Controlelijst voor het maken van een verslag met de tekstverwerker op A4-papier. (Aanvullingen en/of verbeteringen op deze lijst! Mail ons met beulp van het contactformulier.)

Hoewel je een verslag op verschillende manieren vorm kunt geven zijn er zaken die zeker je aandacht vragen.

  • Een regelafstand van 1,5 is vaak handig voor de docent om aantekeningen in een verslag te maken. Zeker in een eerste versie.
  • De lettergrootte, afhankelijk van het lettertype 10 of 11 (12 is wel mooi op het scherm, maar meestal niet op het papier.)
  • New Times Roman, is veelal de standaard instelling is van tekstverwerkers. Andere geschikte lettertypes zijn ondermeer Arial en Verdana.
  • De ideale regellengte is 60 lettertekens. Zorg wel voor een linker marge van bijvoorbeeld 4 cm. (Ook handig voor het inbinden)
  • Pagina nummering bovenaan of onderaan rechts. Zet deze in de voet of koptekst. Pagina nummering geldt niet voor:
    • de titelpagina,
    • de inhoudsopgave,
    • bijlagen.
  • Laat tussen 2 alinea’s altijd een kleine tussenruimte.
  • Zorg ervoor dat je verslag vrij is van spellings- en zinsbouwfouten. Gebruik de automatische spellingscontrole van je tekstverwerker.

Besteed extra aandacht aan:

  • een goede verdeling tussen tekst en witruimte (bladspiegel),
  • een logische opbouw (Goede structuur),
  • vlot taalgebruik.

Figuren in de tekst

    Het verduidelijken van de tekst met figuren kan erg nuttig zijn. Bedenk wel dat de afbeelding altijd een doel moet hebben. Geef ieder figuur een onderschrift met een nummer. Je kunt dan in de tekst naar de figuur verwijzen.

Bijlagen

    De bijlagen staan achter in het verslag. Ze zijn genummerd.

Een titelblad

    Natuurlijk zorg je ervoor dat je verslag aandacht trekt en uitnodigt tot lezen. Zorg voor een titel die duidelijk aangeeft waar het over gaat. Gebruik je een afbeelding op de voorkaft, zorg er dan voor dat deze dan iets toevoegt aan de titel. Vermeld ook je naam, klas, periode, plaats.

Een inhoudsopgave.

    Tekstverwerkers kunnen voor jou een inhoudsopgave maken. In Word kan dit bijvoorbeeld erg eenvoudig met “invoegen” “index en inhoudsopgave“.

Inleiding

  •  
    • waarom je voor dit onderwerp hebt gekozen?
    • in het kort de vraagstelling / probleem en het antwoord / de oplossing;
    • en hoe je het zelf vond om dit onderzoek te doen.
  • De inleiding begint met drie belangrijke punten:

    De inleiding moet de lezer zodanig nieuwsgierig maken dat hij of zij verder lezen wil.

    Verder vermeld je in de inleiding iets over al bestaande oplossingen of bekende gegevens en iet over de door jou gevolgde werkwijze.

Plan van aanpak: hoe heb je het probleem benaderd, hoe was de taakverdeling.

Onderzoeksresultaten (beantwoording van de vragen en/ of het onderzoek)

    Voor de hoofdindeling gebruik je de deelvragen of je stappenplan. Iedere deelvraag levert een titel voor een hoofdstuk.

    Heb je veel grafieken en tabellen, dan kun je die het beste in de bijlage opnemen. Het leest niet erg prettig als je steeds onderbroken wordt door de overzichten.

Evaluatie (reflecteren en beoordelen)

Bronvermelding

    Je moet aangeven welke gegevens je niet zelf hebt gevonden. Je vermeldt de bronnen die je hebt geraadpleegd. Je maakt een lijst van boeken, geinterviewde personen, adressen van bezochte instanties enzovoort.