Movie Talk & embedded reading bij ‘Paperman’

In de les heb ik 'Paperman' gebruikt voor Movie Talk. Onder het filmpje vertel ik er meer over. 'Paperman' is een animatiefilmpje van de Disney studio's en heeft in 2013 de Oscar gewonnen voor beste korte animatiefilm.

Helaas is de versie hieronder de enige volledige versie op Youtube en daar heeft iemand iets voor en in geknutseld… (maar daardoor is hij waarschijnlijk nog niet van Youtube afgehaald of ingekort, zoals met de andere filmpjes het geval is).  

Je kunt het filmpje als origineel bekijken op vimeo.

Tijdens de NTPRS heb ik de Movie Talk workshop van Betsy Paskvan en Michele Whaley bezocht. Movie Talk is ontwikkeld door Ashley Hastings met studenten Engels als vreemde taal en het schijnt 5x sneller te werken dan traditionele methodes.

Movie Talk is een film verhalend uitleggen door :

  • het benoemen van voorwerpen
  • het beschrijven van handelingen, acties, activiteiten
  • het verklaren, uitleggen van personages
  • het verklaren, duiden van hun emoties
  • dialogen

Een paar belangrijke punten :
- L U I S T E R E N is een eerste vereiste voor S P R E K E N
- Taalleerders kunnen niet boven hun eigen begripsniveau spreken

Ik heb het filmpje gebruikt voor de structuren:

  • Il/elle est allé(e) à la gare       Hij/zij is naar het station gegaan
  • Il/elle a pris le train                   Hij/zij heeft de trein genomen 
  • Il/elle est monté(e)                   Hij/zij is ingestapt 
  • Il/elle est descendu(e)            Hij/zij is uitgestapt

Ook heb ik het filmpje gebruikt om eerdere vocabulaire te herhalen. Het filmpje duurt ruim 6 en een halve minuut en wij hebben er een uur over gepraat, alles in het Frans. De tijd vloog ongemerkt voorbij. Iedereen bleef heel betrokken en ze vonden het erg leuk om te doen. Ik heb veel vragen gesteld en gecirkeld waar nodig. Ik heb voor een groot deel gewerkt met bovenstaande structuren. Ik heb het filmpje gevonden doordat ik googelde op trein, instappen, station en dan bij 'video's' kijken wat dat opleverde. Vorige week hadden we 'wachten' gehad, dus die konden we nu ook goed gebruiken. En al eerder : hij is bezig met, hij heeft gebruikt, hij heeft ontmoet. We hebben ook PQA vragen gedaan, maar eigenlijk had ik er achteraf gezien toch meer willen doen, om de ik- en de jij vorm meer te gebruiken. Ik heb er een embedded reading bijgemaakt in vier stappen in opklimmende moeilijkheidsgraad  : 131126_Paperman. Ik denk dat de vierde versie vooral voor de hogere niveaus is. Ik ben heel benieuwd wat mijn A1'ers over de derde en vierde versie zeggen als ik ze de komende les zie.

Werk jij ook wel eens met Movie Talk? Wat zijn jouw ervaringen? Heb je nog tips voor leuke filmpjes?

Met collegiale groeten, Alike Last

#TPRS een “langman” verhaal

Wanneer ik mijn fiets vastzet, voor het gebouw van Hogeschool Domstad, vraag ik me even af wat ik hier doe. Zaterdagochtend, negen uur, een zonnige zaterdag nog wel. Ik had met een kop koffie op het balkon kunnen zitten, of ergens op een terras. Vriendin Annemarie en ik spreken elkaar moed in en verheugen ons vast op de lunch ergens in de stad.

Ik maak mijn fiets vast voor een school, om op mijn vrije dag naar een TPRS bijeenkomst te gaan.

TPRS staat voor: Teaching Proficiency through Reading and Storytelling. De eerste keer dat ik hiervan hoorde, was een aantal jaar geleden op een conferentie van de BVNT2maar verder dan deze kennismaking ben ik nooit gekomen, ik heb er nog nooit mee gewerkt.

We worden ontvangen met koffie (goddank!) en thee. Als iedereen binnen is en zit, worden we te woord gestaan door Alike Last en Iris Maas, en we krijgen de kans met elkaar kennis te maken. De algemeenheden vliegen over en weer. Een tijdsignaal gaat af, we stoppen met onze kennismaking en gaan weer zitten, als brave leerlingen. Dat zijn we het komende half uur ook.

