Tot ziens bij het TPRS Platform!

Je leest nu het LAATSTE bericht op de TPRS Community op Digischool! We hebben inmiddels precies 300 leden!

We danken Digischool hartelijk voor de gastvrijheid en Erik Verhulp en Wouter Tinbergen voor hun ondersteuning.

We zetten onze activiteiten voort op de site van het TPRS Platform.

Daar kun je ook wekelijks het blog blijven volgen – en de overgezette oude blogbijdragen terugvinden - geschreven door collega’s uit het TPRS-veld.

Wil jij ook iets schrijven voor het blog, dan kun je je stukje sturen naar kirstin@tprsplatform.nl.

Ook kun je meepraten op het forum van het TPRS Platform of zelf een discussie starten.

We danken jullie voor jullie lidmaatschap en voor jullie bijdragen en we hopen dat jullie je allemaal in willen schrijven voor de nieuwsbrief van het TPRS Platform. Deze komt in de plaats van je lidmaatschap van de community TPRS Digischool. Schrijf je hier in ; je hoeft alleen je naam en je emailadres in te vullen en je ontvangt voortaan 10x per jaar de TPRS Platform nieuwsbrief.

Het TPRS Platform = van, voor en door TPRS gebruikers!

Niels Holgersson in TPRS-vorm

Over een aantal weken ga ik voor 2 maanden naar Rusland. Daar help ik bij een project van een ecologisch educatief centrum in St. Petersburg. In juli organiseert het centrum een reis naar London om deelnemers van de Britse cultuur te laten proeven en om te laten zien hoe organisaties in London ‘sustainable lifestyle’ toepassen. Om het project te ondersteunen, ga ik tijdens de twee maanden die aan die reis vooraf gaan een serie van 12 lessen Engels verzorgen (ondanks dat ik eigenlijk docent Duits ben). De groep mensen die ik wat Engels bij zal brengen, is een gevarieerd gezelschap van toeristen, studenten en zakenlieden.

Op het moment ben ik in London. Hier kijk ik welke plekken we met de groep kunnen bezoeken, zoals parken, musea, educatieve instanties, en toeristische attracties. Vandaag ben ik echter niet op verkenning gegaan, maar heb ik me in een bibliotheek in het Londons stadsdeel Chiswick ‘opgesloten’ en ik bereid alvast een aantal van mijn lessen voor.

De vraag vanuit het ecologische centrum is om het verhaal van Niels Holgersson terug te laten komen in de lessen. Dat verhaal gaat over een zakenman die alleen aan geld denkt en met zijn fabrieken het milieu vervuild. Hij wordt door een boze dwerg betoverd. Niels krimpt tot een klein jongetje. Een groep ganzen vindt hem en neemt hem mee. Vanuit de lucht ziet Niels wat hij aangericht heeft met zijn fabrieken en hij krijgt berouw over wat hij heeft gedaan.

Het is de bedoeling dat mijn groep aan het einde van de lessenreeks een klein toneelstuk kan opvoeren waarin het verhaal van Niels Holgersson nagespeeld wordt. Daarnaast werd vanuit het centrum gevraagd om de lessen interactief in te richten en ervoor te zorgen dat de groep vooral veel plezier heeft in het leren van de taal. En ik dacht: “Welke methode is daar geschikter voor dan de TPRS-methode?” TPRS is verhalend, op spreken gericht, goed voor rollenspellen, interactief en zorgt voor plezier.

En nu zit ik hier en bedenk ik hoe ik het verhaal van Niels Holgersson “TPRS-proof” kan maken. Dit is leuk om te doen, maar ook nog best een hele klus. De thematiek van het verhaal is niet eenvoudig, maar de zinnen moeten dit in beginsel wel zijn. Daarnaast moeten er in de lessen een aantal standaard thema’s verwerkt worden, zoals “jezelf voorstellen, werk, familie, reizen“ etc.

