Niels Holgersson in TPRS-vorm

Over een aantal weken ga ik voor 2 maanden naar Rusland. Daar help ik bij een project van een ecologisch educatief centrum in St. Petersburg. In juli organiseert het centrum een reis naar London om deelnemers van de Britse cultuur te laten proeven en om te laten zien hoe organisaties in London ‘sustainable lifestyle’ toepassen. Om het project te ondersteunen, ga ik tijdens de twee maanden die aan die reis vooraf gaan een serie van 12 lessen Engels verzorgen (ondanks dat ik eigenlijk docent Duits ben). De groep mensen die ik wat Engels bij zal brengen, is een gevarieerd gezelschap van toeristen, studenten en zakenlieden.

Op het moment ben ik in London. Hier kijk ik welke plekken we met de groep kunnen bezoeken, zoals parken, musea, educatieve instanties, en toeristische attracties. Vandaag ben ik echter niet op verkenning gegaan, maar heb ik me in een bibliotheek in het Londons stadsdeel Chiswick ‘opgesloten’ en ik bereid alvast een aantal van mijn lessen voor.

De vraag vanuit het ecologische centrum is om het verhaal van Niels Holgersson terug te laten komen in de lessen. Dat verhaal gaat over een zakenman die alleen aan geld denkt en met zijn fabrieken het milieu vervuild. Hij wordt door een boze dwerg betoverd. Niels krimpt tot een klein jongetje. Een groep ganzen vindt hem en neemt hem mee. Vanuit de lucht ziet Niels wat hij aangericht heeft met zijn fabrieken en hij krijgt berouw over wat hij heeft gedaan.

Het is de bedoeling dat mijn groep aan het einde van de lessenreeks een klein toneelstuk kan opvoeren waarin het verhaal van Niels Holgersson nagespeeld wordt. Daarnaast werd vanuit het centrum gevraagd om de lessen interactief in te richten en ervoor te zorgen dat de groep vooral veel plezier heeft in het leren van de taal. En ik dacht: “Welke methode is daar geschikter voor dan de TPRS-methode?” TPRS is verhalend, op spreken gericht, goed voor rollenspellen, interactief en zorgt voor plezier.

En nu zit ik hier en bedenk ik hoe ik het verhaal van Niels Holgersson “TPRS-proof” kan maken. Dit is leuk om te doen, maar ook nog best een hele klus. De thematiek van het verhaal is niet eenvoudig, maar de zinnen moeten dit in beginsel wel zijn. Daarnaast moeten er in de lessen een aantal standaard thema’s verwerkt worden, zoals “jezelf voorstellen, werk, familie, reizen“ etc.

Misschien herken je dit: Je wilt een serie TPRS-lessen geven, maar je zit vast aan bepaalde eisen vanuit het boek of vanuit het curriculum. Het vergt veel tijd en werk en kan vervelend of onmogelijk lijken. Tegelijkertijd heeft het voordelen, het proces doet beroep op je creativiteit. Je gaat opnieuw kijken naar wat er precies belangrijk is voor je leerlingen en hoe je de afgesproken of voorschreven doelen ook op een andere manier kunt bereiken.

Het lukt me al aardig om te selecteren, en de standaard thema’s in het verhaal terug te laten komen. Ik ben er echter nog lang niet, maar ik heb gelukkig nog wat tijd. Ondertussen zie ik al uit naar de uiteindelijke voorstelling van mijn bonte gezelschap, al dan niet verkleed als gans of dwerg.

Heb je het ook meegemaakt dat je met een voorschreven boek of met vaste opdrachten, doelen of toetsen moest werken terwijl je ook TPRS wilde integreren in de lessen? Welke oplossingen heb je daarvoor bedacht?

 

Eva de Vlaming

Doceren met TPR en TPRS voor docenten klassieke talen

Als docent Grieks en Latijn kun je net als bij de moderne vreemde talen gebruik maken van technieken als TPR en TPRS. Daar zitten ten opzichte van talen zoals Frans, Duits en Engels zowel voordelen als nadelen aan.

