Een van de het moeilijkst te verwerven fenomenen van het Nederlands  is de woordvolgorde. Ik ken heel veel buitenlanders die goed Nederlands spreken, maar hiermee na jaren nog steeds worstelen. Een van de redenen hiervoor is volgens mij dat dit fenomeen in hun moedertaal niet voorkomt, een andere reden is de manier waarop het in de les wordt aangeboden.

In het boek “Nederlands in gang” (Coutinho 2010) worden de voegwoorden en de daarvan afhankelijke woordvolgorde pas in hoofdstuk 18 aangeboden. Zelfs het hoogfrequente voegwoord omdat  wordt dan pas geïntroduceerd. In de dialoog van hoofdstuk 12 (elk hoofdstuk begint met een dialoog) wordt weliswaar een beginnetje gemaakt met de vraag “Weet u waar de evenementenhal is?” , maar op “Weet u waar … is” na wordt verder geen aandacht besteed aan deze lastige structuur. In hoofdstuk 18 worden naast omdat  ook nog de volgende voegwoorden aangeboden: hoewel, zodat, zodra, voordat, toen, als, nadat en terwijl. De cursisten worden dus met twee moeilijkheden tegelijkertijd geconfronteerd: de ach zo lastige woordvolgorde en – heel belangrijk – de betekenis van de verschillende voegwoorden. Pfffff… dat valt niet mee! Frustratie gegarandeerd!!!

In mijn TPRS-lessen maakt omdat van begin af aan deel uit van onze verhalen, we hebben het immers nodig als cursisten op de vraag waarom moeten antwoorden. De introductie van de voegwoorden en de woordvolgorde in de bijzin ziet er ongeveer als volgt uit.

Stap 1: Bijzinnen met omdat maken deel uit van verschillende verhalen en worden dus vaak herhaald.

Bijvoorbeeld:
“Frans gaat naar de dokter omdat hij ziek is.”
“Frans goes to the doctor because he is sick.” (Zo mogelijk staat de vertaling op het bord.)

“Gaat Frans naar de dokter omdat hij ziek is?’” -> “Ja, Frans gaat …”
“Gaat Lisa naar de dokter omdat zij ziek is?” -> “Nee, Lisa gaat niet …”
“Gaat Frans of gaat Lisa…?” -> “Frans gaat …”
“Gaat Frans naar zijn moeder omdat hij ziek is? “ -> “Nee, hij gaat niet …”

“Gaat Frans naar de dokter omdat hij blij is?” -> “Nee, omdat hij ziek is.
“Waarom gaat Frans naar de dokter?” -> “Omdat hij ziek is.”

 

Stap 2: Ik introduceer expliciet de “werkwoordschopper” omdat en zijn functie.

Bijvoorbeeld:
“Lady Gaga gaat naar de supermarkt omdat zij trek heeft.”

“Lady Gaga goes to the supermarket because she has an appetite.”

 

 

 

“Gaat Lady Gaga …?”

“Klas, omdat is een ‘werkwoordschopper’. Het werkwoord is heeft. Omdat schopt het werkwoord naar het eind van de zin.” (Zie ook: Storytelling voor het talenonderwijs, handboek TPRS, Arcos 2011, blz. 115) Meestal neem ik een voetbal mee naar de les en/of laat een plaatje van een voetballer zien. Ik omcirkel omdat en teken een voetbaalschoen en een gestippelde lijn naar het werkwoord. Daarna ga ik door met het stellen van vragen over de inhoud. Vervolgens stel ik een vraag over de structuur van de zin.

Bijvoorbeeld:
“Waarom staat omdat aan het eind van de zin?” -> “Omdat is een werkwoordschopper.”
 “Wat doet omdat?” -> “Omdat schopt heeft naar het eind van de zin.”
 “Hoe zeg je ‘omdat zij trek heeft’ zonder omdat” – “Zij heeft trek.”

De vragen over de structuur wissel ik altijd af met inhoudsvragen. Het gaat immers om het verhaal. De structuurvragen zijn alleen bedoeld om de aandacht heel even op de structuur te vestigen zodat deze beter verworven kan worden.

Stap 3, 4, 5 …: Ik introduceer steeds meer “werkwoordschoppers”

Volgens mij is het belangrijk om de voegwoorden een voor een te introduceren omdat de betekenis ook verworven moet worden en vaak even lastig blijkt te zijn. Alsof en naarmate worden bijvoorbeeld allebei met comme vertaald in het Frans. Ze zijn echter geen synoniemen in het Nederlands. En ook het verschil tussen omdat en doordat is best lastig.

 

Het geweldige van grammatica in TPRS-lessen is dat je op elk moment in de cursus terug kan komen op moeilijke grammaticale fenomenen als de woordvolgorde en dat het op dat moment helemaal niet moeilijk lijkt te zijn. Dit i.p.v. een fenomeen op een bepaald moment uitgebreid te behandelen met alle frustratie van dien en zonder het gewenste resultaat. Mijn cursisten houden van het woord “werkwoordschopper” omdat het zo beeldend is.

 

Ik gebruik deze techniek trouwens ook als ik uit een boek les moet geven. Ik las dan her en der een verhaal in om de nieuwe structuur te introduceren en bevraag het fenomeen ook als we het tegenkomen in teksten uit het boek.

 

Mijn excuses voor deze veel te lange blogbijdrage, maar als ik eenmaal op gang kom, ben ik niet meer te stoppen. Ik hoop dat jullie hier iets aan hebben en hoor graag wat jullie ervaringen zijn met grammatica in gewone en in TPRS-lessen.

 

Fijne kerstdagen en een gelukkig nieuw jaar!

Angela

Een reactie op ““Werkwoordschoppers” of de woordvolgorde in de bijzin”

  1. Anouk zegt:

    Bedankt dat je deze tip met ons deelt, Angela! Het maakt het heel beeldend, dat “werkwoordschopper”. Ik ga het uitproberen.

Reageer


een + = 2