Misschien herken je dit: Je wilt een serie TPRS-lessen geven, maar je zit vast aan bepaalde eisen vanuit het boek of vanuit het curriculum. Het vergt veel tijd en werk en kan vervelend of onmogelijk lijken. Tegelijkertijd heeft het voordelen, het proces doet beroep op je creativiteit. Je gaat opnieuw kijken naar wat er precies belangrijk is voor je leerlingen en hoe je de afgesproken of voorschreven doelen ook op een andere manier kunt bereiken.

Het lukt me al aardig om te selecteren, en de standaard thema’s in het verhaal terug te laten komen. Ik ben er echter nog lang niet, maar ik heb gelukkig nog wat tijd. Ondertussen zie ik al uit naar de uiteindelijke voorstelling van mijn bonte gezelschap, al dan niet verkleed als gans of dwerg.

Heb je het ook meegemaakt dat je met een voorschreven boek of met vaste opdrachten, doelen of toetsen moest werken terwijl je ook TPRS wilde integreren in de lessen? Welke oplossingen heb je daarvoor bedacht?

 

Eva de Vlaming

TPRS conferenties – Wie gaat er mee, wie gaat er mee?!

Laatst sprak ik een TPRS collega en ze vertelde me dat ze niet naar de NTPRS conferentie in Amerika zou gaan, omdat ze dan alleen zou moeten gaan. Dat zette mij aan het denken; misschien zijn er best meer mensen die naar deze conferenties zouden willen gaan, maar die liever niet alleen willen gaan. Daarom doe ik nu een oproep : WIE GAAN ER MEE naar iFLT14 in Denver en/of NTPRS 14 in Chicago ?!

  • iFLT 2014 is van dinsdag 15 juli t/m vrijdag 18 juli in Denver, Colorado
  • NTPRS 2014 is van maandag 21 t/m vrijdag 25 juli in Chicago, Illinois

Dave_Burgess_IMG_1865iFLT 2014 - 15 juli t/m vrijdag 18 juli - Denver

Het bijzondere van iFLT is, dat het in een school wordt gehouden en dat je onder andere lessen observeert aan leerlingen die les krijgen in TPRS/CI. Er is ook ruim gelegenheid tot coaching. De conferentie wordt geopend door Dave Burgess, de auteur van 'Teach like a pirate'.

Stephen Krashen-still-going-strong is ook weer van de partij. In Denver bevinden zich veel TPRS docenten. Bekijk hier het iFLT14 programma.

  • er is een apart programma voor beginnende TPRS-docenten
  • er is een apart programma voor gevorderde TPRS-docenten
  • Ben Slavic zal demo – en coachingsessies verzorgen
  • men kan lessen observeren door TPRS-masterteachers aan leerlingen in de les, van alle niveaus: beginners t/m gevorderden, waarna er debriefing-sessies zijn over de lessen
  • men kan zoch uitgebreid laten coachen

Je kunt een universitaire aantekening krijgen ; daar zijn wel kosten aan verbonden.

De temperatuur in Denver kan in juli gemiddeld liggen tussen de 13 en de 31 graden Celsius.

ScreenShot028NTPRS 2014 - 21 t/m 25 juli - Chicago

Dit is alweer de veertiende NTPRS. Elk jaar is het programma top, en toch wordt het elk jaar nog beter en beter. Dit jaar zijn er speciale programma's voor:

  • beginnende TPRS docenten
  • half- en vergevorderde TPRS-docenten
  • basisschoolleerkrachten
  • docenten Chinees
  • docenten ESL
  • schoolleiders

Daarnaast is er veel ruimte voor coaching en er zijn workshops over bijvoorbeeld lezen, muziek, technologie en classroom management. Op zondag 20 juli zal er nog een coaching-for-coaches workshop zijn van een dag, voorafgaande aan de conferentie.

Je kunt een universitaire aantekening krijgen (1, 2 of 3 university credits; daar zijn wel kosten aan verbonden).