Voordelen

  1. Docenten moderne vreemde talen moeten hun leerlingen vier basisvaardigheden aanleren: luisteren, spreken, lezen en schrijven. Leerlingen Grieks of Latijn hoeven uiteindelijk alleen te kunnen lezen (en vertalen). Als docent kun je een groot deel van de lestijd besteden aan die vaardigheid. 
  2. Leesvaardigheid is net als luistervaardigheid een passieve vaardigheid, een input-vaardigheid. Een passieve beheersing van een taal is altijd gemakkelijker dan actieve vaardigheden. Met het gat tussen actieve en passieve beheersing hoeven docenten klassieke talen geen rekening te houden.
  3. Voor TPR en TPRS zijn verhalen nodig om mee te oefenen. Gelukkig voor docenten klassieke talen is het corpus Latijn en Grieks enorm: historische overleveringen, toneelstukken, mythen, sagen, fabels en brieven. Deze verhalen zijn gemakkelijk aan te passen voor TPRS of een embedded reading. De leerling maakt op die manier direct kennis met de inhoud van het klassieke corpus, dat natuurlijk aansluit bij de uiteindelijke kennis die benodigd is voor het eindexamen.
  4. Door constant met de taal bezig te zijn in de taal zelf, kunnen leerlingen niet alleen direct kennis nemen van de woorden en grammatica, maar ook van de cultuur. Daarmee vergroten zij hun cultuurhistorische kennis op hetzelfde moment als hun (ver)taalvaardigheid.

Nadelen

  1. Het eindniveau leesvaardigheid is bij de klassieke talen een stuk hoger dan bij moderne vreemde talen. Wat we overgeleverd hebben, zijn voornamelijk literaire teksten over  veelal abstracte onderwerpen. Voor een leerling zijn dat soort teksten inhoudelijk en grammaticaal ingewikkeld. 
  2. Als docenten gebruik willen maken van de voordelen van TPR en TPRS moeten zij zelf wel een actieve beheersing hebben van alle vier de basisvaardigheden. Een actieve beheersing van het Grieks of Latijn is op dit moment geen onderdeel van de studie Griekse en Latijnse Taal en Cultuur. Docenten zullen daarom op eigen initiatief tijdens of na hun studie deze vaardigheden moeten opdoen. 
  3. Leerlingen moeten niet alleen de teksten kunnen lezen en begrijpen, maar ook kunnen vertalen naar goed lopende Nederlandse zinnen: een compleet andere vaardigheid. Mijn ervaring is wel dat wanneer kinderen direct kunnen begrijpen wat er staat, ze vaak beter en mooier kunnen vertalen.

De voordelen en nadelen die ik net heb opgesomd, zijn volgens mij de belangrijkste. Wat zijn volgens jullie nog meer belangrijke voor- en/of nadelen van TPR en TPRS bij klassieke talen? Laat het me weten.

Groetjes, Casper
Wie meer wil weten over actieve taalbeheersing als didactisch middel tijdens lessen Latijn en Grieks, kan terecht op de gratis lezing en workshop van Addisco Onderwijs op 18 maart 2014 (16.00 – 18.00)

Over de auteur:
Casper Porton biedt onder de naam Addisco Onderwijs  cursussen Latijn en Grieks in Hilversum en deelt zijn kennis over vernieuwend onderwijs in de klassieke talen op zijn weblog Classiculus.

Maar ‘waar’ betekent toch ‘where’?

Er was een les die ik nooit zal vergeten: een Amerikaanse cursist werd kwaad toen ik hem uitlegde dat waar in combinatie met een voorzetsel  what of  which betekent en niet where.  – Dat was nog voordat ik lesgaf met TPRS. – Hij vervloekte op dat moment de Nederlandse taal en zijn weerstand groeide immens. Ik begreep hem maar al te goed. Het is zo anders dan in het Engels en dus wennen!

Een andere cursiste die bij mij op les kwam toen ze al ruim op niveau B1 zat, zei verontwaardigd: Ik snap niet waarom er niet van begin af aan expliciet aan bod komt in de lesboeken. Het betekent immers it en dat is een van de belangrijkste woorden in een taal.

En ik geef haar groot gelijk. Het Nederlands stikt van vaste combinaties met een voorzetsel die maken dat de structuur van een zin helemaal verandert. En dat betreft ook heel veel combinaties van hoogfrequente woorden. Houden van, kijken naar en zin hebben in zijn hier voorbeelden van. Op het moment dat je de ‘wat-vraag’ wilt stellen, heb je het vraagwoord waar nodig.

Waar houd je van?
Waar kijk je naar?
Waar heb je zin in?

Sinds ik Nederlands geef, worstel ik met de vraag hoe ik er, daar en waar in de betekenis van it, that  en what het beste kan aanbieden en wanneer ik daarmee moet beginnen. Sinds ik TPRS gebruik, kom ik steeds dichter bij het antwoord: in ieder geval zo vroeg mogelijk. Deze woorden vermijden is onnatuurlijk. Uiteraard verwacht ik niet dat mijn cursisten deze en de daarmee gepaard gaande structuren meteen actief kunnen gebruiken, maar ik geef ze zo de kans om eraan te wennen en de betekenis van deze woorden te begrijpen als ze deze in een gesprek of in een tekst tegenkomen.