Iris Maas geeft ons les in het Mandarijn. Op het scherm verschijnen ingewikkelde woorden als nuhai. We gaan namelijk een verhaal maken, over een Nuhai, en een nuhai is een meisje zo leren we al snel. “Is Annemarie ook een meisje?” Vraagt de docent in het Mandarijn. “Shi!!!” zeggen wij als klas braaf, natuurlijk is Annemarie ook een nuhai! En als snel zijn we bezig om een verhaal te maken in het mandarijn, een erg “langman” (romantisch) verhaal en gelukkig loopt het nog goed af ook! Binnen een paar minuten neemt mijn woordenschat toe. Ik zit er inmiddels helemaal in en schreeuw mee dat Pieter ook hartstikke “langman” is, maar dat klopte niet “bu” (nee) Pieter bleek namelijk juist heel erg “ku” (cool).

Bij TPRS begin je met een eenduidig verhaal. Een zin, ofwel een statement, bijvoorbeeld “Kees eet een appel”. Dat statement roept een reactie op, “ahhh”. Daarna begin je als docent vragen te stellen, de zogeheten cirkelvragen. “Eet Kees een banaan?” – nee, Kees eet een appel! “Eet Yasmine een appel?” – nee, Kees eet een appel!
Na de gesloten vragen kan je over gaan op de open vragen en zo het verhaal een wending geven. De leerlingen hebben zo input in het verhaal. “Wat is er op de appel?” – een rups! “Er zit een rups op de appel! Wat doet de rups?” – hij eet!

In kleine groepjes gaan we oefenen, een aantal NT2 docenten -begeleid door een TPRS-coach- zitten bij elkaar. Ik speel een leerling. Ik snap de docent niet altijd, want ik zit nog amper op A1. Zelfs als je speelt, voel je snel welke vragen te moeilijk zijn en op welke vragen je graag een antwoord geeft! Na even oefenen begint mijn personage behoorlijk recalcitrant te worden, tja, dat heb je met die pubers…

Ik krijg zin het meteen in de praktijk te brengen. Wat goed dat ik deze ochtend niet met een kop koffie op mijn balkon ben gaan zitten! Omdat we zo goed ons best hebben gedaan (of gewoon omdat we er zijn) krijgen we ook nog een certificaat.

Ik haal mijn fiets weer van het slot. Annemarie en ik besluiten dat we blij zijn dat we gegaan zijn! Al hebben we inmiddels wel erg veel zin in lunch.

Bovenstaande verhaal is geschreven door Barbara Klomp op haar blog "Taal en educatie" (met als motto: "De grenzen van mijn taal zijn de grenzen van mijn wereld." Ludwig Wittgenstein) en is hier te vinden: http://taaleducatie.wordpress.com/2013/06/12/tprs-een-langman-verhaal/

De foto van de fietsen komt van het blog: http://annagroot.punt.nl/content/2012/01/praktisch-fietsparkeren

Verhaal bouwen met de klas – een verlegen hoofdpersoon!

Afgelopen week heb ik met één van mijn nieuwe groepen Spaans een verhaal gebouwd. Na de kennismaking, en nadat ik mijn leerlingen had uitgelegd hoe het bouwen van een verhaal in zijn werk ging en wat ik hierbij van hen verwachtte, gingen we aan de slag.

De hoofdpersoon bleek een jongen te zijn, Max. Max is een van mijn (nieuwe) leerlingen, dus toen we hadden bepaald dat de hoofdpersoon Max was, ging mijn non-verbale aandacht uit naar Max: ik lachte eens extra vriendelijk naar hem, en ik keek hem wat vaker aan. Max vond alles prima, en zat me lichtelijk geamuseerd en verwachtingsvol aan te kijken.

Toen we enige statements over Max verder waren, besloot ik Max zelf eens te vragen of ‘hij inderdaad passioneel techno wilde dansen’. Max keek me ontzet aan, en zei dat de hij écht niet de Max was uit het verhaaltje..! Dat had ik niet aan zien komen, mede doordat me dat nog niet eerder was overkomen! Ik was er namelijk van overtuigd dat het overduidelijk was dat Max-uit-mijn-klas ook de Max-uit-het-verhaal was…

Ik besloot vervolgens de klas te vragen of er inderdaad sprake was van twee Max-en; misschien had ik een belangrijk stukje informatie gemist… Volgens de klas was dit echter niet het geval, en was onze Max ook onze hoofdpersoon. Gesteund door de reactie uit de klas besloot ik Max daarom eens flink in het zonnetje te zetten: uiteraard was de klas-Max ook de verhaal-Max, want Max was superslim, enorm knap en ook nog eens een kei in dansen, en dit soort unieke mensen wil uiteraard op een passionele manier techno dansen.

Gaandeweg zag ik Max wat ontspannen en meer en meer meegaan in het verhaal, totdat hij akkoord ging met het feit dat het verhaal over hem ging.

