Dit zijn de leestekens: apostrof, komma, punt, puntkomma, dubbele punt, aanhalingstekens.

Apostrof

Volgens de Leidraad: géén apostrof bij tweedenaamvals-s in woorden die eindigen op een medeklinker of een stomme e (nu ook bij buitenlandse namen!): Annettes vraag, Aimés antwoord (analoog aan cafés), Argentiniës economie, Kinseys onderzoek.

Gebruik eveneens geen apostrof bij woorden die eindigen op -e, -é, -ee, -eau, -eu, -oe, -ie en klinker plus y. Dit geldt voor zowel meervoudsvormen als genitieven: cafés, lawines, toffees, bureaus, milieus, kangoeroes, jockeys, Renés trui, Annies huis, Tjibbes jas.

Gebruik een apostrof bij afleidingen van letterwoorden of zelfstandig gebruikte letters én bij woorden die eindigen op een medeklinker plus de letter y: AOW’er, IBM’er, ING’er, twee a’s teveel, B.V.’s, VVV’s, B.V.’tje, KVV’ertje, baby’tje.

Omwille van de duidelijkheid kan het verstandig zijn bij bijvoeglijk gebruik (genitief) van buitenlandse (bedrijfs)namen wél een apostrof te gebruiken: Joyce’s Ulysses, Céline’s navrante stijl, Petrochem’s raffinaderij. Pas dit binnen dezelfde tekst wel consequent toe. Dus niet: Shakespeares gedichten en Goethe’s proza.

Komma

Er bestaan twee soorten komma’s (Schrijfwijzer): de grammaticale komma en de leeskomma. De eerste wordt gebruikt om de structuur van de zin te verduidelijken, de tweede om (bij hardop lezen) een leespauze aan te geven. De volgende zinnen uit Schrijfwijzer maken het verschil duidelijk tussen een grammaticale en een leeskomma.

1. Deze folder is bedoeld voor leerplichtige, allochtone meisjes.
2. Sociale indicaties, vooral mogelijke financiële problemen, zullen, aldus de voorzitter, aanleiding geven om af te wijken van het voorgestelde benoemingsbeleid.

De komma in zin 1 is grammaticaal noodzakelijk om duidelijk te maken dat het gaat om meisjes die zowel allochtoon als leerplichtig zijn (twee gelijkwaardige adjectieven). Weglaten van de komma zou tot gevolg hebben dat in deze zin alle allochtone meisjes ook leerplichtig zijn. In zin 2 zijn de komma voor en na aldus de voorzitter grammaticaal niet nodig, maar we horen bij hardop lezen wel een korte rust.

Wanneer een komma?

1. Tussen twee hoofdzinnen zonder voegwoord. (Bij lange zinnen die zelf ook een komma bevatten, is een puntkomma beter.)


2. Alleen tussen hoofdzinnen met nevenschikkend voegwoord (en, maar, want) als de zinnen lang zijn of als de eerste hoofdzin eindigt met een bijstelling. De schoolmeestersregel die zegt dat er voor en nooit een komma mag staan, is onjuist (Schrijfwijzer). Uit het volgende voorbeeld mag blijken waarom: Te koop: een jonge koe, geeft per dag veertien liter melk en een goed vaarskalf.


3. Een hoofdzin binnen een andere hoofdzin staat tussen komma’s. Gedachtestreepjes zijn ook mogelijk.


4. Aan het einde van een bijvoeglijke bijzin.


5. Aan het begin van een uitbreidende bijvoeglijke bijzin.


6. Aan het begin van een beperkende bijvoeglijke bijzin die gescheiden is van het woord waar het bij hoort. Ik heb overal gezocht naar het onderdeel voor deze radio, dat nu al jaren kapot is.


7. Alleen aan het begin van een bijzin als die bijzin erg lang is.

8 .Tussen een bijzin en een hoofdzin.


9. Tussen twee persoonsvormen, tenzij de zin heel kort is.


10. Een bijzin in een bijzin staat tussen komma’s.


11. Een beknopte bijzin staat tussen komma’s.


12. Alleen tussen een beknopte bijzin en een hoofdzin als de bijzin erg lang is of als het werkwoord uit de bijzin naast de persoonsvorm van de hoofdzin komt te staan.


13. Een ondergeschikt zinsdeel staat tussen komma’s. Kunt u, zo mogelijk nog vandaag, uw oordeel geven?


14. Tussen de delen van een opsomming, behalve tussen het voorlaatste en laatste deel (daar komt en te staan). Als de delen van een opsomming lang zijn of zelf weer komma’s bevatten, is een puntkomma verstandiger.


15. Tussen gelijkwaardige bijvoeglijke naamwoorden. Voor het laatste bijvoeglijk naamwoord mag ook en staan in plaats van een komma.


16. Zinsdelen die als nevengeschikt kunnen worden opgevat, komen tussen komma’s te staan. De conferentie in Genève was net op gang gekomen toen op een ander niveau, in een ander land, een tweede toenaderingspoging werd ondernomen.


17. Een bijstelling staat tussen komma’s.


18. Een tussenwerpsel staat tussen komma’s.


19. Een aangesproken persoon staat tussen komma’s.


20. Na de aanhef van een brief.


21. Als decimaalteken.

Wanneer beter een punt zetten?

