Just for fun?

NTPRS, Spaans, TPRS algemeen, TPRS-instructie Geen Reacties »

NTPRS 2012 : een coachingsessieVorige zomer ben ik naar de vijfdaagse National TPRS conference in Saint Louis in de USA geweest. Deze conferentie vindt altijd plaats in de zomervakantie, in juli. Hangt er dus een vakantiesfeertje en is men er ‘’just for fun”? De deelnemers zijn zeer betrokken en zitten ’s ochtends om 8 uur al paraat bij de mededelingen voor die dag. Om 8.15 beginnen de eerste workshops  en de laatste workshops en coaching-sessies eindigen om 17.30. En overal zit het steeds goed vol! Men is zeer betrokken bij het aanscherpen van oude en het verwerven van nieuwe technieken en er vindt continu uitwisseling plaats met collega's; wat overigens niet wegneemt dat er heel veel gelachen wordt! Wat wordt er gedaan op zo’n TPRS conferentie? Bekijk hier het programma van de NTPRS 2012 van maandag 23 juli t/m vrijdag  27 juli in Las Vegas (USA).

Eén van de NTPRS-workshops die ik in 2011 volgde was van Bryce Hedstrom en Linda Li: The art and genius of going slowly. Linda deed een les TPRS Chinees en Bryce deed af en toe een voice-over van wat er gebeurde of stelde vragen aan de deelnemers i.v.m. het “langzaam gaan”. De paradox: hoe langzamer wij doceren, hoe sneller de leerlingen leren… Hier vind je de hand-out bij hun workshop. Bryce heeft een interessante website en blog. Je kunt op zijn site ook TPRS materiaal downloaden, zowel gratis als tegen betaling, met name voor Spaans, maar je kunt er ook veel inspiratie opdoen!

Zou jij ook wel naar de NTPRS willen? Hoe zou je dat voor elkaar kunnen krijgen? (Financieel, tijd, familie etc.)

Met collegiale groeten, Alike Last

Correctere taalproductie door het aanscherpen van de waarneming

Duits 2 Reacties »


 

Hoi allemaal,

In december werd ik gevraagd voor een training Duits voor een beginner. Hij zat qua spreekvaardigheid op het niveau A1- en kreeg akkoord voor 50 lesuren. Met de training wilde hij zich voorbereiden op een langdurig verblijf in Hamburg.

Toen ik dit hoorde, dacht ik meteen: dit is mijn kans om Duits te gaan geven met TPRS. Vaak duren trainingen namelijk maar 20 à 30 uur en zijn de doelstellingen zo specifiek dat er maar weinig ruimte voor is.

 

Ik had al vaker gedacht dat TPRS de ideale methode zou zijn om naast het vocabulaire ook de grammatica van het Duits te verwerven. Laatste lijkt vaak vrij lastig tot onmogelijk te zijn.

Mijn ervaring is dat Nederlanders die Duits leren over het algemeen vrij snel een niveau bereiken waarop ze een praatje kunnen maken, maar dat zij de eigenaardigheden van het Duits maar zelden onder de knie krijgen. Daarmee bedoel ik de structuren en uitdrukkingen van het Duits die van het Nederlands verschillen. Het lijkt alsof ze tijdens het leren van het Duits alleen zien en horen wat op het Nederlands lijkt en de verschillen helemaal niet waarnemen.

En wat je niet waarneemt – niet hoort als je luistert en niet ziet als je leest -  kun je niet verwerven. TPRS zorgt er op verschillende manieren voor dat cursisten de verschillen wél kunnen waarnemen.

Deze manieren zijn:

- Cirkelen. Door het doelvocabulaire en de doelstructuren tijdens een les 70 keer of vaker te herhalen is er veel gelegenheid om deze te horen.

- Doelvocabulaire en doelstructuren op het bord schrijven. Terwijl deze tijdens het vragen van het verhaal steeds weer herhaald worden, kan de cursist deze ook zien. Soms hoort een cursist een verschil pas als hij het ziet, bijvoorbeeld het verschil tussen ‘einen’ en ‘eine’.

- Langzaam en duidelijk praten en daarmee rekening houden met de verwerkingstijd van de cursist. Als ik te snel praat, is bijvoorbeeld het verschil tussen ‘einen’ en ‘eine’ niet hoorbaar. Wellicht verstaat een Nederlander hier zelfs ‘een’.

