Taalkundig ontleden is een vorm van taalbeschouwing. Het is dus een bepaalde manier waarop je naar taal kunt kijken om het Nederlands beter te begrijpen.

Bij het taalkundig ontleden geef je elk apart woordje van een zin een taalkundige naam, de naam van een woordsoort dus. Er zijn nogal wat woordsoorten, dus het beste kun je ze in groepjes onthouden. De woordsoorten van eenzelfde groep hebben onderling vaak met elkaar te maken: ze kunnen in elkaars verlengde liggen, elkaars tegenovergestelde zijn of qua betekenis dicht bij elkaar liggen.

De termen van het taalkundig ontleden en redekundig ontleden worden makkelijk door elkaar gehaald. Als ezelsbruggetje kun je het volgende bedenken: de termen die horen bij het taalkundig ontleden, eindigen bijna altijd op ‘woord’: lidwoord, persoonlijk voornaamwoord, onbepaald telwoord, etc. Alleen ‘voorzetsel’ en ‘tussenwerpsel’ eindigen niet hetzelfde.

Een ander groot verschil met redekundig ontleden, is dat taalkundig ontleden meer om het ‘weten’ gaat dan om het zien van verbanden, zoals bij redekundig ontleden.

Het nadeel van taalkundig ontleden is dus, dat er vrij veel termen bij komt kijken, maar er zijn ook positieve punten: de meeste termen van het taalkundig ontleden kun je vrij letterlijk nemen; de termen zeggen dus eigenlijk meteen waar de term over gaat. Bijvoorbeeld: een persoonlijk voornaamwoord duidt altijd een persoon of personen aan; een vragend voornaamwoord duidt altijd een vraag aan en een telwoord duidt een getal aan. Vaak dus niet echt ingewikkeld.