De veertiende NTPRS Conferentie wordt in het Sheraton Hotel in de voorstad Lisle gehouden. Het ligt op 30 minuten van zowel het vliegveld Chicago O’Hare als het Midway airport.

De temperatuur in Lisle kan in juli gemiddeld liggen tussen de 18 en de 29 graden Celsius. Op de Engelstalige wikipedia pagina voor Lisle, Illinois staat: "In July 2007, Lisle was ranked #20 in Money magazine's list of "100 Best Places to Live" and #17 on their 2009 list of the "Best Places for the Rich and Single". The place-to-be dus!

Ga je ook mee?! Geef dan hierboven of hieronder een reactie! (Geef het aan als je het privé wilt houden, dan publiceren we het niet !)

Kennis maken met TPRS

Afgelopen vrijdag 7 februari ging ik naar een netwerkbijeenkomst om kennis te maken met TPRS. Er zijn in onderwijsland op dit ogenblik twee nieuwe methodes waar ik al heel lang meer van wil weten. TPRS is er daar een van. Na ontvangst door Alike Last, Kirstin Plante en Rosana Navarro, en een korte kennismakingsronde werden wij de leerlingen en Rosana de “juf”. Drie dingen vielen me in het bijzonder op: de veiligheid die ik voelde om met de hele groep antwoord te geven, het enorm grote aantal herhalingen en dat alle antwoorden die we gaven met een “muy bien” beantwoord werden. Dat stimuleerde ons om door te gaan met Spaans spreken.

Want Spaans was de taal die voor deze korte demonstratie was uitgekozen, omdat de meesten deze taal niet beheersten. Rosana begon met een simpele vraag, waarbij we alleen maar ja of nee moesten antwoorden. En zij herhaalde altijd onze antwoorden met hele zinnen. De vragen werden gecompliceerder en onze antwoorden ook. Hulpmiddelen die werden ingezet, waren het bord. Hierop stonden alle woorden. Rosana wees deze woorden aan om ons te helpen. Verder geweldige toneelattributen, waarover ik niet te veel zeg, want het is veel leuker om dat zelf te komen ontdekken in een van de bijeenkomsten. En twee van onze medeleerlingen. Zij vervulden hun rol fantastisch.

Als afronding van deze les TPRS moesten wij in kleine groepjes het verhaal aan elkaar vertellen. Tot mijn verbazing en na enige aarzeling van mijn kant lukte dit wonderwel. Ik heb nog nooit in mijn leven in zo’n korte tijd zo veel Spaans geleerd. Het mooie is dat het nog steeds in mijn hoofd zit en ik ervan overtuigd ben, dat het daar ook nog wel een poosje blijft zitten.

Ik ben zo enthousiast geworden over deze methode dat ik het zeker in mijn lessen ga gebruiken. Het is naar mijn mening in te passen op ieder niveau van taalverwerving, zolang je maar als docent duidelijk hebt, wat jouw leerdoel is. En of je nu de ene manier van taalverwerving toepast of de andere: tijd kost het allemaal. Dan kun je volgens mij maar beter kiezen voor een manier die werkt!

Sylvia van den Brink
http://frans-leren-oss.nl/ 

Doceren met TPR en TPRS voor docenten klassieke talen

Als docent Grieks en Latijn kun je net als bij de moderne vreemde talen gebruik maken van technieken als TPR en TPRS. Daar zitten ten opzichte van talen zoals Frans, Duits en Engels zowel voordelen als nadelen aan.

