarin je de ideeën, woorden en structuren uit de tekst of film hebt verwerkt, kun je het origineel samen lezen of bekijken. Het filmpje van Koefnoen zou je ook kunnen gebruiken om te checken of de cursisten de doelstructuren verworven hebben. Het is helemaal zonder woorden. Ideaal! Je laat het zien en achteraf door de cursisten mondeling of schriftelijk navertellen.

 

Ik hoop dat ik jullie hiermee op nieuwe ideeën voor verhalen gebracht heb. Zoals ik al schreef, heb ik zelf ook inspiratie nodig. Dus als jullie leuke ideeën hebben, willen jullie die dan hier op dit forum met mij en met elkaar delen? Ik kijk ernaar uit!!!

 

Veel inspiratie!

Groetjes,
Angela

Gevraagd : handen-uit-de-mouwen types

 

Gezocht : Bestuursleden en/of werkgroepleden Stichting tprs Platform

De recent opgerichte Stichting tprs Platform is een non-profit organisatie die werkt met vrijwilligers. Doelen zijn het geven van meer bekendheid aan TPRS en het ondersteunen van TPRS-docenten en het stimuleren van onderlinge uitwisseling.

Wij zijn op zoek naar collega’s die net zo enthousiast zijn als wij over TPRS en die mee willen werken als bestuurslid en/of als werkgroeplid.

Activiteiten liggen op het gebied van:

  • het organiseren van TPRS netwerkbijeenkomsten
  • het organiseren (inter)nationele studiedagen en congressen over TPRS en Begrijpelijke Input 
  • het organiseren van studiereizen 
  •  het coördineren en in gang zetten van onderzoek naar TPRS en Begrijpelijke Input 
  • het vertegenwoordigen van de stichting en het verstrekken van informatie op studiedagen en congressen (in een stand) 
  • overige PR-activiteiten via de nieuwe en oude media 
  • het bijhouden van de stichtingswebsite 
  • het coördineren van de TPRS community op Digischool

Werk je met TPRS en één of meer van deze activiteiten spreken je aan, stuur dan alsjeblieft je cv per email naar info@tprsplatform.nl dan nodigen we je uit voor een kennismakingsgesprek. Wil je eerst meer informatie, neem dan ook contact op via het genoemde e-mailadres.

TPRS in de rolstoelles – 2 –

Zoals ik al eerder in een kort stukje vertelde geef ik les aan lichamelijk gehandicapte mensen in Zuid – Limburg. Vorig jaar heb ik daar van september tot december met mijn vrienden de Spaanse taal geoefend. En dit jaar mocht ik weer drie maanden eraan vastplakken.

Het is een groep die uitsluitend met TPRS werkt, geen huiswerk krijgt, niet kan schrijven (sommigen), maar wel kan lezen.

Dit maakt, dat ik erg alert moet blijven op mijn tempo (heel langzaam, dus!) en op de hoeveelheid nieuwe woorden die aangereikt kunnen worden. En… het verhaal moet iets met hen te maken hebben. Ook dat ligt gevoelig: niet iedereen kan lopen of goed zien. Dus ik moet de verhalen zo maken, dat iedereen zich erin herkend. En die dingen, die zij zelf niet kunnen, die laten we een olifantje en een kikker doen. En oh wee, als ik een keertje de poppetjes vergeten heb. Smoesjes zoals: het olifantje was verkouden en de kikker had hoofdpijn werken maar een keer. Maar toch hebben we dan geoefend hoe je “verkouden” en “hoofdpijn” zegt.

Wat ik jullie nog wil meegeven is, dat ik me enorm verbaas over hoeveel ze onthouden! Want eerst zeiden ze allen tegen mij: “Wij leren toch niks. Probeer maar, zul je zien…” En nu geven ze mij op alle vragen antwoorden en proberen elkaar te overtroeven.

Soms loopt eentje zomaar weg. Dan heeft iemand hem gezegd, dat hij te veel zeurt. Eerst vroeg ik me af wat ik moest doen. Maar algauw bleek, dat de nieuwsgierigheid het wint van de boosheid, want hup!, daar rolde de rolstoel weer binnen.

Ook dit is anders dan anders. Het zijn volwassen mensen, maar soms reageren zij als lastige kinderen. Dan zet ik een liedje op en deel de tekst uit en is de rust weer in de groep gekeerd.

