Een Lastige Boodschap (“Oi eit in zèn broek keskete!”)


Het is momenteel kerstvakantie en dat stelt ons in de gelegenheid om datgene te bespreken wat al jaren in onze achterhoofden speelt (“
creeping in through the back of your head like some pantomime Dracula – schreef een getalenteerde auteur ooit), maar wat we nimmer bespreken. Of niet nimmer genoeg (als dat linguïstisch correct is, en dat is het niet). Ik neem u mee terug naar het jaar 1988. Yvonne van Gennip wint goud op de 500 meter, Chet Baker lazert uit een Amsterdams hotelraam zijn einde tegemoet, Terence Trent D’Arby doet het goed in de hitlijsten, Batman doet het beter in de filmzaal, Rihanna wordt geboren en kleine Frank Jongbloed staat al twintig minuten in het toilethokje van school, te bevreesd om te gaan zitten op de ondergezeken bril, maar letterlijk te vol van zichzelf om onverrichter zake het riekende hokje weer te verlaten. Hij weet dat zijn schoolgenoten soms op de wc-bril gaan staan om in het hok ernaast te kijken en dat is wat hij vreest dat er zal gebeuren als hij zijn lichaam (dat al een uur alle aandacht opeist door middel van krampen en steken) ontspant en zijn werk laat doen. Hij weet ook dat de toiletruimte een toevluchtsoord is voor de niet-geconcentreerden, de snel-afgeleiden, de rustzoekers, de lopers, de kletsers en de blaasonstekingers. En de kunststof afscheidingen in de schooltoiletten stoppen ruim boven de grond, gaan niet tot aan het plafond (zoals die heerlijke afgesloten privé-ruimte thuis) en laten kieren zien waar je je vingers doorheen kunt steken.

“Gaat het, Frank? Je ziet wat pips,” merkt juf Zand op als de tienjarige jongen vijf minuten later achter zijn rekentoets gaat zitten.  Maar hij hoort haar nauwelijks en kijkt gespannen naar de klok. Nog 1 uur en vierentwintig minuten, dan kan hij tussen de middag naar huis. Daar wacht zijn moeder op hem, met boterhammen en stukgelezen stripboeken, maar daar is vooral, in een rustig hoekje van het huis, geurend naar lavendel, de badkamer.

Wat een drama, hè? Excuses. Komt door al die kerstfilms. Maar toch. Leest u even mee?

Lees verder »

It’s Beginning To Look A Lot Like Krakkemikkig Onderwijs

Zondagmiddag. Het espressoapparaat draait overuren, er sijpelt wat kerstige jazz uit de luidsprekers en de kerstverlichting waarvan ik dacht dat het chique en stijlvol was, heeft mijn woonkamer getransformeerd tot een ontvangstruimte van een kringloopbordeel. Tenminste, hoe ik vermoed dat zo’n ontvangstruimte eruitziet, he? Laten we daar geen misverstanden over hebben. En het Nederlandse basisonderwijs? Ha! Dat scoort goed. Oh, wacht even. Scoort niet zo goed. Nee, moment. Staat stil. Stijgt. Daalt. Zakt in elkaar. Doet het internationaal lekker. Niet zo lekker. Kat en hond, water en vuur.

Huh? Laten we de nieuwsberichten er even bij halen en ons collectief laten attraperen. Ja, dat leest u goed; attraperen. Dat woord ving ik laatst ergens op en het leek me wel geschikt om ergens in deze tekst te plakken. At-tra-pe-ren. Gooit u het morgen vooral eens over de tafel tijdens de koffiepauze en baadt uzelve in de woordenschattige bewondering van uw mede-leerkrachten. Lees maar even mee:

Lees verder »

Een Goed Belegde Boterham

;

We beginnen dit stukje met enkele huishoudelijke mededelingen. Ten eerste heeft mijn site vandaag een make-over gekregen. Dat heb ik niet gedaan hoor, dat werd verzorgd door Wouter. En hij is niet, zoals ik eens schreef, een gepensioneerde zestiger die ergens op een zweterig kantoortje in New Delhi deze site bijhoudt. Nee, Wouter is best jong, en vader, en hier te vinden. En hij doet dus all things computerful rondom Digischool. Dank u, W. De tweede mededeling is dat ik net een halve Tony Chocolonely naar binnen heb zitten nassen op de bank. En nu ben ik een beetje misselijk. En word ik zichtbaar vetter! Laten we maar gauw palaveren over het onderwijsnieuws voordat ik met mijn beuzelachtige kopij nóg meer lezers van mij vervreemd. Het is al moeilijk genoeg om na ruim vier jaar nog steeds stukjes van zo’n excellent niveau af te leveren. Over excellent gesproken, het Ministerie zou toch Nederlandse scholen voorzien van de titel ‘Excellent’? Nou, dat is dus uitgesteld. Blijkbaar zijn die scholen volgens ons Ministerie nog verdomd lastig te vinden. Je wordt bedankt, Ministerietje, HARTSTIKKE BEDANKT! VERDE- *CapsLock uit* Verder nu.