Voordelen

  1. Docenten moderne vreemde talen moeten hun leerlingen vier basisvaardigheden aanleren: luisteren, spreken, lezen en schrijven. Leerlingen Grieks of Latijn hoeven uiteindelijk alleen te kunnen lezen (en vertalen). Als docent kun je een groot deel van de lestijd besteden aan die vaardigheid. 
  2. Leesvaardigheid is net als luistervaardigheid een passieve vaardigheid, een input-vaardigheid. Een passieve beheersing van een taal is altijd gemakkelijker dan actieve vaardigheden. Met het gat tussen actieve en passieve beheersing hoeven docenten klassieke talen geen rekening te houden.
  3. Voor TPR en TPRS zijn verhalen nodig om mee te oefenen. Gelukkig voor docenten klassieke talen is het corpus Latijn en Grieks enorm: historische overleveringen, toneelstukken, mythen, sagen, fabels en brieven. Deze verhalen zijn gemakkelijk aan te passen voor TPRS of een embedded reading. De leerling maakt op die manier direct kennis met de inhoud van het klassieke corpus, dat natuurlijk aansluit bij de uiteindelijke kennis die benodigd is voor het eindexamen.
  4. Door constant met de taal bezig te zijn in de taal zelf, kunnen leerlingen niet alleen direct kennis nemen van de woorden en grammatica, maar ook van de cultuur. Daarmee vergroten zij hun cultuurhistorische kennis op hetzelfde moment als hun (ver)taalvaardigheid.

Nadelen

  1. Het eindniveau leesvaardigheid is bij de klassieke talen een stuk hoger dan bij moderne vreemde talen. Wat we overgeleverd hebben, zijn voornamelijk literaire teksten over  veelal abstracte onderwerpen. Voor een leerling zijn dat soort teksten inhoudelijk en grammaticaal ingewikkeld. 
  2. Als docenten gebruik willen maken van de voordelen van TPR en TPRS moeten zij zelf wel een actieve beheersing hebben van alle vier de basisvaardigheden. Een actieve beheersing van het Grieks of Latijn is op dit moment geen onderdeel van de studie Griekse en Latijnse Taal en Cultuur. Docenten zullen daarom op eigen initiatief tijdens of na hun studie deze vaardigheden moeten opdoen. 
  3. Leerlingen moeten niet alleen de teksten kunnen lezen en begrijpen, maar ook kunnen vertalen naar goed lopende Nederlandse zinnen: een compleet andere vaardigheid. Mijn ervaring is wel dat wanneer kinderen direct kunnen begrijpen wat er staat, ze vaak beter en mooier kunnen vertalen.

De voordelen en nadelen die ik net heb opgesomd, zijn volgens mij de belangrijkste. Wat zijn volgens jullie nog meer belangrijke voor- en/of nadelen van TPR en TPRS bij klassieke talen? Laat het me weten.

Groetjes, Casper
Wie meer wil weten over actieve taalbeheersing als didactisch middel tijdens lessen Latijn en Grieks, kan terecht op de gratis lezing en workshop van Addisco Onderwijs op 18 maart 2014 (16.00 – 18.00)

Over de auteur:
Casper Porton biedt onder de naam Addisco Onderwijs  cursussen Latijn en Grieks in Hilversum en deelt zijn kennis over vernieuwend onderwijs in de klassieke talen op zijn weblog Classiculus.

Maar ‘waar’ betekent toch ‘where’?

Er was een les die ik nooit zal vergeten: een Amerikaanse cursist werd kwaad toen ik hem uitlegde dat waar in combinatie met een voorzetsel  what of  which betekent en niet where.  – Dat was nog voordat ik lesgaf met TPRS. – Hij vervloekte op dat moment de Nederlandse taal en zijn weerstand groeide immens. Ik begreep hem maar al te goed. Het is zo anders dan in het Engels en dus wennen!

Een andere cursiste die bij mij op les kwam toen ze al ruim op niveau B1 zat, zei verontwaardigd: Ik snap niet waarom er niet van begin af aan expliciet aan bod komt in de lesboeken. Het betekent immers it en dat is een van de belangrijkste woorden in een taal.

En ik geef haar groot gelijk. Het Nederlands stikt van vaste combinaties met een voorzetsel die maken dat de structuur van een zin helemaal verandert. En dat betreft ook heel veel combinaties van hoogfrequente woorden. Houden van, kijken naar en zin hebben in zijn hier voorbeelden van. Op het moment dat je de ‘wat-vraag’ wilt stellen, heb je het vraagwoord waar nodig.

