Misschien is het al duidelijk geworden uit de uitleg van het persoonlijk voornaamwoord, maar het bezittelijk voornaamwoord gaat alleen om bezit. Je kunt een bezittelijk voornaamwoord nooit vervangen door de namen van personen! Een bezittelijk voornaamwoord komt vaak voor in combinatie met een zelfstandig naamwoord: 'mijn fiets', 'jouw verhaal', etc.

De volgende woorden kunnen een bezittelijk voornaamwoord zijn:

mijn, m'n (NOOIT 'me'! Zie ook 'Me, m'n of mijn'), je, jouw, z'n, zijn, d'r, haar, uw, ons, onze, jullie, hun

mijne, jouwe, uwe, zijne, hare, onze, hunne

Een paar voorbeelden. De onderstreepte woorden zijn bezittelijke voornaamwoorden:

"Jouw huis? Dat van ons zul je bedoelen!" ('ons' kun je vervangen door namen van personen en is dus een persoonlijk voornaamwoord, net als bij 'je'.)

"Bedank je moeder maar voor me, omdat ze me zo geholpen heeft." (alleen 'je' is bezittelijk | de rest: 'me', 'ze' 'me' kun je vervangen door personen en zijn dus persoonlijke voornaamwoorden.)

"Wilt u dat ik uw jas aanneem, meneer?" (de jas is van de meneer, dus bezit | 'u' is een persoonlijk voornaamwoord.)

"Wat vind je van de onze? Geef je oordeel eens!" (alleen de eerste, niet-onderstreepte 'je' kun je vervangen door de naam van een persoon, dus is de rest een bezittelijk voornaamwoord.)