Techniek in de huishouding

Anno 1950 zag het er heel anders uit dan nu. Sinds die tijd is er veel veranderd. Het moest gestroomlijnder, sneller en effectiever. De huishoudtechnologie raakte in een stroomversnelling. Er ontstonden nuttige maar ook veel overbodige apparaten.

Techniek met toekomst

Wetenschappelijk onderzoek heeft er toe bijgedragen dat de kwaliteit van ons leven heeft verbeterd. Zo ook in de huishouding. De huishoud robot mag er dan, zoals men een tiental jaren geleden verwachte, nog niet zijn, toch zijn er al aardig wat automaten in onze keuken te vinden.

Techniek in de huishouding: niet zo gewoon als je misschien wel denkt!

Dagelijks maak je er gebruik van. Pas als het huishoudelijke apparaat stuk is staan we er bij stil en voelen we hoe afhankelijk we zijn van deze “gewone” techniek.

Lesdoel; door het doen van onderzoek krijg je inzicht in “huishoudelijke apparaten” Welke technische ontwikkelingen zijn medeverantwoordelijk voor het verschil in maaltijdbereiding en de nazorg tussen toen en nu? Wat is er rond dit onderwerp veranderd in ons dagelijks leven sinds 1950? Alles wat je ontdekt leg je vast in een verslag.

Onderzoek en beantwoord de volgende (basis) vragen:

In 1950 konden andere apparaten worden gebruikt bij het bereiden van het voedsel en de nazorg dan in 1995.

  1. Welke van de volgende apparaten (een elektrische blikopener, een elektrische mixer, een huishoudmachine, een elektrisch mes, een snelkoker, een afwasmachine en een vleessnijmachine) konden in 1950 en/of in 1995 worden gebruikt?
  2. Geef voor- en nadelen aan het gebruik van de genoemde apparatuur.
  3. Wie van jullie (ouders/verzorgers) gebruikt ze?
  4. Waarom gebruiken sommigen) (ouders/verzorgers) de apparatuur wel en andere niet?

Er bestaan nogal wat verschillen tussen de versie van een elektrische mixer uit 1950 en 1995. Geef een beschrijving van de belangrijkste verschillen. Beantwoordt daarvoor de volgende vragen.

  1. Welke materialen worden gebruikt [Hout, kunststof, metaal]
  2. Welke energiebron wordt gebruikt?
  3. Wat/Wie zorgt voor de beweging?
  4. Hoe wordt mixer in beweging gezet?
  5. Hoe kan men verschillende snelheden realiseren?
  6. Welke belangrijke onderdelen zitten aan/in de mixer?
  7. Hoe lang duurt het om slagroom te kloppen?
  8. Wat is het voor/nadeel van de mixer?

In 1950 werden vaak andere installaties/apparaten gebruikt om het voedsel te verwarmen dan in 1995. Welke apparaten werden in 1950 en/of 1995 gebruikt? Voorbeelden van apparaten zijn: een oven, een elektrische kookplaat, een grill, keramische kookplaten, een gasstel, een gasfornuis, een magnetron en een kachel.

Voedsel werd in 1950 anders warm gemaakt dan in 1995. Er zijn nogal wat verschillen. Zo werd in 1950 in veel huishoudens nog een kolenkachel gebruikt om eten te koken. In 1995 vindt men in veel huishoudens een keramische kookplaat. Geef een beschrijving van de belangrijkste verschillen tussen het gebruik van een kolenkachel en het gebruik van een keramische kookplaat. Beantwoord daarvoor de volgende vragen.

  1. Welke brandstof [energie] wordt gebruikt?
  2. Hoe kun je de temperatuur regelen?
  3. Hoe snel wordt de kookplaat heet?
  4. Uit welke belangrijke onderdelen bestaat de kookplaat?
  5. Hoe snel koelt een kookplaat af?
  6. Hoe lang duurt het kookproces?
  7. Welke voor/nadelen zitten aan het gebruik van de kookplaat?
  8. Hoe wordt een kookplaat warm gemaakt?

Door de uitvinding van de magnetron heeft de mens het een stuk makkelijker gekregen.

  1. Leg uit welke mogelijkheden een magnetron biedt.
  2. Kijk naar de knoppen en schakelaars die op een magnetron aanwezig zijn.
  3. Leg uit wat de functie van de knoppen is en hoe de knoppen ingesteld kunnen worden.
  4. Waarom hebben veel mensen vaak een magnetron naast een kooktoestel?

De anti-aanbakpan was in 1950 nog niet bekend..

  1. Leg uit wat een anti-aanbakpan is.
  2. Welke voordelen biedt een anti-aanbakpan of gelijkwaardige pan boven een gewone pan?

In 1950 stond ijs in de meeste huishoudens niet op het menu. Veel mensen hadden nog geen diepvries.

