Laatst merkte ik op dat een cursiste van mij bij het navertellen van een samen gebouwd verhaaltje een paar keer stokte, nadacht en zich toen zelf verbeterde. Datzelfde was me ook al opgevallen toen ze aan het begin van de les over haar weekend verteld had.

Het is een fenomeen dat ik tot dan toe eigenlijk alleen bij cursisten had gezien die les krijgen met een methode waarbij vaak expliciet aandacht wordt besteed aan grammatica. Bij hen staat de monitor (het duiveltje op de schouder dat elke taaluiting checkt, het liefst nog voordat deze uitgesproken wordt) continu aan, wat zowel voor de spreker als voor de toehoorder vermoeiend kan zijn. 

Ik was nieuwsgierig wat er op dat moment in het hoofd van mijn cursiste gebeurde en misschien ook wel een beetje bezorgd. Misschien was ze zich, na twee jaar TPRS-lessen, nu toch op eigen houtje gaan verdiepen in de grammaticaregels, hoewel haar afkeer tegen deze regels het voor mij juist zo makkelijk had gemaakt me niet tot uitgebreide grammatica-uitleg te laten verleiden. Of had ik het de laatste tijd toch overdreven met mijn grammatica pop-ups?

Haar antwoord was fascinerend. Zij zei iets in de trant van: “Ik weet het ook niet precies. Ik zeg iets en als ik het heb gezegd, dan hoor ik dat het niet juist klinkt en dan probeer ik het te verbeteren.”

Als dit geen teken is van echte taalverwerving! Als een moedertaalspreker een buitenlander zijn taal hoort spreken, dan hoort hij als deze een fout maakt en kan hij de fout in de meeste gevallen ook verbeteren, maar weet bijna nooit waarom het fout is. Hij kent de grammaticaregel niet omdat hij deze gewoonweg niet nodig heeft om correct te spreken. Evenmin hoeven tweedetaalleerders in staat te zijn hun taaluitingen te analyseren om de taal goed te spreken (“Hm, als ik de zin met het woordje “dan” begin, dan moet ik de inversieregel toepassen, omdat de persoonsvorm altijd op de tweede plaats moet staan in een hoofdzin …”). Volgens mij is het doel van taallessen juist dat de leerders de doeltaal in het ideale geval spontaan correct gaan gebruiken en de maatstaf/het referentiekader voor correctheid zou, net als bij mijn cursiste, moeten zijn dat ze horen of iets goed klinkt of niet.

Dit voorbeeld is voor mij weer eens een teken dat TPRStorytelling echt tot taalverwerving leidt.

 

Ik ben heel benieuwd of jullie in jullie lessen iets vergelijkbaars hebben meegemaakt. Zien jullie dat lesgeven met TPRS zijn vruchten afwerpt en zo ja, waaraan zien jullie dat? En wat is het verschil met lesmethoden die jullie voorheen hebben gebruikt of ernaast gebruiken?

Hartelijke groeten,

Angela

Reageer


6 − twee =