Lees verder »

Tell ‘em Story

Moet een leerkracht per se een goede verhalenverteller zijn? En moet per se per se uit elkaar geschreven worden? De tweede vraag is makkelijker te beantwoorden dan de eerste. Toch zijn er heel wat professionals die behoorlijk moeite hebben met beide vragen. Laat ik de eerste dan anders stellen. Bent u een goede verhalenverteller? En dan heb ik het niet alleen over voorlezen, wat veel te weinig gebeurt in de Nederlandse klaslokalen. Ik heb het over de wijze waarop u de lesstof overbrengt aan de nieuwsgierige jongens en meisjes die elke dag u behoorlijk lang aan moeten horen. U heeft zelf inmiddels meer dan genoeg studiedagen, vergaderingen en cursussen bijgewoond om feilloos het verschil te kennen tussen een inspirerende spreker en iemand die u doet verlangen naar harakiri. De Aborigines (ook wel aboriginals genoemd, of vroeger; austraalnegers, maar daar maak je tegenwoordig geen goede indruk mee – u bent gewaarschuwd) wisten het al:

Grandfather teach me most important lesson of all. Tell 'em story.

En laat ik nu een leuk afstreeplijstje hebben voor de volgende keer als u uw kakement opentrekt tegenover de kudde. Lees maar voor:

Lees verder »

Leerkrachten, Vreescht Niet Langer! YouTube Neemt U Bij De Hand

Ergens in Bestuurland, onder de Papieren Documentenberg, vond ik onlangs een formuliertje waarop stond dat ik voor €20 een bloemetje mocht aanschaffen voor mensen die nieuw in dienst zijn getreden bij ons op school. En laten wij nu net een nieuwe onderwijsassistente hebben. Dat verdient een bloemetje, dacht ik! De bloemenwinkel dacht er anders over. “Dat verdiend een bloemetje!” stond er in guitige kleurtjes op verschillende kaartjes waaruit ik kon kiezen. Eenmaal terug op school (sans kaartje) schreef ik de foute zin op het bord en vroeg aan mijn groep 8 of ze de fout konden ontdekken. Dat konden ze, terwijl ik de zin nog aan het schrijven was.

Iets daarvoor kregen ik en groep 8 een uitnodiging om langs te komen op een middelbare school. “Misschien vind u het leuk om met uw groep te komen kijken.” Welnu, dat vind ik wel, maar u vind dat niet. Groep 8 zag de spelfout ook in de uitnodiging van – laten we zeggen – De Uitnodigingsschool. En omdat ik nu eenmaal een kleinzielige foutegrappenmeester ben, zei ik na afloop van het werkwoordendictee die middag: “Bij drie fouten heb je een onvoldoende, bij meer dan dat ga je automatisch naar de Uitnodigingsschool.” Niemand had die middag een onvoldoende. En dat schrijf ik niet om op te scheppen. U vraagt zich wellicht af waar dit naartoe gaat leiden. Dat weet ik eigenlijk ook niet. Wat ik wel weet zijn 10 lessen die je als leraar kunt leren van de populariteit van YouTube. Lees maar even mee met Terry Heick:

Lees verder »

Wacht Maar Tot Je Zelf Kinderen Hebt

Niet zo heel lang geleden uitte ik in de koffiekamer mijn verbazing over een leerling die zelfstandig via internet de nieuwste peperdure sportschoenen van een bepaald merk had besteld. Erg veel respons kreeg ik niet. Dus zette ik mijn betoog voort en herinnerde de collega’s aan een middenbouwleerling die voor een goed rapport een Blackberry had gekregen. En toen kwam ‘ie hoor, de Grote Discussie Dooddoener, Het Argument Dat Alle Kinderlozen De Mond Dient Te Snoeren: “Wacht maar tot je zelf kinderen hebt.” Als dat zo is, Trouwe Lezer, dan wil deze 34-jarige Kinderloze Schoolmeester nooit een mini-Frankje om zijn benen hebben dralen. Want blijkbaar verander je dan van “een fatsoenlijk opgeleid, redelijk intelligent en bewust mens dat denkt in staat te zijn om een redelijke inschatting te maken van het ouderschap” in een geobsedeerde papa of mama die vanwege frustaties die voortkomen uit eigen jeugd hun kroost sufverwennen met materiële troep.

Of niet? Nee toch? Help me out, here! Hoe dan ook, daarna volgde in de koffiekamer een debat over vroeger en nu. Zijn kinderen en ouders materiëler geworden? Wordt er meer verwend? Zijn kinderen dus ook verwender en gaan ze wellicht minder zorgvuldig om met hun spullen? En scheelt het nu echt zoveel als je zelf kinderen hebt? Wat een vragen! Wat een dilemma’s! Wat ziet het haar van Diederik Samson er toch bizar uit van dichtbij!