- Lezen. Door teksten te laten vertalen worden ook de verschillen tussen doeltaal en moedertaal zichtbaar. De cursist heeft de tekst voor ogen. Hij kan de woorden en structuren zien terwijl ik vragen over de inhoud stel.

- Pop-upgrammatica. Een pop-up duurt maar 5 à 10 seconden, maar zorgt er wel voor dat de cursist op een grammaticaal fenomeen let dat anders aan zijn aandacht zou ontsnappen.

- Vraagwoorden. Door de vraagwoorden ‘wer’, ‘wem’ en ‘wen’ vaak te gebruiken (en dat doe ik uiteraard als ik een verhaal vraagt) is er van begin af aan aandacht voor de naamvallen zonder dat er expliciet op ingegaan wordt. En als een cursist maar vaak genoeg hoort: “Von wem?” zoals in “Von wem hat sie den Brief bekommen?”, dan verwerft hij deze combinatie op een gegeven moment.

 

Mijn vermoeden dat TPRS leidt tot een bewustere waarneming van de taal en daardoor tot correcter taalgebruik, bleek te kloppen. We hebben in die 50 uur bijna uitsluitend met TPRS gewerkt: ik heb verhalen gevraagd, hij heeft verhalen schriftelijk afgemaakt of naverteld en we hebben meerdere boekjes op de niveaus A1 en A2 gelezen. De cursist behaalde bovengemiddelde resultaten. Aan het eind van de training had de man niveau B1 bereikt. Daarbij viel op dat hij de naamvallen en modale werkwoorden vaak correct gebruikte zonder dat de regels expliciet aan bod zijn gekomen tijdens de lessen. Ik ben ervan overtuigd dat hij iets geleerd heeft wat veel taalleerders niet kunnen: nieuwe input met een open en nieuwsgierige houding te bejegenen. Daardoor hoort en ziet hij dingen die anderen zouden ontgaan en is hij ideaal voorbereid om zelfstandig verder te gaan met zijn taalontwikkeling.

 

Ik ben ondertussen een beetje jaloers op diegenen die op school Duits geven en veel meer tijd hebben om aan taalverwerving te werken. Merken jullie ook dat TPRS werkt? Dat leerlingen meer waarnemen en correctere taal produceren? Ik hoor het graag!!!

De verloren dochter

TPRS algemeen Geen Reacties »

Zou het de tijd van het jaar zijn? Net als Alike hieronder vertelt heb ik af en toe weer de neiging om af te dwalen naar oude vertrouwde activiteiten in de les. Vaak inderdaad omdat ik haast heb: we moeten dóór, we moeten de nieuwe stof nú zelf al kunnen gebruiken! Soms ook vanuit een (misplaatst) gevoel dat de leerlingen wel weer eens iets anders willen. Dan laat ik ze elkaar interviewtjes afnemen op basis van een werkblad, of ik ga weer eens lekker grammatica uitleggen. Piekeren over hóe je iets moet zeggen.De leerlingen hebben dan het gevoel dat ze enorm veel leren, omdat het *moeilijk* is. Ikzelf ben na zo’n les altijd gedesillusioneerd, omdat ik zie en voel dat ze hebben lopen piekeren en puzzelen, en geen stap verder zijn gekomen. Ze hebben enorm moeten piekeren over hóe ze iets moeten zeggen, terwijl ze normaal alleen denken over wát ze willen zeggen. 

 

Een leerling van mij vertelde me dat ze het meeste leerde als ik drie lessen aan hetzelfde onderwerp besteedde. Vooral, zei ze, als we eerst een verhaal bedenken, en het daarna lezen en er dán nog eens over praten. Goh, laat dat nou nét de basis zijn van een TPRS-lessenserie! Ik stond even met mijn mond vol tanden, en ben toen weer vol vertrouwen teruggekeerd naar de basis:  drie (of méér) lessen over één verhaal. Drie hele lessen met hetzelfde vocabulaire. Geen uitleg van grammatica, maar alleen de betekenis in context.

En vooral: geen haast meer, want wGewoon lekker praten.at levert méér op: twintig dingen leren waarvan je er één onthoudt, of drie dingen leren die je alledrie onthoudt én kunt toepassen? Dat houd ik mezelf voor. Mijn leerlingen leren weer gewoon lekker praten, en ik voel me voor de zoveelste keer als een verloren dochter die is teruggekeerd.

