In vergelijking met de bijwoordelijke bepaling, is de bijvoeglijke bepaling een stukje eenvoudiger. De bijvoeglijke bepaling heeft dan ook maar één regel:

Een bijvoeglijke bepaling zegt iets van een zelfstandig naamwoord.

Wat waren zelfstandige naamwoorden ook alweer? Antwoord: alle woorden waar je de, het en een voor kunt zetten: het geluk, de honger, het bos, de jongen, de opa, het A4′tje, het getal, etc. Tastbare en ontastbare zaken dus.

Ook zijn zelfstandige naamwoorden alle namen van namen van plaatsen, mensen en bedrijven: Judith, Steven, Peking, Alkmaar, Heineken, Sony, etc.

Een bijvoeglijke bepaling kan uit één woord bestaan, maar ook uit meerdere woorden. In een zin kan een bijvoeglijke bepaling zowel voor als achter het zelfstandige naamwoord staan. Vaak is een bijvoeglijke bepaling en eigenschap van het zelfstandig naamwoord waarover iets gezegd wordt.

Een zeer veel voorkomende fout is het door elkaar halen van de bijvoeglijke en bijwoordelijke bepaling. Er wordt dan met name slordig omgesprongen met het feit of iets van een werkwoord iets zegt, of van een zelfstandig naamwoord. Kijk maar:

“De rechter slaat de hamer slaat hard op het bureau.” (‘hard’ zegt iets over het werkwoord ‘slaan’ en is dus GEEN bijvoeglijke bepaling, maar een bijwoordelijke bepaling!)

“De rechter slaat de hamer op het hardhouten bureau.” (‘hardhouten’ zegt iets over het zelfstandig naamwoord ‘bureau’ en is dus GEEN bijwoordelijke bepaling, maar een bijvoeglijke bepaling!)

Hieronder nog een paar voorbeeldzinnen. De onderstreepte delen zijn bijvoeglijke bepalingen:

“Als ik uit ga, ga ik vaak naar een gezellig café.” (‘gezellig’ zegt iets over ‘café’)

“Deze week was geweldig!” (‘geweldig’ zegt iets over ‘week’)

“Mijn geliefde is mooi, lief, aardig en sociaal.” (deze vier woorden zeggen allemaal iets over ‘Mijn geliefde’)

“Op een klein eiland in de Atlantische Oceaan woont een Zweedse familie.” (‘klein’ zegt iets van ‘eiland’ | ‘in de Atlantische Oceaan’ zegt ook iets over ‘eiland’, want het feit dat dat  eiland in de Atlantische Oceaan ligt is ook een eigenschap van ‘eiland’ | ‘Zweedse’ zegt iets over ‘familie’)

“Die rivier is heel erg lang.” (alleen ‘lang’ zegt iets over ‘de rivier’ | ‘erg’ zegt iets over ‘lang’ en is daarom een bijwoordelijk bepaling; ‘heel’ zegt iets over ‘erg’ en is daarom een bijwoordelijke bepaling).

Bij deze laatste zin is het belangrijk om te beseffen dat alleen ‘lang’ een eigenschap is van de rivier. ‘Heel’ en ‘erg’ zijn nooit eigenschappen. Je zegt namelijk niet: ‘Kijk, die rivier is erg.’, of ‘Jemig, die rivier is heel!’.