Het koppelteken wordt in vier situaties toegepast:

1. scheiding van samenstellingen die moeilijk zijn te herkennen: zee-egel

2. scheiding van samenstellingen van een buitenlands en Nederlands woord of begrip: clearing-systeem, client/server-architectuur. Voor ingeburgerde buitenlandse woorden gelden echter dezelfde regels als voor Nederlandse woorden, kortom, aaneenschrijven in samenstellingen (Leidraad): e-mailadres, databasesysteem, managementcursus. Pas als er onduidelijkheid ontstaat, mag een koppelteken worden tussengevoegd: front-office-automatisering. Volledig Engelse samenstellingen schrijft men volgens de Engelse grammaticale regels, dus los: business requirements, board meeting

3. om gelijkwaardigheid van een samenstelling weer te geven: christelijk-historisch

4. in vaste uitdrukkingen om te laten zien dat deze één geheel vormen: mond-op-mond, kant-en-klaar, kruidje-roer-me-niet, doe-het-zelver. Samenstellingen met dergelijke constructies worden als volgt gevormd: mond-op-mondbeademing, kant-en-klaarpakket.

 

 

Wat zijn nu de regels?

1. Gelijkwaardige delen: journalist-cabaretier, rood-wit-blauw, woon-werkverkeer, kop-hals-rompboerderij. Let op: als niet-gelijkwaardige delen worden sinds 2005 niet-verwisselbare naamwoorden beschouwd, zoals fiscaaltechnisch en sociaaldemocratie.

2. Een deel dat zich gedraagt als voor- of nabepaling: Sint-Nicolaas, commissie-Pietersen. Let op: privé en amateur worden sinds 2005 niet langer beschouwd als voorbepaling. Samenstellingen met deze woorden schrijven we voortaan aaneen: privébezit, privéonderwijs, amateurvoetballer.

3. Samengestelde aardrijkskundige namen én hun afleidingen: Oost-Vlaanderen, Oost-Vlaams, Zuidoost-Gronings, Noord-Hollander, Zuid-Frankrijk,Centraal-Aziatisch, on-Hollands, Sovjet-Russisch, trans-Europees, Indo-Germaans.

4. Tussen delen van samenstellingen die eindigen en beginnen met dezelfde klinker: na-apen, mee-eten, zee-egel, toe-eigenen.

5. Bij: niet-, non-, bijna-, oud-, ex-, aspirant-, adjunct-, substituut-, chef-, kandidaat-, interim-, stagiair-, leerling-, assistent-, collega- of meester. Let op: oud- alleen in de betekenis 'voormalig' en meester- alleen in de hiërarchische betekenis. Let op: afleidingen van Griekse of Latijnse oorsprong (co-, de-, extra-, loco-, pre-, pro-, pseudo-, quasi-, re-, semi-, vice-, etc.) worden sinds 2005 behandeld als samenstellingen: coassistent, locoburgemeester, procommunistisch, quasiauthentiek. Bij klinkerbotsing (zie onder) wordt er een koppelteken gebruikt: co-existentie, pre-industrieel, re-integratie.

6. In samenstellingen van letters, letterwoorden, cijfers en een zelfstandig naamwoord: g-sleutel, TT-races, tbc-patiënt, 3-0-overwinning, $-teken, Benelux-conferentie.

 

Klinkerbotsing midden in samenstellingen

Aaneen: ae, ao, ea, eo, ia, io, iu, oa, ua, ue, uo, iji (televisieomroep, videoactie, bakkerijingrediënt). Ter bevordering van de leesbaarheid is het tussenvoegen van een koppelteken in lange klinkergroepen overigens altijd toegestaan: milieu-outillage. Koppelteken ter voorkoming van klinkerbotsing (Leidraad): a-a, a-u, a-i, e-e, e-u, e-i, i-i, i-e, o-o, o-e, o-i, o-u, u-i, u-u, a-ij, i-j, i-ij (kassa-uitdraai, radio-uitzending, na-ijver, plooi-ijzer).

 

 

Als weglatingsteken

Een weglatingsteken wordt gebruikt om aan te duiden dat een woorddeel is weggelaten dat voorkomt in een volgend of voorafgaand woord (Schrijfwijzer). Voor het weglatingsteken gelden twee voorwaarden: 1. het weggelaten deel moet een woorddeel zijn 2. het als gelijkwaardig bedoelde tweede lid moet een woorddeel zijn. Voorbeelden: 1. Hoofd- en zijstraten 2. *Het oude- en nieuwe kabinet 3. 32-bits- en 64-bits-systemen 4. Internetinfrastructuur en -dienstverlening 5. *Lees- en grammaticale komma's 6. Grammaticale en leeskomma's (dus niet: grammaticale- en leeskomma's) Voorbeeld 2 is fout vanwege een overtreding van de eerste regel. Kabinet is immers een woord, geen woorddeel. Volgens Schrijfwijzer is voorbeeld 5 weliswaar gangbaar, maar onjuist. Dat wordt duidelijk aan de hand van de volgende vreemd ogende analogie: ijs- en bruine beren. Kies daarom de volgorde in voorbeeld 6.

 

 

Als gedachtestreepje of aandachtstreepjes

Aandachtstreepjes (langgerekte liggende streepjes, ofwel halve kastlijntjes) hebben een zelfde soort functie als de komma's van een bijstelling of haakjes, met dien verstande dat een uitspraak tussen gedachtestreepjes meer als en passant of als (opmerkelijk) tussenwerpsel is bedoeld. Een bijstelling tussen komma's is meestal bijvoeglijk van aard, terwijl een toevoeging tussen haakjes een toelichting betreft. Het gaat hier overigens om graduele verschillen. Hieronder enkele voorbeelden van het verschil in het gebruik van gedachtestreepjes (zin 1), bijstellingskomma's en haakjes (zin 2). Een gedachtestreepje is een enkel aandachtstreepje. Dit kan onder andere worden gebruikt om een verrassende wending mee weer te geven (zin 3). Voorbeelden: 1. Dat maakt kennismanagement niet alleen sympathiek – het is niet de zoveelste top-down-benadering – maar ook vreselijk moeilijk.

2. Vooral de grafische gebruikersinterface (voornamelijk Windows 95 of zijn robuustere variant Windows NT, beide voorzien van Internet Explorer), geïnstalleerd op multimedia-PC's, stond aan de wieg van de verbanning van de laatste 'domme' terminals naar het museum voor industriële archeologie.

3. De partij won tien zetels – en kwam in de oppositiebanken terecht.

We plaatsen overigens spaties aan beide zijden van het gedachtestreepje. Gebruik aandachtstreepjes niet twee keer in één zin. Dat bevordert de leesbaarheid niet. Als afbreekteken De afbreekregels (Leidraad) 1. Eén tussenmedeklinker gaat bij afbreken naar de volgende regel.

 

2. Bij twee tussenmedeklinkers gaat de tweede naar de volgende regel.

3. Bij meer dan twee tussenmedeklinkers gaan er net zoveel naar de volgende regel als volgens de uitspraak mogelijk is.

Uitzonderingen Breek af tussen de delen van een samenstelling. Breek af na een voorvoegsel. Breek af voor een achtervoegsel dat met een medeklinker begint.

 

Bron: jagerneyndorff.nl