Heeft een van jullie ervaring met dit soort lessen? En zo ja, wat voor tips geef je me? Alvast mijn dank voor het meedenken.

Lieve groet aan allen en een fijne week, Ingrid

TPRS in een jaar

Ben Slavic teaching KrashenEerlijk gezegd heb ik een enorme hekel aan 'voornemens voor het Nieuwe Jaar' en ik weiger dan ook daaraan mee te doen. Toch heb ik in tegenspraak daarmee besloten om vanaf januari 2013 wekelijks Ben Slavic's boek "TPRS in a year!" te gaan volgen en daarvan verslag te gaan doen ; net zoals Julie Powell een jaar lang alle recepten van Julia Child – die de Franse keuken in Amerika gepopulariseerd heeft – gekookt heeft en daarvan een blog bijhield ; zie de film Julie & Julia of het boek.

In 2007 heb ik TPRS in Nederland geïntroduceerd en sindsdien werk ik er ook mee. Ondanks de grote speelruimte en vrijheid bij TPRS kom je toch vaak in een bepaalde routine terecht en om weer eens een frisse wind te laten waaien, had ik halverwege december besloten om vanaf januari elke week een andere techniek in mijn lessen in het zonnetje te gaan zetten, met Ben's boek als leidraad. Ik ga daarvan wekelijks verslag doen op mijn blog 'Alike in TPRS Wonderland'.

Ben behandelt in zijn TPRS handboek 49 technieken :

  • 15 technieken voor TPRS Stap 1 – betekenis geven (en personaliseren)
  • 10 technieken voor TPRS Stap 2 – het verhaal vragen
  • 24 "fun skills" – om extra speelsheid in de lessen te brengen 

Ben zegt over deze technieken dat je helemaal zelf moet weten hoe je ze ontwikkelt en welke je gebruikt en dat sommige docenten er maar enkele hanteren en dat anderen er heel veel gebruiken. Hij stelt voor om elke techniek zo'n 2 weken uit te proberen en vervolgens die technieken erin te houden, waarvan je ziet dat ze het leerproces van de leerlingen intensiveren én die bij jezelf passen.

Even terzijde: zoals je ziet, komt in zijn boek stap 3 – lezen – niet aan bod. Zie daarvoor bv. filmpjes die op zijn school gemaakt zijn : Ben Slavic on reading. Mira Canion en Carol Gaab zijn gespecialiseerd in lezen en TPRS en hebben daar veel materiaal en workshops voor ontwikkeld, maar dat is weer iets voor een andere blogbijdrage! 

Gebruiken jullie veel verschillende TPRS technieken of weinig? En welke dan? Misschien is 't wel leuk als meer mensen elke week een(zelfde) techniek in de schijnwerper zetten en als we daar dan met elkaar onze ervaringen over gaan uitwisselen?! Wie doet er mee?

Een goede jaarwisseling gewenst en een mooi begin met weer een nieuw jaar vol verhalen! Met groeten van Alike Last

P.S. Kirstin heeft in de bijdrage hiervoor ook al over Ben geschreven. Dit berust op puur toeval! Maar het sluit wel aan op Kirstin's vraag: ik vind dat de handboeken bronnen van inspiratie  blijven, evenals workshops, trainingen, collega's les zien geven met TPRS, de conferenties NTPRS – en iFLT (bij die laatste ben ik persoonlijk nog nooit geweest, maar heb er wel filmpjes van gezien en met collega's die er wel geweest zijn over gesproken). 

Wijze woorden

Tijdens het vertalen van TPRS in a Year! van ‘TPRS-filosoof’ Ben Slavic kwam ik het volgende stuk tegen, dat ik hier graag integraal wil weergeven.