Om dergelijke misverstanden met nieuwe groepen in de toekomst te voorkomen, neem ik me voor het ‘ophemelen’ van de hoofdpersoon meteen vanaf het begin toe te passen, evenals het stellen van (een) check-vra(a)g(en) aan de hoofdpersoon, uiteraard in combinatie met mijn non-verbale communicatie richting de hoofdpersoon.

Is jullie iets dergelijks ook al overkomen? Hebben jullie eventueel (andere) ideeën om hiermee om te gaan/dergelijke misverstanden te voorkomen?

Alvast bedankt voor jullie reacties!

Groetjes,
Iris

In de knoop – werkt TPRS voor heterogene en vergevorderde NT2-ers?

Ik heb tot nu toe 4 keer een TPRS-les gegeven. Spannend en intensief om te doen, maar erg leuk. De eerste keer stond ik voor een beginnersgroep jongeren op een ISK. Bij beginners is de valkuil dat je te snel gaat. Wanneer je geen of weinig reactie krijgt komt dit niet omdat ze er niets aan vinden, maar omdat ze je niet volgen. De andere drie keer stond ik op de zomerschool van hetzelfde ISK, maar nu met gevorderde leerlingen. Er was sprake van flinke niveauverschillen binnen de groep: sommigen hadden echt nog moeite met de Nederlandse taal, maar de meerderheid was al zo ver dat ze in het Nederlands konden mee-filosoferen over respect.

 In de TPRS-lessen probeerde ik een middenweg te vinden. Ingewikkelde doelstructuren maar simpel woordgebruik, voor ieder wat wils. Dit bleek maar deels te werken. De leerlingen met een lager niveau hadden toch moeite me te volgen, de beste leerlingen vonden het grappig wat ik deed omdat we samen de mooiste verhalen maakten, maar saai wanneer ik uitgebreid zinnen cirkelde. Dus kreeg ik soms weer weinig reactie. Mede door mijn gebrek aan ervaring wist ik niet goed hoe dit op te lossen.

 Dus mijn vragen aan collega-TPRS’ers:

·      Kan TPRS überhaupt werken voor een heterogene klas (wat betreft taalniveau)?

·      Ik lees in de handboeken dat TPRS ook voor (ver)gevorderde niveaus geschikt is. Het lijkt me dat je dan ingewikkelde doelstructuren gebruikt, en langere zinnen, wat betekent dat je cirkelmomenten heel uitgebreid en langgerekt worden. Hoe lossen jullie dit op? Hoe doe je TPRS met (ver)gevorderde groepen?

Ik ben benieuwd naar jullie ervaringen! Dank alvast voor het delen en meedenken.  

Cirkelen 2.0

     

De kunst van het cirkelen, één van de basisvaardigheid binnen TPR Storytelling,  is het zodanig flexibel omspringen met de verschillende cirkelvragen en zinsdelen dat het de leerlingen niet opvalt dat je keer op keer vragen stelt waarop het antwoord besloten ligt in de doelconstructie; deze zijn immers vooral bezig met de betekenis van al die verschillende vragen.

Juist het constant belichten van die verschillende zinsdelen uit de doelconstructie kan echter wellicht op den duur saai worden, zowel voor jezelf als voor je leerlingen.

De volgende tips kunnen je misschien helpen het cirkelen een grotere dynamiek te geven:

1)      Stel niet alleen inhoudsvragen, maar vraag ook eens naar de betekenis van een grammaticaal element (“* Waarom staat hier ‘was’ en niet ‘waren’? * Omdat het over Julia gaat, en niet over Julia en Joris.”);

 

2)      Focus in je vraagstelling niet alleen op de hele groep, maar spring regelmatig naar  een individuele leerling (en weer terug).

 

3)      Stimuleer de leerlingen om met hele zinnen te antwoorden door de vraag niet toe te spitsen op één zinsdeel, maar op meerdere zinsdelen tegelijk (“* Zit Victor om 10 uur ’s avonds nog te werken of zit hij al om half negen voetbal te kijken? * Victor zit om 10 uur ’s avonds nog te werken.”);

 

4)      Ook kun je kleinere groepjes  in je klas tegen elkaar ‘uitspelen’, bijvoorbeeld jongens vs. meisjes, linker- vs. rechterkant van de klas etc. etc . Dit werkt vooral goed wanneer je vist naar nieuwe details om het verhaal/de scene verder te brengen:  “* (docent) Sander gaat naar een concert. Meisjes, naar welk concert gaat Sander? *(meisjes): naar een concert van Justin Bieber! *(docent) Jongens, gaat Sander naar een concert van Justin Bieber..???? * (jongens) Nee, naar een concert van Normaal!”, etc. etc.

