Zwakke werkwoorden veranderen niet van klank als ze van tijd veranderen:

maken/maakte/gemaakt (de aa-klank blijf je altijd horen)

gebeuren/gebeurde/gebeurd (de eu-klank blijf je altijd horen)

vertellen/vertelde/verteld (de è-klank blijf je altijd horen)

antwoorden/antwoordde/geantwoord (de òò-klank blijf je altijd horen

Sterke werkwoorden veranderen wél van klank als ze van tijd veranderen:

worden/werd/geworden

lopen/liep/gelopen

zijn/was/geweest

vinden/vond/gevonden

Om het verschil tussen sterk en zwak te onthouden, gebruikte ik als kind vroeger het ezelsbruggertje ‘De Hulk’. Als de Hulk kwaad wordt, wordt hij namelijk erg sterk en hij verandert dan in een groen monster. Een sterk werkwoord kan dus altijd van klank veranderen.

Bron: thebiz.fancast.com