#TPRS – Oefening baart kunst

Kennen jullie dit? Je bent enthousiast over TPRS en ervan overtuigd dat het werkt. Je hebt je de theorie eigen gemaakt en het in je lessen uitgeprobeerd. En dan gaat het de ene keer geweldig en alles zit mee (de cursisten doen actief mee en het verhaal groeit terwijl je haast ongemerkt de doelCoachingsessie tijdens NTPRS 2012 Las Vegasstructuren herhaalt) en de andere keer loop je vast (jij stelt steeds weer hetzelfde soort vragen waardoor je niet echt verder komt met je verhaal  en de cursisten lijken zich te vervelen). Ik ken beide situaties, maar baal ervan als het niet lukt en nog meer als ik niet weet waar het aan ligt.

Voor ons docenten (leraren/ taaltrainers) is de lessituatie vaak de enige oefenplek met alle nadelen van dien. Als we het niet meteen goed doen, dan krijgen we een desbetreffende reactie van onze cursisten. Bovendien zijn we vaak met zoveel dingen tegelijkertijd bezig dat het moeilijk is om naar onszelf te kijken en erachter te komen waar het misging.

Op de National TPRS conference in Las Vegas was dat anders. In de diverse workshops en in speciale coachingsessies was er ruim de tijd om TPRS-technieken op je collega’s uit te proberen. Wat ik in eerste instantie hartstikke eng vond, bleek geweldig te werken.  

In groepjes van drie tot zeven docenten gingen we aan de slag met de te oefenen techniek. Een van de docenten was de coach en daarmee de enige die feedback op de “les” mocht geven en die hulp kon bieden als je het als docent even niet meer wist. De overige docenten speelden leerlingen die uiteraard ook als docenten naar de les keken. Soms was er ook nog een coach bij die de coach coachte.

Het fijne van dit soort oefensessies is dat je als docent geen hele les hoeft te geven, maar je op één techniek kan focussen. Daarnaast zijn de leerlingen veel welwillender dan je eigen leerlingen, gewoon omdat het docenten zijn die weten hoe het voelt om voor de klas te staan (en omdat er duidelijk  gevraagd werd om het voor de docent die les gaf zo aangenaam mogelijk te maken).

Ik heb in deze oefensessies veel geleerd en zou dit veel vaker willen doen. Gelukkig is er inmiddels ook in Nederland steeds meer gelegenheid om te oefenen. Dit kan bijvoorbeeld tijdens de netwerkbijeenkomsten van Platform TPRS of in de oefensessies  van TPRS Nederland die eens in de zoveel tijd op de woensdagavond worden aangeboden. Het liefst zou ik echter eens in de twee weken met collega’s  willen afspreken om op elkaar te oefenen en eventueel in elkaars lessen te komen kijken.

Ik ben benieuwd of er meer docenten zijn die er behoefte aan hebben om op elkaar te oefenen. Ikzelf woon in Amsterdam en geef NT2 aan volwassenen. Maar misschien kunnen jullie dit forum ook benutten om waar dan ook oefengroepjes, in de taal die jij geeft, te vormen.

Slideshow op Youtube van NTPRS 2012

Angela Napolowski

Gebarentaal en oude gewoonten

Afgelopen week merkte ik dat ik niet alleen als docent, maar óók als leerling nog wel eens verval in oude gewoontes. Ik zat als deelnemer én coach in een proefles Nederlandse Gebarentaal met TPRS. Het was de bedoeling dat ik de docent, die TPRS aan het leren is, feedback zou geven over de les. En dat was helemaal niet gemakkelijk! Blijkbaar vind ik het toch moeilijker om een les in gebarentaal te beoordelen dan een les in gesproken taal, omdat er bij gebarentaal zoveel andere dingen komen kijken dan bij een gesproken taal.

In het begin was het bijvoorbeeld niet voor iedereen duidelijk dat de docent een vraag stelde. Ze had net gebaard (en de betekenis met woorden en plaatjes duidelijk gemaakt) “mijn naam is Iris”, en vroeg toen aan een cursist: “is jouw naam Iris?” De cursisten begrepen niet dat dit een vraag was. De automatische reactie van de docent was: de vraag aan iemand anders stellen, de bevestigende zin nog eens herhalen, nóg eens de vraag stellen, enzovoort, net zolang tot we hadden geraden wat het betekende. Dit is een werkwijze die veel wordt gebruikt, maar die in TPRS juist níet wordt gebruikt. Het effect is namelijk dat mensen moeten gaan raden en onzeker worden. Bovendien kost het veel tijd, kostbare tijd die beter aan begrip en verwerving besteed kan worden. De TPRS-manier om dit op te lossen is: de vertaling op het bord schrijven. Dit is HEEL BELANGRIJK! Het is dan in één keer duidelijk wat je bedoelt. Bovendien kon de docent de “vertaling” dan gebruiken om duidelijk te maken hoe wij konden zien dat ze een vraag stelde, door op de woorden te wijzen bij het gebaren, en door verband te leggen tussen het vraagteken en de hoofdhouding en gezichtsuitdrukking (waaruit blijkt dat je een vraag stelt). Dit is grammatica in context, ofwel betekenisgrammatica.

Ook was ik als deelnemer dankbaar voor uitleg die ze gaf over het ontbreken van een mondbeeld bij persoonlijk voornaamwoorden (dit betekent dat je mond niet beweegt als je op een persoon of naar jezelf wijst). Zeker als taaldocent die ervan houdt talen uit te pluizen en op basis van regeltjes zinnen in elkaar te knutselen vond ik het prettig om deze informatie te krijgen. Ik wist wel dat het niet des TPRS is, maar kon pas ná de les bedenken hoe het dan wél had gemoeten. In TPRS geldt: géén algemene regels! Alle uitleg die je geeft, gaat alléén over precies dát wat je net hebt gezegd. Dus als de docent gebaarde “ik heet Iris”, dan hoefde ze alléén te laten zien dat bij “ik” geen mondbeeld hoort. Op een ander moment gebaarde ze “hij heet Tom”, en kon ze laten zien dat bij “hij” geen mondbeeld hoort. Dit is wat ze noemen “grammatica-popups”, of ook wel “betekenisgrammatica”. Het gaat altijd om de betekenis van de woorden/gebaren/mondbeeld op DAT moment. Hiermee krijg je het voor elkaar dat mensen gaan gebaren ZONDER na te denken. Zodra je een regel gaat geven, gaan mensen nadenken bij het gebaren, en gaat de communicatie haperen!!!

Het was voor mij heel leerzaam om na te denken over TPRS ten behoeve van gebarentaal, en om te merken dat ik als deelnemer en talenfreak anders reageer dan als coach. Wil dat dan zeggen dat ik het als coach helemaal mis heb? Ik denk van niet. Als coach overzie ik het hele leerproces, als deelnemer alleen dat kleine stukje waar ik mee bezig ben.

In welke oude gewoonten verval jij nog wel eens? Als docent? En als leerling?

Kirstin Plante