Ik hoop dat jullie deze tips nuttig vinden! Hebben jullie misschien nog andere cirkeltechnieken die goed werken in jullie klas? 

Alvast bedankt voor jullie reactie en groetjes,

Iris

Personalisaties en vakjargon

Tijdens mijn Spaanse lessen op de Hotelschool oefen ik het ‘huis-tuin-en-keuken’ Spaans graag d.m.v. persoonlijke gesprekjes met mijn studenten. Op die manier bepalen zij voor een groot deel de onderwerpen die aan bod komen, terwijl ik via het stellen van allerlei cirkelvragen ervoor zorg dat de relevante grammaticale structuren voldoende aan bod komen.

Ook het inoefenen van vakjargon en standaard hotellerie-structuren vormt echter een belangrijk onderdeel van de les. Maar ja, hoe maak je iets wat standaard is nu interessant en persoonlijk?

Voor mij heeft personalisatie in TPRS altijd betekend ‘cirkelvragen stellen rondom de interesses/voorkeuren/ervaringen van je studenten’, maar nadat ik deze zomer naar de TPRS-Conferentie in Las Vegas ben gegaan, is het me meer en meer duidelijk geworden dat een eenduidige interpretatie van ‘persoonlijk’ niet bestaat. Voor de ene docent is het bepalen dat ‘student X een fan is van Y’ persoonlijk, omdat je de les opbouwt rondom deze student (ook al is hij/zij in het echte leven misschien helemaal geen fan van Y), terwijl de ander een kort klassengesprekje aan het begin van de les over het thema van die dag, om het ijs te breken en de groep een bepaalde focus bij te brengen, al voldoende vindt.

Dit inzicht gaf me nieuwe inspiratie om verder te gaan experimenteren: vorige week ben ik weer begonnen met lesgeven, en heb ik mijn studenten als opdracht gegeven hun favoriete (droom-)restaurant & hotel, en favoriete persoon te tekenen, met daarbij een paar steekwoorden in het Spaans. Deze tekeningen heb ik voor mezelf gekopieerd, zodat ik ze het hele blok (= bij ons acht weken) bij de hand heb. Vervolgens heb ik samen met de studenten een setting gecreëerd waarin droomhotel X en favoriete persoon Y (= voorkeuren van willekeurige studenten) de hoofdrol spelen. Eén van mijn studenten was de receptionist. Toen heb ik samen met hen de checking-in procedure via het stellen van cirkelvragen doorgenomen (“Zegt Priscilla (=student/receptioniste) tegen persoon Y Goedemiddag, meneer/mevrouw Y, welkom in hotel X. Waar kan ik u mee van dienst zijn? of zegt ze Goedemiddag, mag ik je paspoort” etc. etc.).

De studenten keken in het begin nogal op van deze ‘kinderachtige’ werkwijze, maar vonden het gaandeweg wel grappig, had ik het idee. Voor mij was het echter hard werken, omdat ik merkte dat mijn studenten gehinderd werden door hun algemene kennis van de check-in procedure (“Maar je zegt als receptionist toch niet alleen de naam van het hotel, maar ook je eigen naam??” etc.). Hierdoor luisterden ze niet goed naar hoe ze deze standaard stappen in het Spaans moeten zeggen. Dat had ik niet voorzien..!

Nou ja, ik probeer dit de komende weken bij te stellen en dan hoop ik dat ik wat handiger wordt in deze werkwijze. Werken jullie met personalisaties in je lessen? Zo ja, hoe doen jullie dat dan? Hebben jullie nog tips and tricks voor mij soms :-) ?

Alvast bedankt voor jullie reacties, enneh…ik houd jullie op de hoogte van mijn (hopelijk :-) ) vorderingen!

Groetjes, Iris

TPR Storytelling = te zeer docentgestuurd?

Tijdens een van onze laatste workshops merkte een deelnemer op dat een taalles op TPRS-wijze toch wel erg docentgestuurd was, en dat dit haaks staat op de overtuiging dat onderwijs vooral leerlinggestuurd zou moeten zijn.

In je lespraktijk heb je meerdere doelstellingen, en je rol als docent past zich aan aan deze verschillende doelstellingen. Staan bijvoorbeeld presentatietechnieken op het progamma (zoals bij mij op de Hotelschool), heb je als docent meer een coachende rol. Ook wanneer je examentraining geeft, is je rol meer begeleidend dan onderwijzend. Is je doelstelling echter het verwerven van nieuwe taalstructuren, moet je er in mijn ogen voor zorgen dat je leerlingen deze structuren zoveel mogelijk te horen krijgen.