Ik ben er weer ingetrapt…

Frans, TPRS algemeen Geen Reacties »

Afgelopen dinsdag overkwam het me helaas weer een keer… Ik heb grammatica gedoceerd… Ik wilde de futur du passé gebruiken bij de beginners, omdat we een boekje lezen, waarin iets gebeurde, dat niet door zou gaan. Er overviel me iets, dat ik dacht dat het sneller zou zijn als ik ze even zou laten zien hoe de futur du passé vervoegd wordt en dat het dezelfde uitgang heeft als de imparfait (die ze kennen). Ik hoorde mezelf zeggen dat Frans ‘’zo logisch is met de werkwoorden”, toen ze me glazig aankeken; ze kreunden en steunden en opeens vonden ze Frans heel moeilijk… Ik heb ze later mijn nederige excuses aangeboden. Dit hadden we gewoon in een verhaaltje moeten cirkelen… Ik hoop dat ik weer minstens voor een jaar genezen ben van deze neigingen!
Ken je dat, dat je denkt dat je iets sneller wilt doen en dat je dan teruggrijpt op bijvoorbeeld grammatica, waarvan je weet dat je daardoor een taal niet vloeiend gaat beheersen?
De poster "Shelter vocabulary, don't shelter grammar" is van Susan Gross en verkrijgbaar op haar website.
Vriendelijke groeten van Alike Last

I think, therefore I TPRS!

TPRS algemeen Geen Reacties »

I think therefore I TPRSOp de uitgeversmarkt van de GPD eind januari kwam ik een oud-collega Frans tegen, die werkt op een VO school hier in de regio. Ze waren  dit jaar begonnen met een nieuw lesboek Frans-Frans. Ze was heel tevreden over de manier van werken, omdat ze volledig werken met het doeltaal=voertaal principe. Maar ze vertelde dat het hard werken is voor de leerlingen en dat ze veel op moeten zoeken, omdat ze veel niet begrijpen en dat ze in dat opzoeken niet zoveel zin hebben: ze hoort heel veel gezucht. Maar volgens haar was ‘t een kwestie van doorzetten en het zou in de loop der jaren wel beter worden.

Nu is mijn ervaring bij TPRS het tegenovergestelde. Een cursist van me liet me bijvoorbeeld weten: ” Ik heb nog nooit zoveel geleerd zonder ook maar iets uit mijn hoofd te hoeven leren. Het komt je als het ware aanwaaien. Zo voelt het.” Bij sommige taalleerders roept dit zelfs het gevoel op, dat ze zich afvragen of “het leren” wel goed gaat, omdat het zo moeiteloos gaat; het maakt ze achterdochtig: leren ze wel iets? Het gaat zo gemakkelijk! Ik wijs ze dan op de resultaten en dat leerplezier daarmee écht samen kan gaan; een nieuwe taal verwerven hoeft niet bloed, zweet en tranen te kosten.

Maak jij beide reacties ook mee in je lessen en hoe reageer jij daarop? Of misschien wil je op iets anders uit dit artikel reageren? Klik rechtsboven, onder de titel, om jouw reactie te geven.

Groeten van Alike

Verhalen bouwen rondom de aanwijzende voornaamwoorden?

PQA, Talen, TPRS algemeen, TPRS-instructie 1 Reactie »

Een tijdje geleden gaf een collega aan het moeilijk te vinden een verhaaltje te bouwen rondom de aanwijzende voornaamwoorden. Nadat ze de verschillende opties had besproken en gecirkeld (bijvoorbeeld: “Wil Henk deze of die fiets?”), liep ze vast en had ze geen inspiratie meer om het verhaaltje verder te brengen.

Dit ‘probleem’ kun je op verschillende manieren oplossen:

a) We zijn snel geneigd de aanwijzende voornaamwoorden te gebruiken in combinatie met het lijdend voorwerp. Probeer ze echter ook eens te koppelen aan het onderwerp of plaatsbepaling (“Willen deze meisjes of die meisjes een nieuwe jurk?”, “Gaat Jan naar deze winkel of die winkel?”, etc.);

b) Beeld de aanwijzende voornaamwoorden fysiek uit: hang relevante foto’s/plaatjes op verschillende plaatsen in je lokaal of zet voorwerpen her en der in de ruimte neer.
Ook kun je je leerlingen individueel of in groepjes de rol van onderwerp, voorwerp of locatie geven. Zorg ervoor dat ze zich verspreiden door de klas.
Koppel vervolgens de foto’s/voorwerpen/leerlingen aan een van de aanwijzende voornaamwoorden en wijs of loop naar de verschillende ‘locaties’ telkens wanneer je een ander aanwijzend voornaamwoord belicht.