 “De les gaat om betekenis. En betekenis is gerelateerd aan personalisatie. Taal moet een middel zijn en niet een doel. Het gaat om de dingen waar we met de kinderen over praten, niet om het praten-om-de-taal-te-gebruiken. De kinderen zijn het onderwerp en het doel van de les. Sommige communicatieve activiteiten uit tekstboeken doen een poging tot personaliseren, maar die pogingen zijn zwak en geven een matig resultaat. Bij zulke activiteiten stellen we vragen als: “Hoe laat vertrek jij ‘s morgens naar school?” en gaan we na het antwoord meteen door naar de volgende leerling. Dit geeft het gevoel dat we het feit dat de eerste leerling al om 7 uur van huis gaat maar saai vinden. Ook als de leerling geen antwoord geeft gaat de docent door naar de volgende leerling, en de kinderen denken: “Waarom vraagt hij het als hij toch niet geïnteresseerd is in het antwoord?” Dit is het soort onderwijs dat Lev Tolstoj ertoe bracht zijn schooltijd te beschrijven als “de saaiste tijd van het leven, gevuld met eindeloze taken en activiteiten zonder enige betekenis”. Als we de fout maken ons alleen op de taal te richten, en niet op de kinderen, zitten zij alleen in de les om het goede antwoord te geven. In plaats daarvan zouden we moeten honoreren wat kinderen altijd willen doen, namelijk over henzelf praten op een interessante manier. Een kind vragen hoe laat hij ‘s morgens vertrekt is niet interessant. Ik geef daar zelf eerlijk gezegd ook niet veel om. Waarom zou ik geïnteresseerd moeten zijn in hoe laat een kind van huis vertrekt? Het interesseert mij niet, en dat weten ze. Ik moet eerder een soort derde oog ontwikkelen waarmee ik mezelf afvraag of de kinderen de dingen die ik aan hen vraag wel écht iets voor hen betekent. Dit is vooral lastig omdat kinderen erg goed zijn in doen alsof ze iets begrijpen. De meesten van ons nemen de gemakkelijke weg en laten de supersterren de les bepalen. Later in het jaar levert dit ordeproblemen op met degenen die het niet kunnen volgen.”

Beter dan dit kan ik het zelf niet zeggen. Een tekst als deze is de reden dat ik TPRS-handboeken steeds opnieuw blijf lezen, omdat ze me steeds weer een beetje dieper laten doordringen tot de betekenis en het belang van écht personaliseren. Mijn volgende les zal weer ietsje beter zijn dan de vorige.

En waar ik benieuwd naar ben: welke boeken of teksten hebben voor jou speciale betekenis?

Kirstin

“Werkwoordschoppers” of de woordvolgorde in de bijzin

Een van de het moeilijkst te verwerven fenomenen van het Nederlands  is de woordvolgorde. Ik ken heel veel buitenlanders die goed Nederlands spreken, maar hiermee na jaren nog steeds worstelen. Een van de redenen hiervoor is volgens mij dat dit fenomeen in hun moedertaal niet voorkomt, een andere reden is de manier waarop het in de les wordt aangeboden.

In het boek “Nederlands in gang” (Coutinho 2010) worden de voegwoorden en de daarvan afhankelijke woordvolgorde pas in hoofdstuk 18 aangeboden. Zelfs het hoogfrequente voegwoord omdat  wordt dan pas geïntroduceerd. In de dialoog van hoofdstuk 12 (elk hoofdstuk begint met een dialoog) wordt weliswaar een beginnetje gemaakt met de vraag “Weet u waar de evenementenhal is?” , maar op “Weet u waar … is” na wordt verder geen aandacht besteed aan deze lastige structuur. In hoofdstuk 18 worden naast omdat  ook nog de volgende voegwoorden aangeboden: hoewel, zodat, zodra, voordat, toen, als, nadat en terwijl. De cursisten worden dus met twee moeilijkheden tegelijkertijd geconfronteerd: de ach zo lastige woordvolgorde en – heel belangrijk – de betekenis van de verschillende voegwoorden. Pfffff… dat valt niet mee! Frustratie gegarandeerd!!!

In mijn TPRS-lessen maakt omdat van begin af aan deel uit van onze verhalen, we hebben het immers nodig als cursisten op de vraag waarom moeten antwoorden. De introductie van de voegwoorden en de woordvolgorde in de bijzin ziet er ongeveer als volgt uit.

Stap 1: Bijzinnen met omdat maken deel uit van verschillende verhalen en worden dus vaak herhaald.

Bijvoorbeeld:
“Frans gaat naar de dokter omdat hij ziek is.”
“Frans goes to the doctor because he is sick.” (Zo mogelijk staat de vertaling op het bord.)