Het klopt dan ook helemaal dat in de eerste stap in een TPRS-lessenserie, het ‘bouwen’ van een verhaal, de docent een groot deel van de les aan het woord is; hij of zij wil de leerlingen namelijk zoveel mogelijk de nieuwe taal laten horen. Onze hersenen zijn immers zodanig geprogrammeerd dat ze spontaan taal gaan produceren na deze taal keer op keer, in allerlei verschillende contexten gehoord te hebben. In deze stap zorgt de docent ervoor dat de nieuwe taalstructuren herhaaldelijk worden aangeboden, en voegt hieraan de juiste uitspraak en intonatie toe.

Wanneer de focus ligt op de output (spreek- en schrijfvaardigheid), worden de lessen uiteraard meer leerlinggestuurd.

Wat is jullie mening over de verhouding ‘docentgestuurd-leerlinggestuurd’? Welke verhouding is in jullie ogen de beste? Hoe realiseren jullie dit in je eigen lessen? Welke rol kan TPRS hierin spelen?

Alvast bedankt voor jullie reacties!

Groetjes,

Iris

TPRS ist ganz kuhl

 Laatst waren Iris en ik eens de wijde wereld ingetrokken, ditmaal om workshops en lezingen te geven over TPRS in…. Oostenrijk. Er bestaat daar een levendig nascholingscircuit, mede doordat een x-aantal dagen nascholing per jaar verplicht is. TPRS is daar nog vrij onbekend, maar toch bestaat er al een levendige groep docenten die ermee bezig is. Het seminar waar we deze keer “optraden”, in een hotel-met-zalen (waar ook alle deelnemers logeerden), was voor een groot deel gericht op breinvriendelijk onderwijs, waar TPRS natuurlijk prima in past. Omdat in Oostenrijk het taalonderwijs nog veel sterker op grammatica gericht is dan hier, hebben we het heel veel gehad over “vragen stellen over zinnen”. We lieten de deelnemers vragen stellen: begripsvragen om te controleren of leerlingen de zin begrepen hebben, en uitbreidingsvragen om de zin langer – en dus interessanter – te maken. De aanwezige docenten waren in een opperbeste stemming omdat het seminar voor hun een jaarlijks uitje is, compleet met feestavonden en uitgebreide lunches en diners, dus uit deze stel-zoveel-mogelijk-vragen-opdrachtjes kwamen de wonderlijkste zinnen voort: “Mark wil zijn schilderijen aan de kerstman verkopen in een Turkse supermarkt vlakbij een badhuis.” “Paris Hilton woont in een kamertje naast de keuken van de abdij omdat ze wil trouwen met een monnik die romantisch kan tapdansen.” En meer van dit soort vondsten. Er is veel en hard gelachen. En dat is misschien wel wat ik het leukste vind van TPRS (en van workshops erover geven): er wordt zóveel gelachen, en zelfs als er niet wordt gelachen doen mensen zó goed mee, dat ik er steeds weer een enorme energie-boost van krijg.

Kirstin

Een klein roze libelletje

Ter variatie op het vragenstellen doe ik ook wel eens een uitspraak die niet klopt - in plaats van een vraag te stellen dus.

Er was bijvoorbeeld een klein roze libelletje dat een bril nodig had en naar de opticien in Parijs is gegaan om een speciale bril te zoeken. Tussen al het cirkelen = vragen stellen door zeg ik opeens, met het gebaar van heel groot erbij: "Er is een hele grote roze libel!" Je ziet de klas nadenken: “Begrijpen we dat goed : groot?!” Men kijkt elkaar aan en dan roept iedereen verontwaardigd in koor: “Noooon, petite!" of als ze al iets verder zijn: "Non, une petite libellule rose!”  En dan zeg ik met een onschuldige blik: "Aaaah, oui, il y avait une petite libellule rose, il n’y avait pas de grande libellule rose!"  En dan moeten ze lachen en kijken mij zo aan van ‘’Grappenmaker! Ons neem je niet in de maling!” Hebben jullie nog bepaalde variaties op het vragen stellen? Hieronder zet ik de gebruikte (Franse) structuren, vocabulaire, cognaten en TPR woorden

Structuren
il y avait  er was
avait besoin de had nodig
est allée à… is naar … gegaan 

Vocabulaire
une libellule een libel
des lunettes een bril
pour chercher om te zoeken

Cognaten
spéciales  speciaal
rose roze
un opticien een opticien

TPR
petite klein
grande groot
cherche/cherchez
zoek(en)

Met collegiale groeten,
Alike Last