c) Gebruik extra details om ‘deze/die’-locatie of ‘dit/dat-voorwerp’ interessanter te maken, dus ‘die fiets, met de roze trappers’ in plaats van enkel ‘die fiets’.

d) Creëer een parallel verhaal rondom een persoon die niet ‘deze pennen wil’, zoals de hoofdpersoon uit het oorspronkelijke verhaal, maar juist ‘die (pennen), daar bij het raam’.

e) Dit laatste kun je ook doen wanneer je in gesprek gaat met je leerlingen (“Wil jij (= leerling A) dat boek, met de gouden kaft, of wil (leerling B) dat boek?” “Nee, (leerling B) wil niet dat boek, met de gouden kaft, maar dit boek, dat behoorlijk duur is”, etcetera.

Ik hoop dat jullie wat hebben aan deze tips. Veel succes met het uitproberen ervan!

Groetjes,

Iris

Ik denk, daarom lees ik!

Lezen, TPRS algemeen, Workshops Geen Reacties »

Veel aandachtReading it does a brain good gaat bij TPRS uit naar stap 1 en 2 - betekenis geven en het verhaal vragen - maar ook stap 3 = lezen (de “R” van TPRS) is een zeer belangrijke, omdat hiermee in feite de meeste vocabulaire verworven wordt! Vrijdag 27 januari j.l. gaf ik een workshop op de Good Practice Day van het ICLON op de Universiteit van Leiden getiteld: “Geef ze leeshonger!”. Leerlingen vinden lezen vaak niet leuk, ze hebben er geen zin in en zeker niet in een andere taal. Hoe verleid je ze dan om ze toch aan het lezen te krijgen?  Als inspiratie voor mijn workshop had ik o.a. dankbaar gebruik gemaakt van ideeën die we vorig jaar aangereikt hadden gekregen in de interessante workshop over TPRS & lezen van TPRS-docente Spaans en auteur van TPRS-novella’s Spaans en Frans, Mira Canion. 

Graag geef ik de volgende leestip mee: het Read Aloud Handbook van Jim Trelease is een must voor talendocenten, maar ook voor ouders, bibliotheekmedewerkers en boekhandelaren!

Welke boeken over lezen of TPRS kun jij aanbevelen? Heb jij een lijst – naar niveaus – van boeken in jouw taal?(Zoals bv. de lijst voor Engelstalige jeugdboeken in Jim’s boek)

Groeten van Alike

Gebarentaal en oude gewoonten

Lessen bijwonen, Nederlandse Gebarentaal, TPRS algemeen 2 Reacties »

Afgelopen week merkte ik dat ik niet alleen als docent, maar óók als leerling nog wel eens verval in oude gewoontes. Ik zat als deelnemer én coach in een proefles Nederlandse Gebarentaal met TPRS. Het was de bedoeling dat ik de docent, die TPRS aan het leren is, feedback zou geven over de les. En dat was helemaal niet gemakkelijk! Blijkbaar vind ik het toch moeilijker om een les in gebarentaal te beoordelen dan een les in gesproken taal, omdat er bij gebarentaal zoveel andere dingen komen kijken dan bij een gesproken taal.

In het begin was het bijvoorbeeld niet voor iedereen duidelijk dat de docent een vraag stelde. Ze had net gebaard (en de betekenis met woorden en plaatjes duidelijk gemaakt) “mijn naam is Iris”, en vroeg toen aan een cursist: “is jouw naam Iris?” De cursisten begrepen niet dat dit een vraag was. De automatische reactie van de docent was: de vraag aan iemand anders stellen, de bevestigende zin nog eens herhalen, nóg eens de vraag stellen, enzovoort, net zolang tot we hadden geraden wat het betekende. Dit is een werkwijze die veel wordt gebruikt, maar die in TPRS juist níet wordt gebruikt. Het effect is namelijk dat mensen moeten gaan raden en onzeker worden. Bovendien kost het veel tijd, kostbare tijd die beter aan begrip en verwerving besteed kan worden. De TPRS-manier om dit op te lossen is: de vertaling op het bord schrijven. Dit is HEEL BELANGRIJK! Het is dan in één keer duidelijk wat je bedoelt. Bovendien kon de docent de “vertaling” dan gebruiken om duidelijk te maken hoe wij konden zien dat ze een vraag stelde, door op de woorden te wijzen bij het gebaren, en door verband te leggen tussen het vraagteken en de hoofdhouding en gezichtsuitdrukking (waaruit blijkt dat je een vraag stelt). Dit is grammatica in context, ofwel betekenisgrammatica.

