Als je weet dat er met een bepaalde rang een aantal wordt aangeduid, maar het blijft vaag om hoeveel het nu precies gaat, heb je te maken met een onbepaald rangtelwoord. Voorbeelden hiervan zijn:

middelste, laatste, hoeveelste, zoveelste,

Als iemand namelijk tegen je zegt: ‘Ik ben laatste geworden bij het darten.’, weet je niet hoeveel darters er hebben meegespeeld. ‘Laatste’ kan dan achtste betekenen, maar ook dertigste. Onbepaald rangtelwoord dus!

Een paar voorbeelden. De onbepaalde rangtelwoorden zijn onderstreept:

“De twee laatste liedjes worden gespeeld door Elly en Rikkert.” (‘twee’ is een bepaald hoofdtelwoord.)

“Met als laagste cijfer een acht, is Maartje de beste uit haar klas.” (je zou zeggen dat deze zin bol staat van de onbepaalde hoofdtelwoorden, maar er staat er niet één in deze zin! ‘laagste’ gaat niet om een getal of hoeveelheid en is dus geen telwoord, maar een bijvoeglijk naamwoord | ‘acht’ is een bepaald hoofdtelwoord, dus geen onbepaald rangtelwoord | ‘beste’ gaat ook niet om een getal of hoeveelheid, dus is dit ook geen telwoord, maar in dit geval een bijvoeglijk naamwoord. Het zegt namelijk iets over ‘Maartje’.)

“De portier werd erg chagrijnig, omdat hij na de vijfde avond de zoveelste klacht voor zijn kiezen kreeg.” (‘vijfde’ is een bepaald rangtwoord.)