Zie ook menu → Spreken

Voor oefenmateriaal: klik in het submenu rechts

Tips voor het spreken van een vreemde taal

Spreken van een vreemde taal is vaak een kwestie van gewoon doen. Dat woordje ‘gewoon' is echter niet zo gewoon. Veel mensen moeten een drempel over voordat ze gaan praten en bij sommigen is die drempel heel hoog. "Als ik maar de juiste woorden gebruik" of "Als ik maar geen fouten maak", zijn vaak gedachten die iemand verhinderen die drempel over te gaan. Wanneer je ook last hebt van dit soort gedachten bedenk dan:

  • het is niet voor niets een vreemde taal, een taal die niet je moedertaal is. Zelfs in je moedertaal maak je soms fouten en weet je woorden niet. Waarom maak je je daar dan niet druk om?
  • mensen die Spaans spreken vinden het vaak geweldig dat ze in hun eigen taal aangesproken worden. De meesten van hen kunnen geen enkele vreemde taal spreken, ook geen Engels!!!
  • ook hier geldt: hoe meer je het doet, hoe makkelijker het wordt, je ontwikkelt bepaalde trucjes, een vaardigheid.

Een gesprek voeren

Enkele tips om je te helpen bij het voeren van een gesprek:
- Zorg ervoor dat je weet hoe je iemand moet begroeten en hoe je afscheid moet nemen.
- Probeer niet stil te vallen en blijf doorpraten. Je kunt dit doen door:

  • standaardzinnetjes of woordjes te gebruiken. Die geven je de kans om even na te denken. Bijvoorbeeld:
Nederlands
Spaans
eh... pues...
even kijken... a ver....
even denken... déjame pensar...
goed... /o.k.... bueno...
mira... nou, kijk...
  • te zeggen dat je iets niet begrijpt, om een voorbeeld te vragen of te vragen om herhaling. Bijvoorbeeld:
Nederlands
Spaans
Het spijt me, maar ik begrijp het niet. Lo siento, pero no entiendo.
Ik weet niet wat dat betekent. No sé, qué significa.
Kunt u een voorbeeld geven? ¿Podría dar un ejemplo?
Kunt u dat nog een keer zeggen? ¿Cómo?
Kunt u dat herhalen? ¿Podría repetir, por favor?
  • te vragen om uitleg. Bijvoorbeeld:
Nederlands
Spaans
Wat betekent dat? ¿Qué significa?
Kunt u het beschrijven? ¿Podría describirlo?
Waar lijkt het op? ¿Cómo es?
Wat bedoelt u? ¿A qué se refiere?
  • te vertellen hoe iets er uit ziet als je het woord niet weet. Bijvoorbeeld:
Nederlands
Spaans
(een zebra): Het ziet er uit als een klein paard maar het heeft witte en zwarte strepen. Es como un caballo, pero tiene rayas blancas y negras.
(regen): Water dat uit de lucht valt. Agua que cae del cielo.
  • uit te leggen waar je iets voor kunt gebruiken. Bijvoorbeeld:
Nederlands
Spaans
(een mes): Daar kun je het vlees mee snijden. Sirve para cortar la carne.
(een paraplu): Die heb je nodig als het regent. Lo necesitas cuando llueve.
Créditos: Ans ter Haar