Afgelopen week heb ik weer eens een ouderwets verhaal gebouwd met mijn klas (een nieuwe groep, enige voorkennis).
Inhoudelijk was mijn doelstelling de verleden tijden te introduceren, gekoppeld aan vocabulaire gerelateerd aan een hotel (receptie, vijf sterren, restaurant, check-in etc.). Qua vorm wilde ik graag wat meer vaart in het verhaal, omdat ik regelmatig aanloop tegen het feit dat ik blijf ‘hangen’ in minder belangrijke details van het verhaal.

De vaart lukte prima; ik ging met grote stappen van scene naar scene. Mijn aandacht voor het cirkelen verslapte hierbij echter, terwijl ik heel goed weet dat dít juist de basis is van TPRS! Volgende keer ga ik proberen een betere dynamiek te creeeren tussen acties (de verschillende scenes) en de details (het inkleuren van deze scenes). Door deze betere dynamiek komt het verhaal automatisch beter op gang. Hebben jullie hier ervaring mee? Hoe pak je dit aan?

Grappig is dat je er zelf wel van kunt balen dat je verhaal niet uit de steigers kwam, maar dat je leerlingen elkaar dan weer aanstootten met de opmerking ”this is so much more fun than our English course”. Dat geeft de burger weer moed :-) .

Met dank aan Kirstin voor de fijne observaties!!

Iris Maas

Reageer


× twee = 10