De kunst van het cirkelen, één van de basisvaardigheid binnen TPR Storytelling,  is het zodanig flexibel omspringen met de verschillende cirkelvragen en zinsdelen dat het de leerlingen niet opvalt dat je keer op keer vragen stelt waarop het antwoord besloten ligt in de doelconstructie; deze zijn immers vooral bezig met de betekenis van al die verschillende vragen.

Juist het constant belichten van die verschillende zinsdelen uit de doelconstructie kan echter wellicht op den duur saai worden, zowel voor jezelf als voor je leerlingen.

De volgende tips kunnen je misschien helpen het cirkelen een grotere dynamiek te geven:

1)      Stel niet alleen inhoudsvragen, maar vraag ook eens naar de betekenis van een grammaticaal element (“* Waarom staat hier ‘was’ en niet ‘waren’? * Omdat het over Julia gaat, en niet over Julia en Joris.”);

 

2)      Focus in je vraagstelling niet alleen op de hele groep, maar spring regelmatig naar  een individuele leerling (en weer terug).

 

3)      Stimuleer de leerlingen om met hele zinnen te antwoorden door de vraag niet toe te spitsen op één zinsdeel, maar op meerdere zinsdelen tegelijk (“* Zit Victor om 10 uur ’s avonds nog te werken of zit hij al om half negen voetbal te kijken? * Victor zit om 10 uur ’s avonds nog te werken.”);

 

4)      Ook kun je kleinere groepjes  in je klas tegen elkaar ‘uitspelen’, bijvoorbeeld jongens vs. meisjes, linker- vs. rechterkant van de klas etc. etc . Dit werkt vooral goed wanneer je vist naar nieuwe details om het verhaal/de scene verder te brengen:  “* (docent) Sander gaat naar een concert. Meisjes, naar welk concert gaat Sander? *(meisjes): naar een concert van Justin Bieber! *(docent) Jongens, gaat Sander naar een concert van Justin Bieber..???? * (jongens) Nee, naar een concert van Normaal!”, etc. etc.

Ik hoop dat jullie deze tips nuttig vinden! Hebben jullie misschien nog andere cirkeltechnieken die goed werken in jullie klas? 

Alvast bedankt voor jullie reactie en groetjes,

Iris

Reageer


8 − = een