“Gaat Frans naar de dokter omdat hij ziek is?’” -> “Ja, Frans gaat …”
“Gaat Lisa naar de dokter omdat zij ziek is?” -> “Nee, Lisa gaat niet …”
“Gaat Frans of gaat Lisa…?” -> “Frans gaat …”
“Gaat Frans naar zijn moeder omdat hij ziek is? “ -> “Nee, hij gaat niet …”

“Gaat Frans naar de dokter omdat hij blij is?” -> “Nee, omdat hij ziek is.
“Waarom gaat Frans naar de dokter?” -> “Omdat hij ziek is.”

 

Stap 2: Ik introduceer expliciet de “werkwoordschopper” omdat en zijn functie.

Bijvoorbeeld:
“Lady Gaga gaat naar de supermarkt omdat zij trek heeft.”

“Lady Gaga goes to the supermarket because she has an appetite.”

 

 

 

“Gaat Lady Gaga …?”

“Klas, omdat is een ‘werkwoordschopper’. Het werkwoord is heeft. Omdat schopt het werkwoord naar het eind van de zin.” (Zie ook: Storytelling voor het talenonderwijs, handboek TPRS, Arcos 2011, blz. 115) Meestal neem ik een voetbal mee naar de les en/of laat een plaatje van een voetballer zien. Ik omcirkel omdat en teken een voetbaalschoen en een gestippelde lijn naar het werkwoord. Daarna ga ik door met het stellen van vragen over de inhoud. Vervolgens stel ik een vraag over de structuur van de zin.

Bijvoorbeeld:
“Waarom staat omdat aan het eind van de zin?” -> “Omdat is een werkwoordschopper.”
 “Wat doet omdat?” -> “Omdat schopt heeft naar het eind van de zin.”
 “Hoe zeg je ‘omdat zij trek heeft’ zonder omdat” – “Zij heeft trek.”

De vragen over de structuur wissel ik altijd af met inhoudsvragen. Het gaat immers om het verhaal. De structuurvragen zijn alleen bedoeld om de aandacht heel even op de structuur te vestigen zodat deze beter verworven kan worden.

Stap 3, 4, 5 …: Ik introduceer steeds meer “werkwoordschoppers”

Volgens mij is het belangrijk om de voegwoorden een voor een te introduceren omdat de betekenis ook verworven moet worden en vaak even lastig blijkt te zijn. Alsof en naarmate worden bijvoorbeeld allebei met comme vertaald in het Frans. Ze zijn echter geen synoniemen in het Nederlands. En ook het verschil tussen omdat en doordat is best lastig.

 

Het geweldige van grammatica in TPRS-lessen is dat je op elk moment in de cursus terug kan komen op moeilijke grammaticale fenomenen als de woordvolgorde en dat het op dat moment helemaal niet moeilijk lijkt te zijn. Dit i.p.v. een fenomeen op een bepaald moment uitgebreid te behandelen met alle frustratie van dien en zonder het gewenste resultaat. Mijn cursisten houden van het woord “werkwoordschopper” omdat het zo beeldend is.

 

Ik gebruik deze techniek trouwens ook als ik uit een boek les moet geven. Ik las dan her en der een verhaal in om de nieuwe structuur te introduceren en bevraag het fenomeen ook als we het tegenkomen in teksten uit het boek.

 

Mijn excuses voor deze veel te lange blogbijdrage, maar als ik eenmaal op gang kom, ben ik niet meer te stoppen. Ik hoop dat jullie hier iets aan hebben en hoor graag wat jullie ervaringen zijn met grammatica in gewone en in TPRS-lessen.

 

Fijne kerstdagen en een gelukkig nieuw jaar!

Angela

TPRS Netwerkbijeenkomst 08-02-13

Netwerkbijeenkomst TPR Storytelling
op vrijdag 8 februari 2013
van 14.00 – 17.00 uur in AMERSFOORT
Netwerkbijeenkomst voor iedereen in Nederland en België die werkt met TPR Storytelling of die er kennis mee zou willen maken.

Het doel van de netwerkbijeenkomst is collegiale uitwisseling tussen docenten die al met TPRS werken of die deze methodiek willenTPRS Netwerkbijeenkomst 16-06-2012; foto door Christine van Hoorn gaan uitproberen in hun lessen. De activiteiten zijn gericht op het leggen van contacten, het uitwisselen van ideeën en ervaringen, het oefenen van TPRS-technieken en het coachen van elkaar. Er zal een aparte sessie zijn voor de ''nieuwelingen" en voor de gevorderden.