In mijn lessen begint het met de vraagwoorden aan de muur. Vanaf de eerste les staat daar waar naast wat met de vertaling what eronder. Als ik een zin als ‘Tom keek naar een roze Porsche.’ bevraag en dus op een gegeven moment zeg ‘Waar keek Tom naar?’ wijs ik tegelijkertijd naar het vraagwoord met zijn vertaling aan de muur. Als mijn cursisten de vraag niet meteen begrijpen of op het moment dat ik de vraag voor de tweede keer stel ,las ik een begripscheck in: “Wat betekent waarnaar? Antwoord: “Whatat.” En weer iets later volgt een korte grammatica-uitleg: ‘De naar maakt dat wat verandert in waar.’ Uiteraard in het Engels als het beginners zijn. Afhankelijk van de groep kan het gebeuren dat ze meteen willen weten “Why?” En dan begin ik met de korte grammatica-uitleg. Als cursisten dan nog meer willen weten, rem ik ze af. We zijn immers bezig met een verhaal! In de loop van de cursus komen ze de ‘waar-vraag’ die wat betekent steeds vaker tegen:

Waar praatten ze over?
Waar luisterde hij naar?
Waarmee ging zij naar Hawaï, met de fiets of met het vliegtuig?

En ze beginnen de ‘waar-vraag’ langzaamaan normaal te vinden. Bovendien herkennen en begrijpen ze deze steeds sneller als ze lezen.

Wil ik dat mijn cursisten de ‘waar-vraag’ ook zelf gaan gebruiken, dan verwerk ik deze in de directe rede in een verhaal: ‘Sarah vroeg aan Tom: “Waar kijk je naar?”’ Op die manier kan ik deze vraag bevragen (cirkelen) en er ook voor zorgen dat de vraag af en toe deel uitmaakt van het antwoord dat de cursisten moeten geven (“Wat vroeg Sarah aan Tom?” Antwoord: “Waar kijk je naar?”)

Jullie kunnen je misschien al voorstellen dat het een stuk makkelijker wordt om er en daar in de betekenis van  it en that te introduceren als je met waar begonnen bent. Maar daar ga ik het een andere keer over hebben.

Nu zou ik graag van jullie willen weten hoe jullie deze woorden aanbieden. Het is namelijk niet zo dat ik het gevoel heb dat ik er al helemaal ben. Zeker als het gaat om er en daar blijf ik het moeilijk vinden. Mijn cursisten begrijpen deze woorden wel, maar gebruiken ze zelden (goed). Ook zou ik het interessant vinden om van jullie te horen wat volgens jullie frequente vaste combinaties zijn die de moeite zijn om vaak te herhalen in de les. Zou het niet leuk zijn om met z’n allen een lijst samen te stellen?

Ik ben benieuwd naar jullie ideeën, tips, good practises en frequente vaste combinaties!

Hartelijke groet, Angela

 

 

Post uit Duitsland!

Mijn 2havo leerlingen kregen vorige week post.  

Ze hadden kaartjes  en briefjes gestuurd naar mijn achternichtjes in Duitsland.
En mijn leerlingen hadden  antwoord gekregen. 

De brief van Aischa werd het uitgangspunt voor mijn nieuwe TPRS-verhaal.

We zijn nog niet zo lang bezig met TPRS in deze klas en zo konden we met het verhaal van Aischa het vragen en het antwoorden oefenen. De vragen gingen over de hobby’s van Aischa.

Na het oefenen startten we met het TPRS-verhaal. Het  verhaal ging over een fictief persoon: Lucas uit Brazilië. Een PowerPoint met plaatjes van Brazilië en schaatsers in Nederland ondersteunden het verhaal.

Lucas wohnt in Brasilien.

Sein Hobby ist Kanufahren.

Er möchte gerne Schlittschuhlaufen

Aber in Brasilien ist es zu warm.

Er fliegt mit dem Flugzeug in die Niederlande.

Dort kann er Schlittschuhlaufen.

We oefenden bij dit verhaal de vraagwoorden, want de leerlingen vinden het moeilijk om deze woorden te onthouden.

Wer wohnt in Brasilien?

Was ist sein Hobby?

Wo ist es zu warm?

Wohin fliegt Lucas?

