Waarom toch telkens weer, ondanks soms minder succesvolle pogingen, TPRS een goede techniek is…

Iris schreef al in haar vorige blog hierover en vraagt ons wat ons inspireert. En dit bracht me bij mijn onderwerp van vandaag.

Meestal heb ik meerdere onderwerpen klaar voor de les, zo dat ik zeker weet dat gedurende de hele les genoeg materiaal voorhanden is en genoeg geoefend kan worden. Maar meer en meer ontdek ik, ondanks alle voorbereidingen, dat je “het toeval” ook ruimte moet geven. En zulke “toevallen” komen vaak voor. Dan heb ik mijn draaiboekje voor mijn neus, maar er ontstaat plotseling een gesprekje of er wordt een woord gebruikt, dat geheel andere, vaak verrassende perspectieven biedt. Tegenwoordig ga ik er veel eerder op in. Niks boekje. En keer op keer blijkt, dat juist dan de leerlingen het meeste hebben geleerd. Het gaat over hen, het gaat over iets dat ze graag willen weten of willen kunnen zeggen. En aan het einde van zo een les hoor ik vaak: Dit was leuk! Ik leer hier toch nog het meeste van.

En dan kijk ik naar mijn draaiboekje en naar alle onderwerpen die nog niet aan bod zijn gekomen… Hoe doen jullie dat? Ik bedoel nu: er moeten een aantal onderwerpen/werkwoorden/uitzonderingen bekend zijn, geleerd zijn, wil je beantwoorden aan een bepaald niveau. Laat je dan de onderwerpen, die zijn blijven liggen, voor een volgende keer of probeer je ze in te passen in een nieuw verhaal? Ik improviseer veel, merk ik. Maar toch heb ik graag een beetje steun.

Groetjes van Ingrid uit Limburg

De afbeelding is afkomstig van het blog : Wat een louter toeval

Reageer


3 − een =