Accenttekens

De regel

Franse accenttekens worden alleen gebruikt op é, è, ê: comité, coupé, crêpe, fêteren, scène, volière (maar: paté, compote, ragout).

De uitzonderingen

1. vrouwelijke nevenvormen: prostituee, attachee
2. eerste lettergreep met é of medeklinker(s) plus –é: bechamelsaus, etage, rechaud

Accenttekens blijven staan in woorden of uitdrukkingen die nog als zuiver Frans worden aangevoeld: à, dégénéré, déjà vu, tête-á-tête.

Beklemtoning

Bij nadruk alleen accent aigu gebruiken: dé, jé van hét, búíten, ééuwig, voorkómen, vóórkomen, blíjft (indien mogelijk ook op de ‘j’).

Accent grave alleen ten behoeve van de uitspraak: hèhè, blèren.

Accenttekens op het telwoord ‘een’ zijn alleen nodig als daadwerkelijk verwarring dreigt. Schrijf daarom gewoon een als het telwoord onmogelijk als lidwoord kan worden gelezen, dus: een van beiden, een en ander en een van de mooiste.

Bron: jagerneyndorff.nl