Post uit Duitsland!

Mijn 2havo leerlingen kregen vorige week post.  

Ze hadden kaartjes  en briefjes gestuurd naar mijn achternichtjes in Duitsland.
En mijn leerlingen hadden  antwoord gekregen. 

De brief van Aischa werd het uitgangspunt voor mijn nieuwe TPRS-verhaal.

We zijn nog niet zo lang bezig met TPRS in deze klas en zo konden we met het verhaal van Aischa het vragen en het antwoorden oefenen. De vragen gingen over de hobby’s van Aischa.

Na het oefenen startten we met het TPRS-verhaal. Het  verhaal ging over een fictief persoon: Lucas uit Brazilië. Een PowerPoint met plaatjes van Brazilië en schaatsers in Nederland ondersteunden het verhaal.

Lucas wohnt in Brasilien.

Sein Hobby ist Kanufahren.

Er möchte gerne Schlittschuhlaufen

Aber in Brasilien ist es zu warm.

Er fliegt mit dem Flugzeug in die Niederlande.

Dort kann er Schlittschuhlaufen.

We oefenden bij dit verhaal de vraagwoorden, want de leerlingen vinden het moeilijk om deze woorden te onthouden.

Wer wohnt in Brasilien?

Was ist sein Hobby?

Wo ist es zu warm?

Wohin fliegt Lucas?

Daarna mochten de leerlingen hun eigen verhaal bedenken.  Alle dikgedrukte woorden in het verhaal  mochten ze vervangen met eigen woorden. De woorden konden  ze opzoeken in de woordenlijst of het woordenboek of aan mij vragen.

De leerlingen kwamen met fantastische verhaaltjes met hobby’s als formule 1 rijden, kameel racen, buikdansen en voertuigen als hete luchtballonnen en onderzeeërs. De leerlingen wilden heel graag hun verhaaltjes vertellen en ik had graag elke leerling gehoord en vragen over alle verhaaltjes gesteld, maar dat ging helaas niet qua tijd. Daarnaast zou het ook een grote opgave geweest voor de leerlingen om naar de in totaal 29 verhaaltjes te luisteren.

Hebben jullie ideeën hoe ik toch nog iets kan doen met alle verhaaltjes die bedacht zijn?

Eva de vlaming

Correctere taalproductie door het aanscherpen van de waarneming


 

Hoi allemaal,

In december werd ik gevraagd voor een training Duits voor een beginner. Hij zat qua spreekvaardigheid op het niveau A1- en kreeg akkoord voor 50 lesuren. Met de training wilde hij zich voorbereiden op een langdurig verblijf in Hamburg.

Toen ik dit hoorde, dacht ik meteen: dit is mijn kans om Duits te gaan geven met TPRS. Vaak duren trainingen namelijk maar 20 à 30 uur en zijn de doelstellingen zo specifiek dat er maar weinig ruimte voor is.

 

Ik had al vaker gedacht dat TPRS de ideale methode zou zijn om naast het vocabulaire ook de grammatica van het Duits te verwerven. Laatste lijkt vaak vrij lastig tot onmogelijk te zijn.

Mijn ervaring is dat Nederlanders die Duits leren over het algemeen vrij snel een niveau bereiken waarop ze een praatje kunnen maken, maar dat zij de eigenaardigheden van het Duits maar zelden onder de knie krijgen. Daarmee bedoel ik de structuren en uitdrukkingen van het Duits die van het Nederlands verschillen. Het lijkt alsof ze tijdens het leren van het Duits alleen zien en horen wat op het Nederlands lijkt en de verschillen helemaal niet waarnemen.

En wat je niet waarneemt – niet hoort als je luistert en niet ziet als je leest -  kun je niet verwerven. TPRS zorgt er op verschillende manieren voor dat cursisten de verschillen wél kunnen waarnemen.

Deze manieren zijn:

- Cirkelen. Door het doelvocabulaire en de doelstructuren tijdens een les 70 keer of vaker te herhalen is er veel gelegenheid om deze te horen.

- Doelvocabulaire en doelstructuren op het bord schrijven. Terwijl deze tijdens het vragen van het verhaal steeds weer herhaald worden, kan de cursist deze ook zien. Soms hoort een cursist een verschil pas als hij het ziet, bijvoorbeeld het verschil tussen ‘einen’ en ‘eine’.

- Langzaam en duidelijk praten en daarmee rekening houden met de verwerkingstijd van de cursist. Als ik te snel praat, is bijvoorbeeld het verschil tussen ‘einen’ en ‘eine’ niet hoorbaar. Wellicht verstaat een Nederlander hier zelfs ‘een’.

- Lezen. Door teksten te laten vertalen worden ook de verschillen tussen doeltaal en moedertaal zichtbaar. De cursist heeft de tekst voor ogen. Hij kan de woorden en structuren zien terwijl ik vragen over de inhoud stel.

- Pop-upgrammatica. Een pop-up duurt maar 5 à 10 seconden, maar zorgt er wel voor dat de cursist op een grammaticaal fenomeen let dat anders aan zijn aandacht zou ontsnappen.

- Vraagwoorden. Door de vraagwoorden ‘wer’, ‘wem’ en ‘wen’ vaak te gebruiken (en dat doe ik uiteraard als ik een verhaal vraagt) is er van begin af aan aandacht voor de naamvallen zonder dat er expliciet op ingegaan wordt. En als een cursist maar vaak genoeg hoort: “Von wem?” zoals in “Von wem hat sie den Brief bekommen?”, dan verwerft hij deze combinatie op een gegeven moment.

 

Mijn vermoeden dat TPRS leidt tot een bewustere waarneming van de taal en daardoor tot correcter taalgebruik, bleek te kloppen. We hebben in die 50 uur bijna uitsluitend met TPRS gewerkt: ik heb verhalen gevraagd, hij heeft verhalen schriftelijk afgemaakt of naverteld en we hebben meerdere boekjes op de niveaus A1 en A2 gelezen. De cursist behaalde bovengemiddelde resultaten. Aan het eind van de training had de man niveau B1 bereikt. Daarbij viel op dat hij de naamvallen en modale werkwoorden vaak correct gebruikte zonder dat de regels expliciet aan bod zijn gekomen tijdens de lessen. Ik ben ervan overtuigd dat hij iets geleerd heeft wat veel taalleerders niet kunnen: nieuwe input met een open en nieuwsgierige houding te bejegenen. Daardoor hoort en ziet hij dingen die anderen zouden ontgaan en is hij ideaal voorbereid om zelfstandig verder te gaan met zijn taalontwikkeling.

 

Ik ben ondertussen een beetje jaloers op diegenen die op school Duits geven en veel meer tijd hebben om aan taalverwerving te werken. Merken jullie ook dat TPRS werkt? Dat leerlingen meer waarnemen en correctere taal produceren? Ik hoor het graag!!!