Onderstaande tekst schreef ik vorige maand, maar omdat de tekst helaas plots verdween van dit blog, bijgaand – op verzoek van Alike – nogmaals.
Tijdens de eerste les na een vakantie doe ik het liefst iets wat met de vakantie te maken heeft. In een workshop van Beth Skelton (een bekende TPRS trainer) heb ik een leuk spel geleerd, door Beth ‘Zelda Thelma’ genoemd. Ik heb er een Franse versie van gemaakt: ‘Véronique Dubois’.
Voorafgaand aan het spel, heb ik eerst alle leerlingen gevraagd waar ze tijdens de vakantie zijn geweest. Deze landen, steden of locaties hebben we op het bord geschreven. Elke leerling had op deze manier een eigen ‘bestemming’.
We begonnen het spel met de volgende vraag :’Est-ce que Véronique Dubois est allée en vacances (à, à l’, au, aux of en) … ?’. De leerling die bij die bestemming hoorde, zei : ‘Non! Véronique Dubois n’est pas allée …, elle est allée…. En dan koos hij/zij een andere bestemming uit onze lijst.
Ik vind dit een leuke en vlotte manier om er achter te komen wat mijn leerlingen in de vakantie hebben gedaan. Ze willen er zo graag wat over zeggen en zo krijgt ieder een kans! Bovendien oefenen we zo weer eens het werkwoord aller en de problematiek van à, à l’ et cetera.
Na dit spel hebben we samen nog een leuk verhaal gemaakt over een kat die tijdens de vakantie alleen maar had geslapen en uiteindelijk de wekker had opgegeten. En zo waren we na de vakantie snel weer helemaal ‘on track’!
Groetjes van Joyce
Lerares Frans Internationale School van Amsterdam (ISA)

Een reactie op “‘Zelda Thelma’”

  1. Alike Last zegt:

    Het spel dat je noemt doet denken aan – en dat is denk ik ook Beth’s inspiratiebron – Pancho Carrancho van Ramiro Garcia (genoemd in Instructor’s Notebook, How to Apply TPR For Best Results, section VI, TPR games, VI-1).

    De eerste keer dat je Pancho Carrancho speelt, moet het uitgelegd worden en moet iedereen er even inkomen. Het spel gaat dan als volgt: ga indien mogelijk in een kring zitten. Garcia speelde het spel de eerste keer altijd met de namen van voedingsmiddelen. Elke leerling ‘is’ een vrucht of een groente of een dier of een gerecht of voedingsmiddel. Deze namen schrijf je in de doeltaal op het bord, met bv. het plaatje of een tekening erbij en je zet de naam van de leerling ernaast; spreek de namen van de voedingsmiddelen uit als je ze opschrijft en je zou bv. cirkelvragen kunnen stellen om de klas de namen te laten herhalen. (Je zou de ll. ook nog een attribuut kunnen geven of een plaatje van het betreffende levensmiddel). De docent heeft ook een ‘eetbare’ naam; Ramiro Garcia noemde zichzelf bv. Pavo (Spaans voor kalkoen). Het spel begint als de docent in de doeltaal zegt: Pancho Carrancho (of kies een naam die bij jouw taal past; ik gebruik voor Frans altijd de naam Pierre Perrier of Eve Vittel) eet geen kalkoen, hij eet rijst. De leerling die de naam rijst heeft, heeft 2 seconden om te reageren door te zeggen: Nee, Pancho Carrancha eet geen rijst, hij eet kip. De ‘kip’ antwoord snel: Nee, Pancho Carrancho eet geen kip, hij eet knoflook. Als de leerling die ‘knoflook’ is niet meteen reageert, is hij af. (Van tevoren heeft elke leerling zijn naam op drie stukjes papier geschreven; als je af bent, moet je 1 stukje papier met je naam erop in een verliezers-pot doen. Ongeveer 10 minuten voor de les eindigt, worden er 3 of 4 namen uit de verliezers-pot getrokken en van tevoren is bepaald wat die verliezers moeten doen: bv. een liedje zingen in de doeltaal of naar iemand van het andere geslacht toelopen en iets aardigs zeggen in de doeltaal.)

    Ramiro Garcia geeft op de pagina’s VI-5 t/m 12 ook lijsten met voorbeelden om het spel te spelen met TPR-commando’s, met familierelaties (PC lijkt op …; Nee PC lijkt niet op …, hij lijkt op …), met zinnen, met beroepen (PC wil … worden; Nee PC wil geen … worden, hij wil … worden), met huishoudelijke karweitjes. Je kunt zelf natuurlijk nog meer thema’s verzinnen (als je bv. perse met thematische vocabulaire moet werken). Verder kun je ook nog spelen met de tijden: Pancho Carrancho ging gisteravond niet uit, hij danste met Maria. De ll. die ‘danste met Maria’ is, reageert meteen door te zeggen: Nee, Pancho Carrancho danste niet met Maria, hij at heel erg laat. De ll. die ‘at heel erg laat’ is, zegt: Nee, Pancho Carrancho at niet heel erg laat, hij gaf de hond te eten etc.

    Veel plezier!

Reageer


4 + vier =