Wanneer ik mijn fiets vastzet, voor het gebouw van Hogeschool Domstad, vraag ik me even af wat ik hier doe. Zaterdagochtend, negen uur, een zonnige zaterdag nog wel. Ik had met een kop koffie op het balkon kunnen zitten, of ergens op een terras. Vriendin Annemarie en ik spreken elkaar moed in en verheugen ons vast op de lunch ergens in de stad.

Ik maak mijn fiets vast voor een school, om op mijn vrije dag naar een TPRS bijeenkomst te gaan.

TPRS staat voor: Teaching Proficiency through Reading and Storytelling. De eerste keer dat ik hiervan hoorde, was een aantal jaar geleden op een conferentie van de BVNT2maar verder dan deze kennismaking ben ik nooit gekomen, ik heb er nog nooit mee gewerkt.

We worden ontvangen met koffie (goddank!) en thee. Als iedereen binnen is en zit, worden we te woord gestaan door Alike Last en Iris Maas, en we krijgen de kans met elkaar kennis te maken. De algemeenheden vliegen over en weer. Een tijdsignaal gaat af, we stoppen met onze kennismaking en gaan weer zitten, als brave leerlingen. Dat zijn we het komende half uur ook.

Iris Maas geeft ons les in het Mandarijn. Op het scherm verschijnen ingewikkelde woorden als nuhai. We gaan namelijk een verhaal maken, over een Nuhai, en een nuhai is een meisje zo leren we al snel. “Is Annemarie ook een meisje?” Vraagt de docent in het Mandarijn. “Shi!!!” zeggen wij als klas braaf, natuurlijk is Annemarie ook een nuhai! En als snel zijn we bezig om een verhaal te maken in het mandarijn, een erg “langman” (romantisch) verhaal en gelukkig loopt het nog goed af ook! Binnen een paar minuten neemt mijn woordenschat toe. Ik zit er inmiddels helemaal in en schreeuw mee dat Pieter ook hartstikke “langman” is, maar dat klopte niet “bu” (nee) Pieter bleek namelijk juist heel erg “ku” (cool).

Bij TPRS begin je met een eenduidig verhaal. Een zin, ofwel een statement, bijvoorbeeld “Kees eet een appel”. Dat statement roept een reactie op, “ahhh”. Daarna begin je als docent vragen te stellen, de zogeheten cirkelvragen. “Eet Kees een banaan?” – nee, Kees eet een appel! “Eet Yasmine een appel?” – nee, Kees eet een appel!
Na de gesloten vragen kan je over gaan op de open vragen en zo het verhaal een wending geven. De leerlingen hebben zo input in het verhaal. “Wat is er op de appel?” – een rups! “Er zit een rups op de appel! Wat doet de rups?” – hij eet!

In kleine groepjes gaan we oefenen, een aantal NT2 docenten -begeleid door een TPRS-coach- zitten bij elkaar. Ik speel een leerling. Ik snap de docent niet altijd, want ik zit nog amper op A1. Zelfs als je speelt, voel je snel welke vragen te moeilijk zijn en op welke vragen je graag een antwoord geeft! Na even oefenen begint mijn personage behoorlijk recalcitrant te worden, tja, dat heb je met die pubers…

Ik krijg zin het meteen in de praktijk te brengen. Wat goed dat ik deze ochtend niet met een kop koffie op mijn balkon ben gaan zitten! Omdat we zo goed ons best hebben gedaan (of gewoon omdat we er zijn) krijgen we ook nog een certificaat.

Ik haal mijn fiets weer van het slot. Annemarie en ik besluiten dat we blij zijn dat we gegaan zijn! Al hebben we inmiddels wel erg veel zin in lunch.

Bovenstaande verhaal is geschreven door Barbara Klomp op haar blog "Taal en educatie" (met als motto: "De grenzen van mijn taal zijn de grenzen van mijn wereld." Ludwig Wittgenstein) en is hier te vinden: http://taaleducatie.wordpress.com/2013/06/12/tprs-een-langman-verhaal/

De foto van de fietsen komt van het blog: http://annagroot.punt.nl/content/2012/01/praktisch-fietsparkeren

Reageer


twee + = 4