Waar houd je van?
Waar kijk je naar?
Waar heb je zin in?

Sinds ik Nederlands geef, worstel ik met de vraag hoe ik er, daar en waar in de betekenis van it, that  en what het beste kan aanbieden en wanneer ik daarmee moet beginnen. Sinds ik TPRS gebruik, kom ik steeds dichter bij het antwoord: in ieder geval zo vroeg mogelijk. Deze woorden vermijden is onnatuurlijk. Uiteraard verwacht ik niet dat mijn cursisten deze en de daarmee gepaard gaande structuren meteen actief kunnen gebruiken, maar ik geef ze zo de kans om eraan te wennen en de betekenis van deze woorden te begrijpen als ze deze in een gesprek of in een tekst tegenkomen.

In mijn lessen begint het met de vraagwoorden aan de muur. Vanaf de eerste les staat daar waar naast wat met de vertaling what eronder. Als ik een zin als ‘Tom keek naar een roze Porsche.’ bevraag en dus op een gegeven moment zeg ‘Waar keek Tom naar?’ wijs ik tegelijkertijd naar het vraagwoord met zijn vertaling aan de muur. Als mijn cursisten de vraag niet meteen begrijpen of op het moment dat ik de vraag voor de tweede keer stel ,las ik een begripscheck in: “Wat betekent waarnaar? Antwoord: “Whatat.” En weer iets later volgt een korte grammatica-uitleg: ‘De naar maakt dat wat verandert in waar.’ Uiteraard in het Engels als het beginners zijn. Afhankelijk van de groep kan het gebeuren dat ze meteen willen weten “Why?” En dan begin ik met de korte grammatica-uitleg. Als cursisten dan nog meer willen weten, rem ik ze af. We zijn immers bezig met een verhaal! In de loop van de cursus komen ze de ‘waar-vraag’ die wat betekent steeds vaker tegen:

Waar praatten ze over?
Waar luisterde hij naar?
Waarmee ging zij naar Hawaï, met de fiets of met het vliegtuig?

En ze beginnen de ‘waar-vraag’ langzaamaan normaal te vinden. Bovendien herkennen en begrijpen ze deze steeds sneller als ze lezen.

Wil ik dat mijn cursisten de ‘waar-vraag’ ook zelf gaan gebruiken, dan verwerk ik deze in de directe rede in een verhaal: ‘Sarah vroeg aan Tom: “Waar kijk je naar?”’ Op die manier kan ik deze vraag bevragen (cirkelen) en er ook voor zorgen dat de vraag af en toe deel uitmaakt van het antwoord dat de cursisten moeten geven (“Wat vroeg Sarah aan Tom?” Antwoord: “Waar kijk je naar?”)

Jullie kunnen je misschien al voorstellen dat het een stuk makkelijker wordt om er en daar in de betekenis van  it en that te introduceren als je met waar begonnen bent. Maar daar ga ik het een andere keer over hebben.

Nu zou ik graag van jullie willen weten hoe jullie deze woorden aanbieden. Het is namelijk niet zo dat ik het gevoel heb dat ik er al helemaal ben. Zeker als het gaat om er en daar blijf ik het moeilijk vinden. Mijn cursisten begrijpen deze woorden wel, maar gebruiken ze zelden (goed). Ook zou ik het interessant vinden om van jullie te horen wat volgens jullie frequente vaste combinaties zijn die de moeite zijn om vaak te herhalen in de les. Zou het niet leuk zijn om met z’n allen een lijst samen te stellen?

Ik ben benieuwd naar jullie ideeën, tips, good practises en frequente vaste combinaties!

Hartelijke groet, Angela

 

 

Post uit Duitsland!

Mijn 2havo leerlingen kregen vorige week post.  

