A2 Spreken

  • Ik kan een gesprek beginnen, gaande houden en afsluiten.

  • Ik kan zeggen wat ik lekker, leuk en fijn vind en wat niet.

  • Ik kan iemand uitnodigen en op uitnodigingen al dan niet ingaan.

  • Ik kan iemand op een beleefde manier begroeten of aanspreken.

  • Ik kan aangeven hoe ik me voel.

  • Ik kan sociale contacten onderhouden, begroeten, afscheid nemen en bedanken.

  • Ik kan deelnemen aan korte gesprekken over onderwerpen die me interesseren in alledaagse situaties.

  • Ik kan met anderen bespreken wat we gaan doen, waar we heen gaan en afspraken maken waar we elkaar ontmoeten.

  • Ik kan zeggen dat ik het ergens mee eens of oneens ben.

  • Ik kan mijn mening geven over praktische zaken wanneer mij dat wordt gevraagd, als iemand mij helpt bij het formuleren van het antwoord.

  • Ik kan in een discussie om aandacht vragen.

  • Ik kan iets kopen of bestellen en naar de prijs vragen.

  • Ik kan vragen stellen en vertellen over vrije tijd en dingen die ik vroeger gedaan heb.

  • Ik kan met behulp van een kaart of plattegrond aanwijzingen geven en vragen.

  • Ik kan met behulp van gebaren duidelijk maken wat ik wil als ik het juiste woord niet kan vinden.

Als je 12 van de 15 dingen kunt, kun je A2 invullen in het talenpaspoort bij spreken.