Daarna mochten de leerlingen hun eigen verhaal bedenken.  Alle dikgedrukte woorden in het verhaal  mochten ze vervangen met eigen woorden. De woorden konden  ze opzoeken in de woordenlijst of het woordenboek of aan mij vragen.

De leerlingen kwamen met fantastische verhaaltjes met hobby’s als formule 1 rijden, kameel racen, buikdansen en voertuigen als hete luchtballonnen en onderzeeërs. De leerlingen wilden heel graag hun verhaaltjes vertellen en ik had graag elke leerling gehoord en vragen over alle verhaaltjes gesteld, maar dat ging helaas niet qua tijd. Daarnaast zou het ook een grote opgave geweest voor de leerlingen om naar de in totaal 29 verhaaltjes te luisteren.

Hebben jullie ideeën hoe ik toch nog iets kan doen met alle verhaaltjes die bedacht zijn?

Eva de vlaming

TPRS-feuilletonverhaal

Annemieke Woudt, één van de cursisten van de Deeltijdopleiding tot TPRS-docent, heeft een geweldige manier om gevoelige onderwerpen toch te kunnen behandelen. Ze geeft les aan inburgeraars, die vaak vreselijke dingen hebben meegemaakt. Onderwerpen die op het eerste gezicht niet bijzonder gevoelig zijn, zoals familie, kunnen voor deze mensen zeer pijnlijk zijn. Zo'n onderwerp is dus niet erg geschikt voor PQA, en ook niet om een bizar verhaaltje mee te bouwen ("bizar" is bij Nt2-lessen toch al een lastig fenomeen).

Daarom is Annemieke begonnen met een verhaal rondom de dagelijkse belevenissen van Bram (in de ene groep) en Amina (in de andere groep). Deze verhalen zijn uitgegroeid tot feuilleton – iedere week komt er een aflevering bij volgens het thema dat die week aan de orde is. Zo hebben de cursisten van groep 1 de familie van de hoofdpersoon, Bram, erbij bedacht, compleet met leeftijden en beroepen, en is Bram en naar de Sinterklaasintocht. Zijn zusje heeft bovendien Sint Maarten gelopen. In de tweede groep bleek Amina met een gebroken voet toch in staat om naar de dokter te lopen, en heeft ze haar verzekeringspapieren moeten invullen.

De cursisten vragen steeds: "wanneer komt Bram/Amina weer?" en verzinnen in de pauzes zelf nieuwe avonturen voor hen. Voor Annemieke is dit verhaal ideaal om allerlei PQA-gesprekken aan te koppelen. Zo bleek bij een gesprek over beroepen dat één van de cursisten verpleegster is. Prompt werd er geroepen: "net als Sarah!" – de zus van Bram. Zo zie je dat de personages uit het feuilleton, net als bij soapseries als GTST, voor de trouwe volgers ook een soort familie wordt, maar dan één waar het altijd prettig vertoeven is.

Wie probeert dit idee ook een keer uit? Laat ons weten hoe het uitpakt!

Movie Talk & embedded reading bij ‘Paperman’

In de les heb ik 'Paperman' gebruikt voor Movie Talk. Onder het filmpje vertel ik er meer over. 'Paperman' is een animatiefilmpje van de Disney studio's en heeft in 2013 de Oscar gewonnen voor beste korte animatiefilm.

Helaas is de versie hieronder de enige volledige versie op Youtube en daar heeft iemand iets voor en in geknutseld… (maar daardoor is hij waarschijnlijk nog niet van Youtube afgehaald of ingekort, zoals met de andere filmpjes het geval is).  

Je kunt het filmpje als origineel bekijken op vimeo.

Tijdens de NTPRS heb ik de Movie Talk workshop van Betsy Paskvan en Michele Whaley bezocht. Movie Talk is ontwikkeld door Ashley Hastings met studenten Engels als vreemde taal en het schijnt 5x sneller te werken dan traditionele methodes.

