Als in een bepaalde zin wordt gesproken over een onbepaald aantal en je weet niet precies om hoeveel het gaat, heb je te maken met een onbepaald hoofdtelwoord. Voorbeelden hiervan zijn:

veel, weinig, enkele, meerdere, sommige, zoveel, alle

Een paar voorbeelden. De onbepaalde hoofdtelwoorden zijn onderstreept:

“Iedereen deed mee, maar weinig mensen vonden het leuk.” (‘Iedereen’ gaat om personen en niet om een aantal of hoeveelheid | vergelijk dit eens met ‘weinig’, waarbij het wel om een aantal gaat!)

“Er wordt zoveel gezegd in de wandelgangen.”

“Van de negentig bezoekers vonden veel mensen de voorstelling erg interessant.” (‘negentig’ is een bepaald hoofdtelwoord.)