Kort geleden kreeg ik een telefoontje met de vraag of ik lichamelijk gehandicapte mensen lessen Spaans wil geven. Ja, natuurlijk! Ik kreeg contact met de organisator. We kwamen tot een formule, die voor beiden aantrekkelijk was.

Gisteren eerste les.
Ik was gewaarschuwd: lichamelijke handicap betekent vaak ook geestelijk minder snel, minder actief. Die mensen hebben al heel veel meegemaakt.
Ik kom de klas in met mijn beste humeur. Allemaal rolstoelen en loopstokken. Mensen die me verwachtingsvol aankijken. Oké. Dat wordt dus een graadje langzamer dan ik eerst had gedacht.

We beginnen te oefenen met zeer eenvoudige structuren. We stellen ons aan elkaar voor. We vragen elkaar hoe het gaat. Bij ‘goed’ steken we een duim op, bij heel goed twee. Bij “mwah” schudden we wat met de schouders en bij slecht gaan de mondhoeken en de duim omlaag.
Het kost nog even tijd om ze zo ver te krijgen. Ze zeggen bij voorbeeld “slecht” maar hebben een brede lach op hun gezicht. “Is dat overtuigend?” vraagt juf. “Geloven we hem/haar dat het slecht gaat?” “Neeeeee…”

We zingen samen een lied over ons thema: Hoe heet jij, hoe heet u? Ze willen het 2 keer zingen. Na drie kwartier gaan ze allemaal pauzeren.

Dan gaan we verder met een verhaal. Eentje wordt uitgeroepen tot beroemde Operazanger en een meisje dat ineengedoken op haar rolstoel zit wordt een sympathieke secretaresse, die aan het eind van ons verhaal zelf bedenkt, dat zij de teksten voor de operazanger typt.

De les is om en de begeleider komt binnen met bezorgd gezicht: “Hoe ging het? Wij zijn hier allemaal mensen en kunnen de dingen tegen elkaar zeggen…”
Antwoord: “Tot voor een minuut ging het nog uitstekend! Nu jij weer binnenkomt…” Als dat geen compliment is?
 
Heeft een van jullie ervaring met deze doelgroep? En zo ja, wat raden jullie me dan aan? Tips?

Alvast mijn hartelijke dank en een fijn weekend, Ingrid Behage

Reageer


− 4 = vijf