Movie Talk is een film verhalend uitleggen door :

  • het benoemen van voorwerpen
  • het beschrijven van handelingen, acties, activiteiten
  • het verklaren, uitleggen van personages
  • het verklaren, duiden van hun emoties
  • dialogen

Een paar belangrijke punten :
- L U I S T E R E N is een eerste vereiste voor S P R E K E N
- Taalleerders kunnen niet boven hun eigen begripsniveau spreken

Ik heb het filmpje gebruikt voor de structuren:

  • Il/elle est allé(e) à la gare       Hij/zij is naar het station gegaan
  • Il/elle a pris le train                   Hij/zij heeft de trein genomen 
  • Il/elle est monté(e)                   Hij/zij is ingestapt 
  • Il/elle est descendu(e)            Hij/zij is uitgestapt

Ook heb ik het filmpje gebruikt om eerdere vocabulaire te herhalen. Het filmpje duurt ruim 6 en een halve minuut en wij hebben er een uur over gepraat, alles in het Frans. De tijd vloog ongemerkt voorbij. Iedereen bleef heel betrokken en ze vonden het erg leuk om te doen. Ik heb veel vragen gesteld en gecirkeld waar nodig. Ik heb voor een groot deel gewerkt met bovenstaande structuren. Ik heb het filmpje gevonden doordat ik googelde op trein, instappen, station en dan bij 'video's' kijken wat dat opleverde. Vorige week hadden we 'wachten' gehad, dus die konden we nu ook goed gebruiken. En al eerder : hij is bezig met, hij heeft gebruikt, hij heeft ontmoet. We hebben ook PQA vragen gedaan, maar eigenlijk had ik er achteraf gezien toch meer willen doen, om de ik- en de jij vorm meer te gebruiken. Ik heb er een embedded reading bijgemaakt in vier stappen in opklimmende moeilijkheidsgraad  : 131126_Paperman. Ik denk dat de vierde versie vooral voor de hogere niveaus is. Ik ben heel benieuwd wat mijn A1'ers over de derde en vierde versie zeggen als ik ze de komende les zie.

Werk jij ook wel eens met Movie Talk? Wat zijn jouw ervaringen? Heb je nog tips voor leuke filmpjes?

Met collegiale groeten, Alike Last

Woordkompas : (gratis) vocabulaire goudmijn voor NT2 docenten en cursisten

Wat ben ik als docente Frans jaloers op de NT2 docenten! Want zij kunnen hun cursisten gebruik laten maken van het Woordkompas. In het Woordkompas vind je veel meer dan in een gewoon woordenboek: je vindt er de Nederlandse taal zoals deze dagelijks gebruikt wordt.

Siel van der Ree heeft het Woordkompas ontwikkeld met (wijlen) Puck Tazelaar en enkele andere dames en hij heeft het Woordkompas gelukkig online GRATIS beschikbaar gesteld. In april heeft hij mij daar al een link van gestuurd en ik moet tot mijn grote schaamte en schande bekennen dat ik die al die tijd heb laten liggen… Daarom nu snel de link naar de homepage van het  WOORDKOMPAS VOOR NEDERLANDS ALS VREEMDE EN ALS TWEEDE TAAL.

Als je naar de database zelf wilt, dan dien je de link hierachter te volgen, naar de pagina ‘De oorspronkelijke lemma’s‘. Door op een letter te klikken kom je op de pagina met alle lemma's van die betreffende letter.

Hieronder citeer ik de tekst van de homepage:

"Halfgevorderde & gevorderde NT2-cursisten èn  collega's Nederlands in het buitenland blijven standaardfouten maken, waar ze niks aan kunnen doen! Ze schrijven bijvoorbeeld ‘een erge griep krijgen’ i.p.v. ‘een zware griep oplopen’ en ‘een koude krijgen’ i.p.v. ‘kou vatten’: ze kunnen onmogelijk 'bedenken' en nergens opzoeken, hoe het wel normaal klinkt. Dit wreekt zich natuurlijk het duidelijkst bij schrijven: de voorbeelden hierboven komen ook uit e-mails van collega's in midden Europa.

Om dit soort problemen te helpen oplossen hebben we, al jaren geleden, de z.g. Woordkompassen ontwikkeld.

Deze site, met een lange geschiedenis, is een voorlopige opzet: we willen een bruikbare website maken waarin je direct alles vindt wat we te bieden hebben en dat is:

  • tekst ter uitleg
  • verwantschappen
  • vaste verbindingen

Vreemde taalleerders vragen immers om …
1) eenvoudige maar veelzeggende voorbeelden
2) met een precisering van de betekenis via (lexicale) verwanten
3) en een overzicht van de gebruiksmogelijkheden.

Je kunt het woordkompas ook gebruiken als leerwoordenboek, d.w.z. door de bestudering van lemma’s de woorden beter onthouden. Onderzoek aan het brein heeft de realiteit hiervan inmiddels bevestigd.

Deze voorlopige opzet houdt in, dat we ons bestaand materiaal ter beschikking stellen in pdf-vorm. Die moet je dus eerst downloaden om het makkelijk te hanteren.