Een komma behoort in een zin rustpunten van ongeveer gelijke duur aan te duiden. Als een zin vele ongelijksoortige komma’s bevat, is het beter de komma’s die daarvoor in aanmerking komen, te vervangen door puntkomma’s of punten.

Onduidelijk: De lezing was te langdradig, de voorbeelden, en ook de toelichting, waren moeilijk te volgen zonder productkennis, het slot was wel interessant.
Helder: De lezing was te langdradig. De voorbeelden, en ook de toelichting, waren moeilijk te volgen zonder productkennis. Het slot was wel interessant.

Punt

Een punt wordt gebruikt als markering van een zinseinde, in afkortingen en in cijferreeksen (Schrijfwijzer).

Wanneer een punt?

1. Geen punt na een opschrift, titel, kop of adressering.
2. Geen punt na een afkortingspunt.
3. Geen punt na een afsluitend aanhalingsteken van een citaat.
4. Punt na afgekorte woorden.
5. Bij woordgroepen een punt per afgekort woord. Gebruik dus bv. als afkorting van bijvoorbeeld, want bijvoorbeeld is één woord.
6. In bedragen van vijf cijfers of meer om de duizendtallen aan te duiden.
7. In tijdsaanduidingen tussen de uren en de minuten. (De dubbele punt wordt gebruikt als scheiding tussen de minuten en seconden.)

Puntkomma

Een punt geeft een grote scheiding aan, een komma een kleine scheiding, de puntkomma zit er iets tussenin (Schrijfwijzer). Met andere woorden: bij twijfel tussen punt of komma zet u ze allebei.

Wanneer een puntkomma?

1. Wanneer een komma een te kleine en een punt een te grote scheiding is.
2. In opsommingen waarin komma’s verwarring kunnen geven met andere komma’s.

Dubbele punt

De dubbele punt wordt gebruikt om een opsomming te introduceren en voor de aankondiging van een toelichting, verklaring, conclusie of citaat (Schrijfwijzer).

Praktijktips

1. Gebruik niet tweemaal in dezelfde zin een dubbele punt.
2. Na een dubbele punt volgt alleen een hoofdletter bij een citaat of een opsomming in hele zinnen.
3. Na zinsinleiders als In het kort, Kortom, Samengevat, Met andere woorden, Dat wil zeggen, etc. komt een dubbele punt. In lopende tekst is een komma na deze inleiders ook goed te verantwoorden.

Aanhalingstekens

Enkele aanhalingstekens

Voor benadrukking, de zogenaamd-functie, het aanduiden van titels en termen en voor het weergeven van een citaat binnen een citaat (Schrijfwijzer).

Dubbele aanhalingstekens

Voor citaten (Schrijfwijzer).

Aanhalingstekens in combinatie met andere interpunctie

Het combineren van aanhalingstekens voor directe rede met andere interpunctie zoals komma’s en punten kent één basisregel: een complete zin in de directe rede bevat alle interpunctie die een ‘gewone’ zin ook zou bevatten (zinnen 1, 2 en 5). Komma’s die nodig zijn om de directe rede van de indirecte rede te scheiden en niet tot het citaat behoren, worden dus buiten de aanhalingstekens geplaatst (zinnen 3 en 4). De oude elda-regel (eerst leesteken, dan aanhalingsteken) gaat dus lang niet altijd op (Schrijfwijzer). Verder wordt de slotpunt alleen weggelaten als een complete zin in de directe rede wordt gevolgd door indirecte rede (zin 3).

Voorbeelden

1. “De hele samenleving kan straks profiteren van kennismanagement.”
2. Lotus-topman stelt onomwonden: “De hele samenleving kan straks profiteren van kennismanagement.”
3. “De hele samenleving kan straks profiteren van kennismanagement”, aldus de Lotus-topman.
4. “De hele samenleving”, vertelt de Lotus-topman, “kan straks profiteren van kennismanagement.”
5. “De hele samenleving, ook instellingen en particulieren,” laat de Lotus-topman weten, “kan straks profiteren van kennismanagement.”

Zogenaamd- of ‘als zodanig’-functie in woorddelen

Soms is het noodzakelijk om slechts een deel van een woord als zodanig weer te geven, zoals in het bovenstaande kopje. Verbind het woord of de uitdrukking tussen aanhalingstekens altijd met een koppelteken aan het tweede deel van de samenstelling. Dus niet: ‘als zodanig’functie.

Tot slot: gebruik geen aanhalingstekens in combinatie met zogenaamd. Aanhalingstekens drukken die ‘zogenaamdheid’ al uit. (Schrijf in de voorgaande zin dus niet die zogenaamde ‘zogenaamdheid’.)

Opsommingen

Er zijn twee soorten opsommingen: de opsomming binnen een zin en de opsomming die bestaat uit zinnen. Beschouw in het eerste geval de delen van de opsomming als het vervolg van dezelfde zin. Dat betekent: beginnen met onderkast, laatste deel van de opsomming afsluiten met een punt. In het tweede geval is de aankondiging van de opsomming op te vatten als kopje en de delen van de opsomming als zelfstandige zinnen. Deze laatste dienen daarom stuk voor stuk te beginnen met een kapitaal en te worden afgesloten met een punt. Dus:

Opsomming:

- xxxx
- xxxx
- xxxx.

Opsomming

- Xxxx.
- Xxxx.
- Xxxx.

Bron: jagerneyndorff.nl