Ook was ik als deelnemer dankbaar voor uitleg die ze gaf over het ontbreken van een mondbeeld bij persoonlijk voornaamwoorden (dit betekent dat je mond niet beweegt als je op een persoon of naar jezelf wijst). Zeker als taaldocent die ervan houdt talen uit te pluizen en op basis van regeltjes zinnen in elkaar te knutselen vond ik het prettig om deze informatie te krijgen. Ik wist wel dat het niet des TPRS is, maar kon pas ná de les bedenken hoe het dan wél had gemoeten. In TPRS geldt: géén algemene regels! Alle uitleg die je geeft, gaat alléén over precies dát wat je net hebt gezegd. Dus als de docent gebaarde “ik heet Iris”, dan hoefde ze alléén te laten zien dat bij “ik” geen mondbeeld hoort. Op een ander moment gebaarde ze “hij heet Tom”, en kon ze laten zien dat bij “hij” geen mondbeeld hoort. Dit is wat ze noemen “grammatica-popups”, of ook wel “betekenisgrammatica”. Het gaat altijd om de betekenis van de woorden/gebaren/mondbeeld op DAT moment. Hiermee krijg je het voor elkaar dat mensen gaan gebaren ZONDER na te denken. Zodra je een regel gaat geven, gaan mensen nadenken bij het gebaren, en gaat de communicatie haperen!!!

Het was voor mij heel leerzaam om na te denken over TPRS ten behoeve van gebarentaal, en om te merken dat ik als deelnemer en talenfreak anders reageer dan als coach. Wil dat dan zeggen dat ik het als coach helemaal mis heb? Ik denk van niet. Als coach overzie ik het hele leerproces, als deelnemer alleen dat kleine stukje waar ik mee bezig ben.

In welke oude gewoonten verval jij nog wel eens? Als docent? En als leerling?

Kirstin Plante

Neem de tijd als je haast hebt!

Nt2 1 Reactie »

Hallo allemaal,

Mijn naam is Angela en ik geef les aan volwassenen die Nederlands of Duits willen of moeten leren. Ik ben heel erg enthousiast over TPRStorytelling en probeer deze methode dan ook zo vaak mogelijk toe te passen in mijn lessen.

Ik heb inmiddels een aantal privécursisten en één groep aan wie ik uitsluitend lesgeef door verhalen te vragen, te lezen en te laten schrijven. Maar helaas kan ik niet in al mijn lessen alleen maar met TPRStorytelling werken omdat ik in opdracht van verschillende taalaanbieders werk en sommige van hen een vaststaand lesprogramma hanteren.

Terwijl ik op basis van mijn eigen ervaring (ik volg zelf TPRS-lessen Spaans bij Kirstin) en de positive reacties en resultaten van mijn cursisten steeds meer overtuigd raak van de kracht van deze methode, betrap ik me toch nog steeds op twijfels. Gaat het wel snel genoeg? Leren mijn cursisten wel genoeg woorden en structuren? 

Volgens Blaine Ray en Contee Seely moeten we ons in de les beperken tot het oefenen van de basisstructuren- en woorden ofwel de binnencirkel (Handboek TPRS 2011, 27), terwijl in andere methodes vaak veel meer woorden en structuren aangeboden worden. Mijn twijfels gaan gepaard met een gevoel van gehaast zijn. Ze komen met name naar boven als ik me voor een opdrachtgever moet verantwoorden. Bij mijn privécursisten heb ik dit veel minder. Degenen van jullie die lesgeven op een middelbare school zal dit wellicht bekend voorkomen.

Ik zal jullie een voorbeeld geven van een staatsexamencursus waarbij het lesrooster in principe vaststaat en waarvan TPRStorytelling geen deel uitmaakt. Toch ben ik aan het begin van de cursus wel eens afgeweken van het lesprogramma en heb verhalen gevraagd. Dit heb ik gedaan toen er in het rooster ‘vocabulaire oefenen’ stond en in plaats van opdrachten uit het lesboek die ik niet zinvol vond. De cursisten waren blij met de verhalen en hebben enthousiast meegedaan, ik daarentegen keek vaak op de klok en had een slecht geweten als het wat langer duurde.