De definitieve vormgeving houdt meer in : Een volwaardig Wiki-woordkompas waarbij je niet alleen direct alles kunt vinden bij een woord (en je ook de weg leert naar bijvoorbeeld verwante lemma’s en links naar woordenboeken met uitdrukkingen), maar ook zelf ideeën kunt toevoegen. Op die manier blijft het actueel.

Voor dit project zijn we  op zoek naar mensen en middelen."

Tot zover het citaat van de homepage van de website van het Woordkompas. Zoals je ziet zoekt Siel van der Ree mensen en middelen; neem contact met hem op als je mogelijkheden hebt of weet! Je kunt hem bereiken via: ssalto@me.com

Het zijn niet 'woordjes' en 'grammaticale structuren', maar woordjes en taalflarden die de basiseenheden voor taal leren vormen. Dit verklaart ook waarom native speakers zo weinig en vreemde taal-leerders zoveel moeite hebben met z.g. welgevormde zinnen, zinnen dus die ook normaal klìnken.  Lees hier meer over de achtergronden van het Woordkompas.

In het verleden hebben Siel en ik een oproep geplaatst in het Levende Talen Magazine om te vragen of collega's van de andere talen ook een Woordkompas zouden willen hebben, maar daar hebben we amper respons op gekregen, dus we hebben "nee" geconcludeerd. Wat vinden jullie, collega's MVT, zouden jullie het fijn vinden om een Woordkompas tot je beschikking te hebben?

Allemaal een heel fijn nieuw schooljaar gewenst en hartelijke groeten van Alike

#TPRS een “langman” verhaal

Wanneer ik mijn fiets vastzet, voor het gebouw van Hogeschool Domstad, vraag ik me even af wat ik hier doe. Zaterdagochtend, negen uur, een zonnige zaterdag nog wel. Ik had met een kop koffie op het balkon kunnen zitten, of ergens op een terras. Vriendin Annemarie en ik spreken elkaar moed in en verheugen ons vast op de lunch ergens in de stad.

Ik maak mijn fiets vast voor een school, om op mijn vrije dag naar een TPRS bijeenkomst te gaan.

TPRS staat voor: Teaching Proficiency through Reading and Storytelling. De eerste keer dat ik hiervan hoorde, was een aantal jaar geleden op een conferentie van de BVNT2maar verder dan deze kennismaking ben ik nooit gekomen, ik heb er nog nooit mee gewerkt.

We worden ontvangen met koffie (goddank!) en thee. Als iedereen binnen is en zit, worden we te woord gestaan door Alike Last en Iris Maas, en we krijgen de kans met elkaar kennis te maken. De algemeenheden vliegen over en weer. Een tijdsignaal gaat af, we stoppen met onze kennismaking en gaan weer zitten, als brave leerlingen. Dat zijn we het komende half uur ook.

Iris Maas geeft ons les in het Mandarijn. Op het scherm verschijnen ingewikkelde woorden als nuhai. We gaan namelijk een verhaal maken, over een Nuhai, en een nuhai is een meisje zo leren we al snel. “Is Annemarie ook een meisje?” Vraagt de docent in het Mandarijn. “Shi!!!” zeggen wij als klas braaf, natuurlijk is Annemarie ook een nuhai! En als snel zijn we bezig om een verhaal te maken in het mandarijn, een erg “langman” (romantisch) verhaal en gelukkig loopt het nog goed af ook! Binnen een paar minuten neemt mijn woordenschat toe. Ik zit er inmiddels helemaal in en schreeuw mee dat Pieter ook hartstikke “langman” is, maar dat klopte niet “bu” (nee) Pieter bleek namelijk juist heel erg “ku” (cool).

Bij TPRS begin je met een eenduidig verhaal. Een zin, ofwel een statement, bijvoorbeeld “Kees eet een appel”. Dat statement roept een reactie op, “ahhh”. Daarna begin je als docent vragen te stellen, de zogeheten cirkelvragen. “Eet Kees een banaan?” – nee, Kees eet een appel! “Eet Yasmine een appel?” – nee, Kees eet een appel!
Na de gesloten vragen kan je over gaan op de open vragen en zo het verhaal een wending geven. De leerlingen hebben zo input in het verhaal. “Wat is er op de appel?” – een rups! “Er zit een rups op de appel! Wat doet de rups?” – hij eet!

