Taal

Ik houd van taal. Daarom luister ik soms naar rapmuziek. Niet omdat die scene me zo aanstaat, maar omdat ze heel creatief met taal kunnen zijn, die rappers. Best leuk. Ik maak ook taalfouten. Niet veel of vaak, durf ik te beweren, maar ik maak ze wel. Vooral als je stukjes schrijft op het internet ga je onvermijdelijk met de billen bloot. Omdat je dan geen redactie hebt die de stukjes kritisch doorspit. Al maakte ik in ruim drie jaar evenzoveel fouten. Maar goed, ik houd dus van taal. Ik las net een stukje van Jan Wolkers.

“Een oom van mij waarover vroeger werd gesproken als ‘die kwab’ kwam takmager wankelend binnenlopen en stortte zich zo ongebreideld op de vette sausages uit de oliegele blikken van het Amerikaanse leger dat hij na een poos gulzig te hebben zitten schrokken kokhalzend de tuin in moest waar hij een spoor van geknakte worstjes over de stoep trok.”

Schitterend. Die zin is niet geschreven, maar gecomponeerd op een literair thema dat je vanzelf hoort als je zorgvuldig leest. En dat terwijl er vroeger op Jantjes rapport het volgende stond: “Jan is lui en ongehoorzaam. De laatste weken is er enige vooruitgang merkbaar.” Hoe zou Jantje zo’n fijn taalgevoel hebben opgedaan, aangezien de leerkrachten blijkbaar niet van hem onder de indruk waren? Maar waar ik het eigenlijk met u over wil hebben; wat doet u om uw taalgevoel op peil te houden? Lees nog even mee:

Lees verder »

Is Er Een Dokter In De Zaal?

[Ik begin dit stukje met informatie over Janusz Korczak. Omdat ik zijn houding en uitspraken ten opzichte van kinderen zo sterk vind. Niet omdat ik zijn overlijden in een oorlogskamp wil koppelen aan de manier waarop Marja van Bijsterveldt haar werk doet. Kom zeg. Voor dat soort stukjes ga je maar naar GeenStijl. En reacties die hierop zinspelen worden verwijderd.]

Misschien kent u Janusz Korczak, misschien ook niet. Hij was een Poolse kinderarts die een belangrijke rol heeft gespeeld in de vernieuwing van de opvoeding. Rond zijn 35e besloot hij zich te wijden aan de opvang van weeskinderen en droeg hij de organisatie van enkele weeshuizen. In 1942 moesten de kinderen naar het vernietigingskamp Treblinka en alleen Korczak kreeg allerlei vluchtmogelijkheden aangeboden. Hij besloot (in een ordelijke rij en met vlaggetjes) met de kinderen mee te gaan. Slechts enkele van de weeskinderen kwamen er weer uit. Ook Korczak overleed in het kamp.

Korczak omschreef zichzelf als een boom, vol met vogels die om hem heen sprongen.  Ik las Korczaks verhaal toen ik de SPW-opleiding deed en vanaf dat moment wist ik dat iemand die met kinderen ging werken moest zijn als “zo’n oude wijdvertakte eik, vol met vogeltjes die van de ene naar de andere tak springen en maar tsjilpen en tsjilpen.” Het liefst zit ik zo in de klas. Sommige kinderen lossen samen een topografieraadsel op, andere zijn bezig met een rekenvraagstuk. In de leeshoek helpen klasgenoten elkaar met moeilijke woorden en achter de computers wordt druk gezocht naar informatie over de Tweede Kamer. Ik coach de kinderen en houd de vorderingen en registratie goed in de gaten. Als een boom tussen de vogels. Je snapt wat ik bedoel.

Maar dat gaat dus veranderen. Onderwijsminister Marja van Bijsterveldt heeft de scholen betreden, kettingzaag paraat en guns blazing en het duurt niet lang meer of alle takken liggen op de grond en de vogels zitten in hun kooitje. Waarom? Nu. Let op.

Lees verder »

Alle Artikel

Deze berichtje gaat over iets herkenbaars. Het is een fout dat kinderen vaak maken. Trudy werd er ook gek van en schreef een praktijkmap vol met adviezen en werkbladen. Dat map kun je nu kopen. Het kost je wel tachtig euro. Maar met die bedrag dat je kreeg voor de dag van de leraar, kun je dat map kopen. Niet dat ik die ga kopen. Ik ga er liever wat leuks van kopen. Zoals de APK voor mijn auto. Dat is net goedgekeurd. Joepie. Die joepie.

Lees verder »

Verplichte taalcursus peuterleidsters

Vandaag (zaterdag!) was ik op school om mijn klaslokaal opnieuw in te richten. Niet alleen de meubels verschoven, ook de inhoud van de kasten doorgespit en opnieuw ingedeeld. Ja, beste lezers, ik weet het (→ klik). Na afloop vond ik dat ik wel een frietje had verdiend. Een groot frietje. En een broodje groentekroket. Met mayonaise. Ik verdiende telkens meer. En waar kun je zulks beter halen dan bij de caffeteria? Ja, je leest het goed: caffeteria. Zo stond het op het reclamebord. De spelling van Nederlanders gaat zienderogen achteruit. En niet alleen in de caffeteria.

“Bijna één op de drie peuterleidsters in de gemeente Rotterdam zal een taalcursus moeten volgen. Wethouder Leonard Geluk (jeugd, gezin en onderwijs, CDA) is voornemens in totaal ruim honderd van de circa 330 leidsters die werken in de voor- en vroegschoolse educatie (VVE) op cursus te sturen. Uit onderzoek van de Onderwijsinspectie, in april 2008 gepresenteerd, bleek dat 15 procent van alle leidsters de Nederlandse taal onvoldoende beheerst. Daarvoor waren 109 ‘voorscholen’ en 95 ‘vroegscholen’ in Rotterdam bezocht. De inspectie maakte zich zorgen dat sommige van de leidsters de Nederlandse taal „onvoldoende beheersten”.”

Geschrokken door dit nieuws vroeg de redactie van Leerkracht PO de woordvoerder van VVE om een schriftelijke reactie.

“Het nooit onze bedoeling is ons opleidend kind binnen is ontdekte eigen manier. De Nederlandse taal is het kind is uiterst belangrijk, en is onze succor. Wij betreurden wij het personeelslid de Nederlandse taal daarin, studies, brief spreken, en bekwaam correct geen nieuws is. Wij nodigen critici in van ons uit workshop om een ingeblikt voedsel te nemen, zien zij met de ingeblikte voedselhoorzitting en hun oog het niet dit is.”

Waarvan notie.

*’Leidsters peuters Rotterdam op taalles,’ NRC, 21/02/09