De groepen 1 en 2 komen overeen met wat voor 1986 kleuterschool heette en de groepen 3 t/m 8 met de vroegere lagere school. De groepen 3 t/m 8 werden in die tijd aangeduid met klassen 1 t/m 6.

Verder kunnen de acht leerjaren worden onderverdeeld in:

onderbouw (groep 1 en 2, vier t/m zes jaar)

Een belangrijk doel bij de kleuters is het opdoen van ervaring met de grondvormen van bewegen zoals; gaan, lopen, balanceren, springen enzovoorts. Juist op deze leeftijd leren de kinderen heel veel makkelijk aan, onder andere omdat ze weinig angst hebben. Doen ze in deze periode belangrijke evaringen, zoals “over de kop gaan”, niet op dan wordt het op latere leeftijd een stuk moeilijker om andere activiteiten die hiermee te maken hebben aan te leren.

Ook is het belangrijk dat de kinderen leren rekening met elkaar houden en worden de zintuigen en het ruimtebesef geoefend. Kinderen van de laagste groepen, groep 1 en 2 krijgen les in het speellokaal, een kleine gymzaal, met aangepast materiaal en toestellen speciaal voor kleine kinderen. De kinderen leren voornamelijk spelender- en ondekkenderwijs.

middenbouw (groep 3, 4 en 5, zes t/m acht jaar) +

bovenbouw (groep 6, 7 en 8, negen t/m twaalf jaar)

Tijdens de gymlessen op de basisschool komen alle bewegingsvormen naar voren.

Zo kan er aandacht besteedt worden aan spel, turnen, atletiek, stoeispelen of bewegen op muziek. Ook zwemmen hoort bij de lichamelijke opvoeding. Op de basisschool wordt dit echter niet altijd door de gymleraar gegeven. Kijk ook bij het algemeen gymoverzicht voor onderwerpen die in de gymles aan de orde komen. Wat de leerkracht kiest als inhoud van zijn les is zijn persoonlijke keuze. Van de overheid heeft hij wel richtlijnen meegekregen met onderwerpen die sowieso aan de orde moeten komen.

Vaak worden de lessen in een gymzaal of sporthal gegeven, maar als het Hollandse weer het toelaat wordt er buiten gegymd op het plein of een (sport)veld.

In de meeste gevallen zal de leerkracht uitleggen wat de bedoeling is en zullen de leerlingen, alleen of in groepjes/teams of met de de hele klas aan het werk gaan. Het kan ook zijn dat de leerlingen zelf iets moeten verzinnen, of zelf een spel moeten regelen met een coach, scheidsrechter etc. De leerkracht zal dan de veiligheid in de gaten houden, kijken of iedereen goed (samen)werkt en waar nodig aanwijzingen/advies geven.

In sommige gevallen zal er gewerkt worden met kijkwijzers, dit zijn opdrachtkaarten waarop staat wat een leerlingen moet doen. In het basisonderwijs krijgen leerlingen les van een vakleerkracht (iemand die afgestudeerd is aan de Academie van Lichamelijke Opvoeding) en/of van hun groepsleerkracht (afgestudeerd aan de Pabo met bevoegdheid om bewegingsonderwijs te geven).