Wil je een specifieke woordsoort oefenen? Maak hieronder je keuze! Onder elke woordsoort staat een korte beschrijving, zodat je geheugen weer wordt opgefrist:

Taalkundig ontleden algemeen | 1 | 2 |

Lidwoord | 1 |

De, het, een

Zelfstandig naamwoord | 1 |

Hier kun je lidwoorden voor zetten | namen van plaatsen, mensen, etc.

Bijvoeglijk naamwoord | 1 |

Zegt iets over een zelfstandig naamwoord

Hulpwerkwoord | 1 |

Komt alleen voor in zinnen met minimaal twee werkwoorden | verandert als de zin van tijd verandert

Koppelwerkwoord | 1 |

Eén van de negen koppelwerkwoorden | duidt een ‘toestand’/eigenschap aan | zin zegt iets over het onderwerp

Zelfstandig werkwoord | 1 |

Het belangrijkste werkwoord van de zin

Persoonlijk voornaamwoord | 1 |

Duidt altijd een persoon of personen aan | direct te vervangen door naam van persoon/personen

Bezittelijk voornaamwoord | 1 |

Duidt altijd een bezit aan | nooit te vervangen door persoon/personen

Aanwijzend voornaamwoord | 1 |

Staat bijna altijd voor het zelfstandig naamwoord dat wordt aangewezen

Betrekkelijk voornaamwoord | 1 |

Staat altijd achter het woord of de zin waar het op terugslaat

Bepaald hoofdtelwoord | 1 |

Eén, vijf, achttien, anderhalf, honderdduizend, etc.

Onbepaald hoofdtelwoord | 1 |

Enkele, sommige, velen, etc.

Bepaald rangtelwoord | 1 |

Eerste, vijfde, achttiende, honderduizendste, etc.

Onbepaald rangtelwoord | 1 |

Laatste, middelste, zoveelste, etc.

Vragend voornaamwoord

Komt vaak aan het begin van de zin voor als er een vraagteken in de zin staat

Voorzetsel | 1 | 2 |

Duidt vaak een bepaalde locatie aan: op, over, naar, van, met, onder, over, etc.

Bijwoord | 1 |

Duidt plaats of tijd aan | kan iets zeggen over: werkwoord, bijvoeglijk naamwoord, bijwoord | restwoorden

Voegwoord | 1 |

Nevenschikkend: en, maar, want of, noch, doch

Onderschikkend (de rest): omdat, terwijl, doordat, zodat, etc.

Wederkerend voornaamwoord | 1 |

De bedoelde persoon wordt vaak twee keer genoemd: ‘Ik vergis me.’, zich, ons, etc.

Wederkerig voornaamwoord | 1 |

De bedoelde personen worden vaak twee keer genoemd: ‘Wij missen elkaar.’, elkander

Onbepaald voornaamwoord | 1 |

Als niet duidelijk is wie of wat wordt bedoeld: men, alles, iemand, iets

Tussenwerpsel | 1 |

DIt zijn meestal kreten: oei, jeminee, verdorie, ach, zo

Veel van deze taaloefeningen komen van CambiumNed!