B1 Spreken

  • Ik kan mijn gesprekspartner in gesprekken over alledaagse onderwerpen begrijpen als hij duidelijk spreekt, maar ik moet soms wel om herhaling van bepaalde woorden of uitdrukkingen vragen.

  • Ik kan onvoorbereid aan een gesprek over bekende onderwerpen deelnemen.

  • Ik kan zeggen dat ik verrast, blij, bedroefd of onverschillig ben en daarop reageren als anderen dat zijn.

  • Ik kan aan een gesprek of discussie deelnemen, maar heb soms moeite om precies te zeggen wat ik bedoel.

  • Ik kan over boeken, films, muziek en dergelijke met anderen van gedachten wisselen.

  • Ik kan iets op een andere manier uitdrukken als mijn gesprekspartner mij niet begrijpt.

  • Ik kan iemand vragen om te verduidelijken wat er net gezegd is.

  • Ik kan op een beleefde wijze mijn mening, overtuiging, instemming en afkeur uitdrukken.

  • Ik kan mij in minder voorspelbare situaties in winkels, banken e.d. redden en iets waarover ik ontevreden ben ruilen of mijn beklag doen.

  • Ik kan een kort verhaal, artikel, gesprek of discussie samenvatten en op detailvragen van anderen reageren.

Als je 8 van de 10 dingen kunt, kun je B1 invullen in het talenpaspoort bij spreken.