Naarmate de cursus vorderde nam de te behandelende stof dermate toe dat ik ‘geen tijd’ meer had om verhalen te vragen. In plaats daarvan moesten de cursisten de werkwoordtijden stampen en toetsen maken (tegen mijn overtuiging in, maar vast onderdeel van het programma!).

Eergisteren kwam de constructie ‘om … te + infinitief’ voor het eerst expliciet aan bod, een constructie die al deel uitmaakte van ons allereerste verhaal dat ik begin september verteld had. In plaats van de voorbeeldzinnen uit het lesboek te gebruiken, vroeg ik de cursisten of ze zich Piet nog konden herinneren. Op de drie nieuwe cursisten na riep iedereen ‘Ja, Piet, de kleine olifant’. En op de daaropvolgende vraag: ‘Waarom ging Piet naar zijn moeder?’ was het antwoord: ‘Om met haar over Afrika te praten’. Alle details van het verhaal kwamen weer naar boven inclusief de constructie ‘om … te + infinitief’. Ik stond er, zoals zo vaak, versteld van hoe de verhalen beklijven. Het was dus goed om in het begin de tijd te nemen.

De doelconstructie van deze les hadden de meeste cursisten al lang verworven. Iets wat bleek uit het maken van de daaropvolgende opdrachten. De verleden tijd van de werkwoorden die geen deel uitmaakten van de verhalen daarentegen gebruiken de cursisten nog steeds niet als ze schrijven en spreken. Dit terwijl alle cursisten de werkwoordtoetsen toch gehaald hebben.

Wellicht moet ik dus ook in deze groep voortaan weer de tijd nemen voor verhalen!


Graag hoor ik van jullie of jullie ook vaak het gevoel hebben dat het te langzaam gaat, maar nog liever zou ik heel veel reacties krijgen met bewijzen dat het de moeite waard is wel de tijd te nemen!

Angela

<!–[if gte mso 9]> Normal 0 21 false false false MicrosoftInternetExplorer4 <![endif]–><!–[if gte mso 9]> <![endif]–>

Voel de vrijheid !

Mandarijn, Talen, TPRS algemeen 1 Reactie »

Hallo allemaal, mijn naam is Man (spreek uit als “men”) en ik geef Chinese les op het Koning Willem 1 College in Den Bosch en op ‘t Camphusianum Gorinchem en het Gymnasium Bernrode in Heeswijk-Dinther.

In mei 2010 heb ik voor de eerste keer kennis gemaakt met TPRS. Ik ben gelijk erg enthousiast geworden over deze verrassende leuke lesmethode. In de daarop volgende periodes heb ik TPRS af en toe tot regelmatig geprobeerd in de lessen, vooral het cirkelen. Het leek heel goed te werken. Alleen, ik gebruikte toen nog een lesboek en mijn eigen gemaakte reader die ik niet wilde “weggooien”. Dus ik probeerde TPRS met het lesboek en mijn reader te combineren. Het lukte redelijk goed. Toch voelde ik me niet vrij.

Sinds dit schooljaar heb ik besloten het lesboek en mijn reader niet meer te gebruiken, alleen maar TPRS. Ik bedenk zelf de nuttige structuren, verhaallijn en woorden van tevoren en laat de leerlingen in de les hun ideeën inbrengen voor het verhaaltje. Soms binnen mijn verhaallijn, soms mogen ze het bijna helemaal zelf bedenken. Het hangt er van af wat voor type leerlingen het is en op welk niveau ze zitten. Maar ik merk wel dat bij iedere les de sfeer nog leuker en grappiger is geworden. Ik voel me vrij als een vogel met TPRS! De leerlingen gaan stralen en komen helemaal los (in de zin van verhaaltje bedenken en meedoen met TPRS)!  Ik denk bij mezelf: wat een verademing dat ik de oude lesmaterialen weggegooid heb J !

Misschien kun je ook een keertje TPRS proberen te gebruiken zonder bestaand lesmateriaal. Of misschien doe je dat al lang? En wat zijn jouw ervaringen? Voel je ook die vrijheid?

Ik wens iedereen een knallende jaarwisseling en een TPRS-vol 2012!

Man Tao