In kleine groepjes gaan we oefenen, een aantal NT2 docenten -begeleid door een TPRS-coach- zitten bij elkaar. Ik speel een leerling. Ik snap de docent niet altijd, want ik zit nog amper op A1. Zelfs als je speelt, voel je snel welke vragen te moeilijk zijn en op welke vragen je graag een antwoord geeft! Na even oefenen begint mijn personage behoorlijk recalcitrant te worden, tja, dat heb je met die pubers…

Ik krijg zin het meteen in de praktijk te brengen. Wat goed dat ik deze ochtend niet met een kop koffie op mijn balkon ben gaan zitten! Omdat we zo goed ons best hebben gedaan (of gewoon omdat we er zijn) krijgen we ook nog een certificaat.

Ik haal mijn fiets weer van het slot. Annemarie en ik besluiten dat we blij zijn dat we gegaan zijn! Al hebben we inmiddels wel erg veel zin in lunch.

Bovenstaande verhaal is geschreven door Barbara Klomp op haar blog "Taal en educatie" (met als motto: "De grenzen van mijn taal zijn de grenzen van mijn wereld." Ludwig Wittgenstein) en is hier te vinden: http://taaleducatie.wordpress.com/2013/06/12/tprs-een-langman-verhaal/

De foto van de fietsen komt van het blog: http://annagroot.punt.nl/content/2012/01/praktisch-fietsparkeren

Een teken van taalverwerving?!

Laatst merkte ik op dat een cursiste van mij bij het navertellen van een samen gebouwd verhaaltje een paar keer stokte, nadacht en zich toen zelf verbeterde. Datzelfde was me ook al opgevallen toen ze aan het begin van de les over haar weekend verteld had.

Het is een fenomeen dat ik tot dan toe eigenlijk alleen bij cursisten had gezien die les krijgen met een methode waarbij vaak expliciet aandacht wordt besteed aan grammatica. Bij hen staat de monitor (het duiveltje op de schouder dat elke taaluiting checkt, het liefst nog voordat deze uitgesproken wordt) continu aan, wat zowel voor de spreker als voor de toehoorder vermoeiend kan zijn. 

Ik was nieuwsgierig wat er op dat moment in het hoofd van mijn cursiste gebeurde en misschien ook wel een beetje bezorgd. Misschien was ze zich, na twee jaar TPRS-lessen, nu toch op eigen houtje gaan verdiepen in de grammaticaregels, hoewel haar afkeer tegen deze regels het voor mij juist zo makkelijk had gemaakt me niet tot uitgebreide grammatica-uitleg te laten verleiden. Of had ik het de laatste tijd toch overdreven met mijn grammatica pop-ups?

Haar antwoord was fascinerend. Zij zei iets in de trant van: “Ik weet het ook niet precies. Ik zeg iets en als ik het heb gezegd, dan hoor ik dat het niet juist klinkt en dan probeer ik het te verbeteren.”

Als dit geen teken is van echte taalverwerving! Als een moedertaalspreker een buitenlander zijn taal hoort spreken, dan hoort hij als deze een fout maakt en kan hij de fout in de meeste gevallen ook verbeteren, maar weet bijna nooit waarom het fout is. Hij kent de grammaticaregel niet omdat hij deze gewoonweg niet nodig heeft om correct te spreken. Evenmin hoeven tweedetaalleerders in staat te zijn hun taaluitingen te analyseren om de taal goed te spreken (“Hm, als ik de zin met het woordje “dan” begin, dan moet ik de inversieregel toepassen, omdat de persoonsvorm altijd op de tweede plaats moet staan in een hoofdzin …”). Volgens mij is het doel van taallessen juist dat de leerders de doeltaal in het ideale geval spontaan correct gaan gebruiken en de maatstaf/het referentiekader voor correctheid zou, net als bij mijn cursiste, moeten zijn dat ze horen of iets goed klinkt of niet.

Dit voorbeeld is voor mij weer eens een teken dat TPRStorytelling echt tot taalverwerving leidt.

 

Ik ben heel benieuwd of jullie in jullie lessen iets vergelijkbaars hebben meegemaakt. Zien jullie dat lesgeven met TPRS zijn vruchten afwerpt en zo ja, waaraan zien jullie dat? En wat is het verschil met lesmethoden die jullie voorheen hebben gebruikt of ernaast gebruiken?

Hartelijke groeten,

Angela

TPRS en TPR & de klassieke talen – écht wel!

