Annemieke Woudt, één van de cursisten van de Deeltijdopleiding tot TPRS-docent, heeft een geweldige manier om gevoelige onderwerpen toch te kunnen behandelen. Ze geeft les aan inburgeraars, die vaak vreselijke dingen hebben meegemaakt. Onderwerpen die op het eerste gezicht niet bijzonder gevoelig zijn, zoals familie, kunnen voor deze mensen zeer pijnlijk zijn. Zo'n onderwerp is dus niet erg geschikt voor PQA, en ook niet om een bizar verhaaltje mee te bouwen ("bizar" is bij Nt2-lessen toch al een lastig fenomeen).

Daarom is Annemieke begonnen met een verhaal rondom de dagelijkse belevenissen van Bram (in de ene groep) en Amina (in de andere groep). Deze verhalen zijn uitgegroeid tot feuilleton – iedere week komt er een aflevering bij volgens het thema dat die week aan de orde is. Zo hebben de cursisten van groep 1 de familie van de hoofdpersoon, Bram, erbij bedacht, compleet met leeftijden en beroepen, en is Bram en naar de Sinterklaasintocht. Zijn zusje heeft bovendien Sint Maarten gelopen. In de tweede groep bleek Amina met een gebroken voet toch in staat om naar de dokter te lopen, en heeft ze haar verzekeringspapieren moeten invullen.

De cursisten vragen steeds: "wanneer komt Bram/Amina weer?" en verzinnen in de pauzes zelf nieuwe avonturen voor hen. Voor Annemieke is dit verhaal ideaal om allerlei PQA-gesprekken aan te koppelen. Zo bleek bij een gesprek over beroepen dat één van de cursisten verpleegster is. Prompt werd er geroepen: "net als Sarah!" – de zus van Bram. Zo zie je dat de personages uit het feuilleton, net als bij soapseries als GTST, voor de trouwe volgers ook een soort familie wordt, maar dan één waar het altijd prettig vertoeven is.

Wie probeert dit idee ook een keer uit? Laat ons weten hoe het uitpakt!

Een reactie op “TPRS-feuilletonverhaal”

  1. Kirstin Plante zegt:

    Dit idee doet me denken aan de “Realm” van Ben Slavic, een fictief koninkrijk dat een heel schooljaar lang gediend heeft als setting voor een soort feuilleton-verhaal. Het verschil is dat in het koninkrijk alle leerlingen een rol speelden die ze zelf konden kiezen. De een was slager, de ander smid, en natuurlijk waren er de nodige prinsen en prinsessen. Dit idee is, net als het vervolgverhaal van Annemieke, een prettige manier om een gevoel van continuiteit te geven, en tegelijkertijd zeker te zijn van voldoende herhaling van alle basisstructuren. En er zijn varianten genoeg te bedenken: een onbewoond eiland waar de hele klas op aanspoelt en moet overleven, een eigen Zweinstein, een soort wie-is-de-mol… Wie heeft er nog meer ideeën?

Reageer


− 5 = een