Het zelfstandig werkwoord (niet te verwarren met het zelfstandig naamwoord!) is hierboven al een aantal keren voorbijgekomen. Het zelfstandig werkwoord is simpelweg het belangrijkste werkwoord van de zin. Als een zin meer dan één werkwoord heeft, is één daarvan een hulpwerkwoord en de ander een koppelwerkwoord of zelfstandig werkwoord.

Een paar voorbeelden:

“Mijn vader heeft het hek geschilderd.” (‘heeft’ en ‘geschilderd’ zijn de enige twee werkwoorden in deze zin. Vanzelfsprekend is het werkwoord dat verandert als je de zin in een andere tijd zet het hulpwerkwoord, In dit geval is dat ‘heeft’ (verandert in ‘had’). Het werkwoord ‘geschilderd’ kan dus twee dingen zijn: een koppelwerkwoord of een zelfstandig werkwoord. ‘Schilderen’ hoort niet bij één van de negen koppelwerkwoorden, dus is ‘geschilderd’ een zelfstandig werkwoord.)

“Vandaag ben ik erg ziek.” (‘ben’ is het enige werkwoord in deze zin, dus kan het geen hulpwerkwoord zijn, omdat daar minimaal twee werkwoorden voor nodig zijn. De enige twee opties zijn dus: koppelwerkwoord en zelfstandig werkwoord. ‘Ben’ komt van ‘zijn’ en is dus één van de negen koppelwerkwoorden. Als we de drie vragen er op los laten, komen we erachter dat ‘ben’ geen zelfstandig werkwoord is, maar een koppelwerkwoord!

Nu een samengestelde zin:

“Omdat ze bleef zeuren over haar zakgeld, gaf haar moeder haar een vernietigende blik.” (Deze samengestelde zin behandelen we weer in stapjes: eerst voor de komma, dan erna! In het eerste gedeelte staan twee werkwoorden, dus is één daarvan een hulpwerkwoord. Als je e zin in een andere tijd zet, zie je dat ‘bleef’ verandert in ‘blijft’, dus is dat een hulpwerkwoord. Het werkwoord ‘zeuren’ kan nu nog twee dingen zijn: een koppelwerkwoord of een zelfstandig werkwoord. Je ziet al dat ‘zeuren’ niet éénvan de negen koppelwerkwoorden is, dus weet je al dat ‘zeuren’ een zelfstandig werkwoord is.)

Nu de zin na de komma: Het enige werkwoord is hier ‘gaf’. Er staat dus geen hulpwerkwoord in de zin, omdat daar minimaal twee werkwoorden voor nodig zijn. ‘Bleef’ en ‘zeuren’ van de zin voor de komma gelden dus niet! ‘Gaf’ kan dus alleen maar een zelfstandig werkwoord zijn, omdat het niet één van de negen koppelwerkwoorden is en omdat het natuurlijk het belangrijkste werkwoord van de zin is.