Ze hadden kaartjes  en briefjes gestuurd naar mijn achternichtjes in Duitsland.
En mijn leerlingen hadden  antwoord gekregen. 

De brief van Aischa werd het uitgangspunt voor mijn nieuwe TPRS-verhaal.

We zijn nog niet zo lang bezig met TPRS in deze klas en zo konden we met het verhaal van Aischa het vragen en het antwoorden oefenen. De vragen gingen over de hobby’s van Aischa.

Na het oefenen startten we met het TPRS-verhaal. Het  verhaal ging over een fictief persoon: Lucas uit Brazilië. Een PowerPoint met plaatjes van Brazilië en schaatsers in Nederland ondersteunden het verhaal.

Lucas wohnt in Brasilien.

Sein Hobby ist Kanufahren.

Er möchte gerne Schlittschuhlaufen

Aber in Brasilien ist es zu warm.

Er fliegt mit dem Flugzeug in die Niederlande.

Dort kann er Schlittschuhlaufen.

We oefenden bij dit verhaal de vraagwoorden, want de leerlingen vinden het moeilijk om deze woorden te onthouden.

Wer wohnt in Brasilien?

Was ist sein Hobby?

Wo ist es zu warm?

Wohin fliegt Lucas?

Daarna mochten de leerlingen hun eigen verhaal bedenken.  Alle dikgedrukte woorden in het verhaal  mochten ze vervangen met eigen woorden. De woorden konden  ze opzoeken in de woordenlijst of het woordenboek of aan mij vragen.

De leerlingen kwamen met fantastische verhaaltjes met hobby’s als formule 1 rijden, kameel racen, buikdansen en voertuigen als hete luchtballonnen en onderzeeërs. De leerlingen wilden heel graag hun verhaaltjes vertellen en ik had graag elke leerling gehoord en vragen over alle verhaaltjes gesteld, maar dat ging helaas niet qua tijd. Daarnaast zou het ook een grote opgave geweest voor de leerlingen om naar de in totaal 29 verhaaltjes te luisteren.

Hebben jullie ideeën hoe ik toch nog iets kan doen met alle verhaaltjes die bedacht zijn?

Eva de vlaming

TPRS-feuilletonverhaal

Annemieke Woudt, één van de cursisten van de Deeltijdopleiding tot TPRS-docent, heeft een geweldige manier om gevoelige onderwerpen toch te kunnen behandelen. Ze geeft les aan inburgeraars, die vaak vreselijke dingen hebben meegemaakt. Onderwerpen die op het eerste gezicht niet bijzonder gevoelig zijn, zoals familie, kunnen voor deze mensen zeer pijnlijk zijn. Zo'n onderwerp is dus niet erg geschikt voor PQA, en ook niet om een bizar verhaaltje mee te bouwen ("bizar" is bij Nt2-lessen toch al een lastig fenomeen).

Daarom is Annemieke begonnen met een verhaal rondom de dagelijkse belevenissen van Bram (in de ene groep) en Amina (in de andere groep). Deze verhalen zijn uitgegroeid tot feuilleton – iedere week komt er een aflevering bij volgens het thema dat die week aan de orde is. Zo hebben de cursisten van groep 1 de familie van de hoofdpersoon, Bram, erbij bedacht, compleet met leeftijden en beroepen, en is Bram en naar de Sinterklaasintocht. Zijn zusje heeft bovendien Sint Maarten gelopen. In de tweede groep bleek Amina met een gebroken voet toch in staat om naar de dokter te lopen, en heeft ze haar verzekeringspapieren moeten invullen.

De cursisten vragen steeds: "wanneer komt Bram/Amina weer?" en verzinnen in de pauzes zelf nieuwe avonturen voor hen. Voor Annemieke is dit verhaal ideaal om allerlei PQA-gesprekken aan te koppelen. Zo bleek bij een gesprek over beroepen dat één van de cursisten verpleegster is. Prompt werd er geroepen: "net als Sarah!" – de zus van Bram. Zo zie je dat de personages uit het feuilleton, net als bij soapseries als GTST, voor de trouwe volgers ook een soort familie wordt, maar dan één waar het altijd prettig vertoeven is.