Ouders en kinderen. Er staat een leuk Engelstalig stukje hierover op McSweeney’s. Lees maar mee:

Lees verder »

Gedwongen Mobiliteit

Mobieltjes op school. De meeste leerkrachten gaan er anno 2012 een tikkie krampachtig mee om. Dat we in een tijdperk van razendsnelle technologische ontwikkelingen leven hoef ik hier niemand uit te leggen. Hoop ik. (Stiekem weet ik best dat er nog een handjevol juffen en meesters is dat strak de hakken in het zand blijft zetten.) Maar de eerste golven zijn al over ons heen geslagen, dus de meeste leraren weten nu wel hoe ze zich staande moeten houden. En wat ben ik nu voor schijnheilige schoolmeester als ik kinderen nog steeds ten strengste verbied om hun mobiel mee naar school te nemen als mijn eigen broekzak om de vijf minuten piept, trilt, fluit en who-put-the-bomp-in-the-bomp-bah-bomp-bah-bompt? Precies. Een behoorlijk schijnheilige.

Dus heb ik me onlangs verdiept in de manieren waarop je mobieltjes met je leerlingen kunt gebruiken in de klas. En wat blijkt? Daar is nog aardig wat winst te behalen. En denk eens aan de leerlingbetrokkenheid als ze erachter komen dat ze hun mobieltje mogen gebruiken tijdens de les! Nee, het is niet allemaal zonder regels, de kinderen mogen niet tussendoor bellen met mama die dan in de pauze nog even het invulstrookje moet komen inleveren. En ja, de leerlingen van juf Fannie hebben pech. Juf Fannie doet niet aan mobiele telefonie. Juf Fannie denkt nog steeds dat ‘e-mail’ de beschermlaag van gesmolten glas is, aangebracht op voorwerpen van metaal of aardewerk om deze te beschermen, te isoleren of om deze te versieren.

De hoogste tijd voor een masterclass ‘Mobieltjes en schoolbeleid’. Dat is een training, maar ze vragen er €165 euro voor, dus dan noem je het een masterclass. Lees maar even mee:

Lees verder »

Voor Uw Motivatie: De Leerkracht PO Toiletkalenderplaatjes

 

Lees verder »

De Grote Leerkracht PO Absurd Onderwijsnieuwsquiz

Naast koffie, magere kwark en eieren verorber ik op een gemiddelde dag ook grote hoeveelheden onderwijsnieuws. En ik hoef u vast niet te vertellen dat daar een hoop geschreeuw, maar weinig wol bij zit. Men schreeuwt graag, in onderwijsactualiteitland. Vergelijk het maar met een schoolplein waar ook geregeld geroepen, geschreeuwd, gelachen en geklaagd wordt. En ik, Trouwe Lezer, ík ben uw fiere pleinwacht. Ik scheid voor u het kaf van het koren en breng alleen dát ondernieuws naar u, dat écht een pleister verdient. Of zo’n ijszakje in een sjoemelig washandvodje. Hoe dan ook; u begrijpt wat ik bedoel. Of niet. Dat zou ook kunnen. Ik sla nog wel eens op hol met vergelijkingen.

In ieder geval, we gaan een spelletje doen. Het gaat als volgt: Ik schrijf wat absurd onderwijsnieuws op (lees: ik schrijf opmerkelijk onderwijsnieuws op als zijnde iets absurds – omdat dat leuker wegleest) en u moet raden of het écht nieuws is of door mij verzonnen. En als u het allemaal goed geraden heeft, dan wint u ons sjoemelig washandvodje niks. Want onderwijs = geen budget. Klaar voor het spel?! Daar gaan we dan:

Lees verder »

De Wind Die Buiten Door De Bomen Suist

Toen ik elf jaar was, moest ik van de groepsleerkracht tweemaal in de week ‘s ochtends rond negen uur het klaslokaal verlaten om naar het directiekantoortje te gaan. Daar zat dan juffrouw Streep met een groepje ontwikkelingsgelijken en een stapeltje rekenboeken te wachten tot we in een rustig tempo en met veel uitleg de voor ons ingewikkelde opdrachten te lijf konden gaan. Ik kan me nog herinneren dat juffrouw Streep ons meenam naar het schoolplein zodat we daar – in het volle zicht van de klaslokalen! – oppervlaktes gingen opmeten. Wat een gelukssensatie stroomde er toen door mijn elfjarige lichaam. Aan de slag gaan met krijt en bordlinialen terwijl je klasgenoten achter het glas bezig waren met werkboeken en schriften, heimelijke blikken op het speciale rekengroepje werpend. Mezelf kennende zal ik die ochtend wel iets harder gelachen hebben dan ik normaal deed. (Ik was de jongste van vier kinderen en hard lachen en hard huilen was nu eenmaal De Regel om wat aandacht te genereren in het gezin.)

Lees verder »