Laatst zei een cursiste na afloop van een les tegen me: “Thanks for making the lesson more visual.” Ik was helemaal niet blij met deze zin omdat hij als kritiek voelde. Voor mijn gevoel zorg ik altijd voor visuele ondersteuning van het verhaal dat ik vertel: nieuwe woorden en structuren staan altijd op het bord en vaak maak ik tekeningen of neem plaatjes mee. Op mijn vraag wat ze precies bedoelde antwoordde zij: “I appreciate the use of props (rekwisieten). It helped me a lot.”

Op een woensdagmiddag was ik weer eens bezig met het voorbereiden van een TPRS-les. Ik was van plan om het verhaal ‘Zoveel te doen’ uit ‘Het hele verhaal’ te vertellen dat gaat over een man die op reis wil gaan en daarvoor nog een aantal dingen moet doen: hij moet zijn koffer inpakken, de was doen en een spijkerbroek kopen. Toen ik mijn eigen tas inpakte, dacht ik bij mezelf: eigenlijk zou het leuk zijn om een echte koffer mee te nemen, een aantal dingen die je kunt inpakken en nog meer voorwerpen die in het verhaal voorkomen. Tergelijkertijd voelde ik weerstand bij me opkomen: is dat nou echt nodig, moet ik voor twee cursisten zoveel spullen meezeulen. Ik kan net zo goed plaatjes gebruiken of een en ander tekenen. Uiteindelijk heb ik ervoor gekozen om toch maar alles mee te zeulen. En het was weer een succes. De rekwisieten maakten het vertellen en uitbeelden van het verhaal veel makkelijker en leuker, want levensechter. De cursisten konden een echte koffer inpakken, zien waarom een spijkerbroek spijkerbroek heet en begrepen de zin ‘Er is telefoon voor je’ meteen toen ik de hoorn van mijn roze neptelefoon aan een van mijn cursisten gaf.

Behalve dat de rekwisieten het verhaal opleuken, zorgen ze volgens mij ook voor een groter leereffect omdat de doelstructuren en -woorden niet alleen gehoord (auditief) en gelezen (visueel), maar ook uitgebeeld (kinesthetisch, visueel) worden.

Waarom ik het dan niet altijd doe? Omdat ik op één dag vaak op drie verschillende locaties lesgeef. Mijn droom: mijn eigen schooltje waar ik alles kan opslaan net zo als Kirstin, mijn docente Spaans en grote TPRS-voorbeeld.

Wat doen jullie om jullie verhalen leven in te blazen? Gebruiken jullie rekwisieten, plaatjes, pantomime? Hoe reageren jullie cursisten daarop? Wat werkt goed en wat minder? Graag lees ik over jullie ervaringen!

Groetjes uit de Morvan,

Angela

4 Reacties op “Ik ga naar de les en neem mee: een koffer, een T-shirt, een spijkerbroek, een telefoon …”

  1. Daphne Thijsse zegt:

    Ha Lieve Angela,
    Ik ben van plan om morgen naar de stad te gaan en te investeren in requisiten. Dank voor deze extra aanmoediging. Onze droom komt overeen! Wie weet wat er in de toekomst nog van kan komen? Veel liefs van Daphne.

  2. alikelast zegt:

    Kringloopwinkel en Action zijn betaalbare adressen!

  3. Alike Last zegt:

    Mijn cursisten staan altijd al klaar om me te helpen ‘zeulen’. Ik kom altijd met tassenvol aanzetten.

    Als we ‘de weg uitleggen’ doen, neem ik autootjes van mijn zoon mee en een zelf-geschilderde plattegrond op een groot stuk Ikea-verpakkingskarton en dan TPR’en we ook door alles zowel fysiek alsook met de autootjes te doen. Als we restaurant doen, neem ik menukaarten mee en restaurantbordjes.

    Bij la Chandeleur, feest op 2 februari – dag waarop in heel Frankrijk pannenkoeken worden gegeten – neem ik zelfgebakken pannenkoeken mee en ook de (Franstalige) verpakkingen van meel, eieren, suiker, zout etc en dan praten we over het recept en/of ik laat ze boodschappen doen en deze artikelen bestellen.

    Bij het verhaal van de libelle had ik vleugeltjes geknipt van dat verpakkingsplastic met bolletjes. Stond heel charmant bij die man van bijna 2 meter ;-) Die libelle wilde een speciale bril, dus ook die had ik meegenomen.

    Bij het boekje van Pirates français des Caraïbes neem ik een groot ouderwets plastic pistool (ook weer van mijn zoon) mee. En volgend jaar wil ik ook zijn piratenboot en piraatjes meenemen.

    En zo kan ik nog wel even doorgaan. Want hoe concreter, hoe beter het werkt, heb ik gemerkt. Soms heb ik wel eens geen zin in al dat gesleep, maar ik doe de cursisten daarmee tekort, heb ik gemerkt.

  4. Kirstin zegt:

    Angela, ik ben helemaal geïnspireerd om méér gebruik te maken van al die dozen en tassen met spulletjes die ik in het lokaal heb staan, maar die meestal werkloos staan te verstoffen :-)

Reageer


5 − drie =