Wie probeert dit idee ook een keer uit? Laat ons weten hoe het uitpakt!

Movie Talk & embedded reading bij ‘Paperman’

In de les heb ik 'Paperman' gebruikt voor Movie Talk. Onder het filmpje vertel ik er meer over. 'Paperman' is een animatiefilmpje van de Disney studio's en heeft in 2013 de Oscar gewonnen voor beste korte animatiefilm.

Helaas is de versie hieronder de enige volledige versie op Youtube en daar heeft iemand iets voor en in geknutseld… (maar daardoor is hij waarschijnlijk nog niet van Youtube afgehaald of ingekort, zoals met de andere filmpjes het geval is).  

Je kunt het filmpje als origineel bekijken op vimeo.

Tijdens de NTPRS heb ik de Movie Talk workshop van Betsy Paskvan en Michele Whaley bezocht. Movie Talk is ontwikkeld door Ashley Hastings met studenten Engels als vreemde taal en het schijnt 5x sneller te werken dan traditionele methodes.

Movie Talk is een film verhalend uitleggen door :

  • het benoemen van voorwerpen
  • het beschrijven van handelingen, acties, activiteiten
  • het verklaren, uitleggen van personages
  • het verklaren, duiden van hun emoties
  • dialogen

Een paar belangrijke punten :
- L U I S T E R E N is een eerste vereiste voor S P R E K E N
- Taalleerders kunnen niet boven hun eigen begripsniveau spreken

Ik heb het filmpje gebruikt voor de structuren:

  • Il/elle est allé(e) à la gare       Hij/zij is naar het station gegaan
  • Il/elle a pris le train                   Hij/zij heeft de trein genomen 
  • Il/elle est monté(e)                   Hij/zij is ingestapt 
  • Il/elle est descendu(e)            Hij/zij is uitgestapt

Ook heb ik het filmpje gebruikt om eerdere vocabulaire te herhalen. Het filmpje duurt ruim 6 en een halve minuut en wij hebben er een uur over gepraat, alles in het Frans. De tijd vloog ongemerkt voorbij. Iedereen bleef heel betrokken en ze vonden het erg leuk om te doen. Ik heb veel vragen gesteld en gecirkeld waar nodig. Ik heb voor een groot deel gewerkt met bovenstaande structuren. Ik heb het filmpje gevonden doordat ik googelde op trein, instappen, station en dan bij 'video's' kijken wat dat opleverde. Vorige week hadden we 'wachten' gehad, dus die konden we nu ook goed gebruiken. En al eerder : hij is bezig met, hij heeft gebruikt, hij heeft ontmoet. We hebben ook PQA vragen gedaan, maar eigenlijk had ik er achteraf gezien toch meer willen doen, om de ik- en de jij vorm meer te gebruiken. Ik heb er een embedded reading bijgemaakt in vier stappen in opklimmende moeilijkheidsgraad  : 131126_Paperman. Ik denk dat de vierde versie vooral voor de hogere niveaus is. Ik ben heel benieuwd wat mijn A1'ers over de derde en vierde versie zeggen als ik ze de komende les zie.

Werk jij ook wel eens met Movie Talk? Wat zijn jouw ervaringen? Heb je nog tips voor leuke filmpjes?

Met collegiale groeten, Alike Last

Woordkompas : (gratis) vocabulaire goudmijn voor NT2 docenten en cursisten

Wat ben ik als docente Frans jaloers op de NT2 docenten! Want zij kunnen hun cursisten gebruik laten maken van het Woordkompas. In het Woordkompas vind je veel meer dan in een gewoon woordenboek: je vindt er de Nederlandse taal zoals deze dagelijks gebruikt wordt.