  1. Hoe maakten ze toen ijs?
  2. Welke mogelijkheden krijgen mensen als ze een diepvries hebben?
  3. Zijn er ook nadelen aan het gebruik van een diepvries?
  4. Een andere belangrijke uitvinding is de koelkast.
  5. Hoe koelde men de producten toen er nog geen koelkast was?
  6. Wat verandert er in koopgedrag door het gebruik van de koelkast?
  7. Welke nadelen zitten er aan het gebruik van de koelkast?

In 1950 wordt een groot deel van de producten voor het bereiden van het voedsel dagelijks vers ingekocht. Een klein deel van het voedsel werd in voorraad gehouden. Tegenwoordig kan men veel producten verpakt kopen.

Zoek voorbeelden van verpakkingsmaterialen uit 1950 en 1995. Vergelijk de verpakkingsmaterialen en geef de overeenkomsten en verschillen.

  1. Welke voor- en nadelen zitten aan het gebruik van de verpakkingsmaterialen?

Wat wordt er hergebruik van huishoudelijke apparaten. Is hier verandering in gekomen ten opzichte van 1950. Zo ja, op welke wijze.

Door de ontwikkeling van allerlei huishoudelijke apparaten zijn de mogelijkheden voor vrouwen en mannen om werk binnenshuis te combineren met werken buitenshuis vergroot. Licht deze stelling toe door het geven van enkele voorbeelden.

Beroepskeuze
In dit vakgebied zijn veel beroepen. Noem 5 van deze beroepen die passen bij jouw vooropleiding en geef voor minimaal drie beroepen aan.

  1.  
    • De aard van de werkzaamheden (wat doet deze persoon?)
    • De werkomstandigheden en de persoonlijke voldoening (wat vinden zij van hun beroep?)
    • Veranderingen in beroepen door ontwikkelingen in de techniek.
    • De te volgen (voor)opleiding en het bijbehorende vakkenpakket.

Informatie verzamelen  (Hoe kom je aan informatie)   De introductieles en je aantekeningen. Interview, navragen bij ouders, grootouders of verzorgers, boeken, producenten van apparaten, bibliotheek, musea, regionaal opleidingscentrum, Internet, universiteiten, foto, tekeningen, krantenknipsels, schema, een verhaal, open dagen, voorlichtingen, tv, krant, tijdschriften en nog veel meer.

TrefwoordenHuishoudelijke apparaten, Philips, witgoed, Tefal, huishoudbeurs, huishoudtechnologie. 

Musea

Donghamuseum De hoofdcollectie biedt een volledig overzicht van elektrische apparaten van 1850-1960 en de toepassing daarvan in het dagelijks leven.

Museum van de Twintigste Eeuw Huishoudtechniek. Honderden voorwerpen en diverse huiskamers, keukens en winkelinrichtingen geven een herkenbaar beeld van Nederland in de periode van 1900-1960.

Nederlands Strijkijzer-Museum Apparaten in alle soorten en maten voor strijken, persen, plooien en mangelen.

Electriciteitsmuseum [Hoenderloo] Tentoonstelling over het begin van de elektriciteitsvoorzieningen, 1886-1920.

Boeken/publicaties.

  • Van strijkijzer tot sapcentrifuge door Jacintha van Beveren.
  • Schoon genoeg door Carolien Bouw
  • Het huishouden tussen droom en daad door Irene Cieraad
  • Koken op gas of op elektriciteit door Peter van Overbeke
  • Technologie aan tafel door Myriam Daru
  • Met een stofzuiger hoor je erbij door Henk Makkink
  • Doe het zelf: een klus die nooit geklaard is door Ruud van Wezel
  • Wassen, drogen, strijken door Irene Cieraad
  • Huisvrouwen en huishoudtechnologie in Nederland door Hettie Pott-Buter en Kea Tijdens

Bijlagen
Als bijlage bij je antwoorden moet materiaal met betrekking tot oude- en nieuwe producten zijn bijgevoegd zoals bijvoorbeeld: folders van oude producten, handleidingen, gebruiksaanwijzingen, foto’s van vroeger, tekeningen, grafieken, krantenknipsels, het apparaat zelf, een verhaal.

Opbouw verslag, reflecteren en beoordelen zie: uitleg

Groepswerk: Maximaal 3 personen per groep. Inleveren voor : zie informatiebord in de klas. Op of na .. …….. is inleveren niet meer mogelijk i.v.m. de planning voor de spreekbeurten. Heel belangrijk is planning. Denk hierbij onder meer aan:

  • een eerlijke en verstandige taakverdeling;
  • wat te doen bij ziekte van een groepslid.
  • Wanneer leveren wij het verslag in?

Bron: de oorspronkelijke opdracht is gepubliceerd in “Terugkoppeling”