TPRS wordt niet alleen gebruikt door taaldocenten moderne vreemde talen, NT2 en gebarentaal, maar ook door docenten klassieke talen! In Amerika loopt er al een heel groepje van rond. Maar we hebben sinds een aantal jaren ook op eigen bodem een jonge enthousiaste docent die niet alleen TPRS maar ook TPR en andere methoden gebruikt in zijn lessen Latijn en Grieks! Graag stel ik jullie voor aan Casper Porton. Hij is docent klassieke talen op de Kees Boekeschool in Bilthoven, ook wel De Werkplaats kindergemeenschap genoemd. Hij heeft daarnaast zijn eigen taalbureau in Hilversum waar hij lessen klassieke talen en cultuur geeft aan volwassenen en bijlessen aan jongeren én hij werkt als dansleraar Latin, Ballroom, Salsa en Disco bij Danscentrum Cornelissen  in Utrecht!

Deze swingende docent klassieke talen zal hier ook regelmatig zijn verhaal doen als nieuwe TPRS blogschrijver, waarvoor we hem heel dankbaar zijn! Casper heeft ook een eigen blog, Classiculus. Zijn laatste blogbijdrage gaat over de Griekse voorzetsels en daar heeft hij een prachtig tekeningetje bij van muizen, kaas en een kat, maar ook een geweldige tekening van een leeuw en een man. Verder geeft hij er uitleg hoe je zo'n voorzetsel-les zou kunnen doen. Al eerder heeft Casper op zijn blog geschreven over de Latijnse voorzetsels. Daar legt hij uit dat hij begint met TPR; dat geeft hij bij de Griekse voorzetsels niet expliciet aan, maar ook hier kun je uiteraard beginnen met TPR. Bij de plaatjes zou ik ook nog vragen stellen als : Is/zit de kat achter de kaas? Juist, de kat is/zit achter de kaas! Zit de kat voor de kaas? Prima, de kat zit achter de kaas, de kat zit niet voor de kaas. Zijn de muizen achter de kaas? Juist, de muizen zijn niet achter de kaas, de muizen zijn voor en in de kaas. De kat zit achter de kaas. Wie zitten er voor en in de kaas? Ja, de muizen zitten voor en in de kaas! Ben jij achter de kaas? Inderdaad, jij bent in de klas en jij bent niet achter de kaas. Wie zit achter de kaas? Klopt, de kat zit achter de kaas. Eerst deze vragen alvorens over te gaan tot de "waar" vragen. Dus via cirkelvragen eerst samen het vocabulaire verder opbouwen, nadat er met TPR al een start is gemaakt. Voor Latijn heeft Casper ook nog andere les voorbeelden, met een plaatje erbij van een hamster. Die staan op deze bladzijde van zijn blog. Je zou ze (diagnostisch) kunnen toetsen met een tekendictee. 

Voor degenen voor wie TPR een onbekende term is: de afkorting staat voor Total Physical Response = een taal letterlijk al doende en fysiek leren. TPR is in de zeventiger jaren van de vorige eeuw ontwikkeld door James Asher en er is veel wetenschappelijk onderzoek naar gedaan. In Nederland en België is (en wordt) het veel gebruikt bij NT2, maar bij de moderne vreemde talen wordt het amper ingezet, hoogstens eens als onderdeel van een lesje over bijvoorbeeld, jawel, de voorzetsels of het lichaam of de dagelijkse routine. Maar daarmee doe je TPR écht tekort! Sinds ik per januari schrijf op mijn blog over de TPRS technieken die Ben Slavic beschrijft in zijn boek TPRS in a Year! ben ik weer meer met TPR gaan doen in de les. Niet heel lang steeds, maar het is als brainbreak en als onderdeel waarbij  de lichamelijk-kinesthetische intelligentie aan wordt gesproken een prettig onderdeel van de les, waarbij iedereen even lekker beweegt en we zo samen lol hebben én er tevens goede taalverwerving op de lange termijn plaats vindt.

TPRS is ontwikkeld door Blaine Ray vanuit TPR, nadat hij er een tijd succesvol mee gewerkt had, maar ook tegen de grenzen van TPR op was gelopen.

Ik vind dat TPR en TPRS elkaar prachtig aanvullen! In het Nederlandstalige handboek Storytelling voor het talenonderwijs – handboek TPRS voor docenten MVT en NT2 van Blaine Ray en Contee Seely staat een korte uitleg over hoe je TPR toe kunt passen :

  • Bijlage C, Frequentielijsten en TPR woordenlijst
  • Bijlage F, Beginnen met TPR

Voor wie zich verder in TPR wil verdiepen: Ramiro Garcia heeft een praktisch boek geschreven over het gebruik van TPR in de les: Instructor's notebook, how to apply TPR for best results.

Werk jij ook (wel eens) met TPR in je lessen? Wat zijn jouw ervaringen ermee?

Met collegiale groeten, Alike Last