Noteer de eerstvolgende TPR Storytelling Netwerkbijeenkomst alvast in je agenda:
- zaterdagochtend 1 juni 2013 van 09.30 tot 12.30 uur in Utrecht

Een activiteit van Stichting tprs Platform

Copyright foto Christine van Hoorn

Twee inspirerende TED-talks

Ik heb het geluk gehad dat ik vorige week de jaarlijkse Europese conferentie voor internationale scholen in Nice mocht bijwonen. Mijn blogbijdrage bestaat deze keer uit twee ‘TED talks’ van mensen die ik op de conferentie heb horen spreken en die mij zeer hebben geïnspireerd.

De eerste TED talk is van Sarah Kay. Sarah Kay is een jonge ‘spoken word poet’ uit New York. Op 14 jarige leeftijd begon zij met dichten in de gesproken vorm, ‘spoken word poetry’.Sarah Kay laat ons de kracht van verhalen zien. Zij vertelt op een prachtige manier verhalen die het hart van de luisteraar raken. Waarschijnlijk zul je na het bekijken van de clip nog vaak aan haar verhaal: ‘ If I should have a daughter’ moeten denken. Ook laat Sarah zien dat je wanneer je werkelijk in een methode gelooft er in zult slagen deze over te brengen. Sarah geeft over de hele wereld workshops en lessen over Spoken Word Poetry. Mede door haar inspanningen worden dichten en verhalen vertellen weer hip.

http://www.ted.com/talks/sarah_kay_if_i_should_have_a_daughter.html

De tweede TED talk die ik wil delen is van Terry Small. Terry Small heeft op alle denkbare niveaus lesgegeven, van basisonderwijs tot volwassenen. Hij is daarnaast gespecialiseerd in het menselijke brein en geeft hierover wereldwijd lezingen en workshops. In deze TED talk vertelt hij een mooi verhaal over hoe de verwachtingen die wij als leraar van onze leerlingen hebben hun resultaten kunnen beïnvloeden. Op basis van dit verhaal legt hij o.a. uit hoe het brein in beelden denkt en waarom humor zo belangrijk is voor het leerproces. 

http://tedxtalks.ted.com/video/TEDx-Great-Wall-Terry-Small-Get

Ik hoop dat deze ‘TED talks’ jullie inspireren. Aarzel niet om te reageren. Laten we van elkaar leren en elkaar inspireren!

Groetjes, Joyce

In de knoop – werkt TPRS voor heterogene en vergevorderde NT2-ers?

Ik heb tot nu toe 4 keer een TPRS-les gegeven. Spannend en intensief om te doen, maar erg leuk. De eerste keer stond ik voor een beginnersgroep jongeren op een ISK. Bij beginners is de valkuil dat je te snel gaat. Wanneer je geen of weinig reactie krijgt komt dit niet omdat ze er niets aan vinden, maar omdat ze je niet volgen. De andere drie keer stond ik op de zomerschool van hetzelfde ISK, maar nu met gevorderde leerlingen. Er was sprake van flinke niveauverschillen binnen de groep: sommigen hadden echt nog moeite met de Nederlandse taal, maar de meerderheid was al zo ver dat ze in het Nederlands konden mee-filosoferen over respect.

 In de TPRS-lessen probeerde ik een middenweg te vinden. Ingewikkelde doelstructuren maar simpel woordgebruik, voor ieder wat wils. Dit bleek maar deels te werken. De leerlingen met een lager niveau hadden toch moeite me te volgen, de beste leerlingen vonden het grappig wat ik deed omdat we samen de mooiste verhalen maakten, maar saai wanneer ik uitgebreid zinnen cirkelde. Dus kreeg ik soms weer weinig reactie. Mede door mijn gebrek aan ervaring wist ik niet goed hoe dit op te lossen.

 Dus mijn vragen aan collega-TPRS’ers:

·      Kan TPRS überhaupt werken voor een heterogene klas (wat betreft taalniveau)?

·      Ik lees in de handboeken dat TPRS ook voor (ver)gevorderde niveaus geschikt is. Het lijkt me dat je dan ingewikkelde doelstructuren gebruikt, en langere zinnen, wat betekent dat je cirkelmomenten heel uitgebreid en langgerekt worden. Hoe lossen jullie dit op? Hoe doe je TPRS met (ver)gevorderde groepen?

Ik ben benieuwd naar jullie ervaringen! Dank alvast voor het delen en meedenken.