Siel van der Ree heeft het Woordkompas ontwikkeld met (wijlen) Puck Tazelaar en enkele andere dames en hij heeft het Woordkompas gelukkig online GRATIS beschikbaar gesteld. In april heeft hij mij daar al een link van gestuurd en ik moet tot mijn grote schaamte en schande bekennen dat ik die al die tijd heb laten liggen… Daarom nu snel de link naar de homepage van het  WOORDKOMPAS VOOR NEDERLANDS ALS VREEMDE EN ALS TWEEDE TAAL.

Als je naar de database zelf wilt, dan dien je de link hierachter te volgen, naar de pagina ‘De oorspronkelijke lemma’s‘. Door op een letter te klikken kom je op de pagina met alle lemma's van die betreffende letter.

Hieronder citeer ik de tekst van de homepage:

"Halfgevorderde & gevorderde NT2-cursisten èn  collega's Nederlands in het buitenland blijven standaardfouten maken, waar ze niks aan kunnen doen! Ze schrijven bijvoorbeeld ‘een erge griep krijgen’ i.p.v. ‘een zware griep oplopen’ en ‘een koude krijgen’ i.p.v. ‘kou vatten’: ze kunnen onmogelijk 'bedenken' en nergens opzoeken, hoe het wel normaal klinkt. Dit wreekt zich natuurlijk het duidelijkst bij schrijven: de voorbeelden hierboven komen ook uit e-mails van collega's in midden Europa.

Om dit soort problemen te helpen oplossen hebben we, al jaren geleden, de z.g. Woordkompassen ontwikkeld.

Deze site, met een lange geschiedenis, is een voorlopige opzet: we willen een bruikbare website maken waarin je direct alles vindt wat we te bieden hebben en dat is:

  • tekst ter uitleg
  • verwantschappen
  • vaste verbindingen

Vreemde taalleerders vragen immers om …
1) eenvoudige maar veelzeggende voorbeelden
2) met een precisering van de betekenis via (lexicale) verwanten
3) en een overzicht van de gebruiksmogelijkheden.

Je kunt het woordkompas ook gebruiken als leerwoordenboek, d.w.z. door de bestudering van lemma’s de woorden beter onthouden. Onderzoek aan het brein heeft de realiteit hiervan inmiddels bevestigd.

Deze voorlopige opzet houdt in, dat we ons bestaand materiaal ter beschikking stellen in pdf-vorm. Die moet je dus eerst downloaden om het makkelijk te hanteren.

De definitieve vormgeving houdt meer in : Een volwaardig Wiki-woordkompas waarbij je niet alleen direct alles kunt vinden bij een woord (en je ook de weg leert naar bijvoorbeeld verwante lemma’s en links naar woordenboeken met uitdrukkingen), maar ook zelf ideeën kunt toevoegen. Op die manier blijft het actueel.

Voor dit project zijn we  op zoek naar mensen en middelen."

Tot zover het citaat van de homepage van de website van het Woordkompas. Zoals je ziet zoekt Siel van der Ree mensen en middelen; neem contact met hem op als je mogelijkheden hebt of weet! Je kunt hem bereiken via: ssalto@me.com

Het zijn niet 'woordjes' en 'grammaticale structuren', maar woordjes en taalflarden die de basiseenheden voor taal leren vormen. Dit verklaart ook waarom native speakers zo weinig en vreemde taal-leerders zoveel moeite hebben met z.g. welgevormde zinnen, zinnen dus die ook normaal klìnken.  Lees hier meer over de achtergronden van het Woordkompas.

In het verleden hebben Siel en ik een oproep geplaatst in het Levende Talen Magazine om te vragen of collega's van de andere talen ook een Woordkompas zouden willen hebben, maar daar hebben we amper respons op gekregen, dus we hebben "nee" geconcludeerd. Wat vinden jullie, collega's MVT, zouden jullie het fijn vinden om een Woordkompas tot je beschikking te hebben?

Allemaal een heel fijn nieuw schooljaar gewenst en hartelijke groeten van Alike