Toen groep 8 vorig jaar op de drempel van het voortgezet onderwijs stond, enthousiast en een beetje nerveus om het brugklasleven in te stappen, vertrouwde een van de leerlingen mij toe dat hij mij zou missen vanwege mijn voorleesvaardigheden. Opvallend want het jaar ervoor had een meisje mij ongeveer hetzelfde verteld. Toen was er een gastspreker in de klas geweest die de kinderen het verhaal van Laika had voorgelezen, de hond die door de Russen als eerste levend wezen de ruimte in was gelanceerd om een rondje om de aarde te draaien. Toen de gastspreker bij het punt kwam dat het kleine straathondje door stress en oververhitting niet levend was teruggekeerd, kreeg het meisje een brok in haar keel. “Maar,” zo gaf ze aan, “toen u voorlas over de dood van Karel Leeuwenhart moest ik huilen, meester.” Ik bijna ook, dacht ik, maar ik wist het tijdens het lezen te voorkomen door in mijn hand te knijpen. “Ik ben later naar de bieb gegaan om het boek nog een keertje te lezen. Ik hoorde de hele tijd de stemmen die u gebruikte tijdens het voorlezen.”

Ik denk aan het bovenstaande als ik door de gangen van de bibliotheek in mijn woonplaats loop en bij de studieafdeling een meisje van een jaar of tien zie scharrelen tussen de schappen. Wat doet die hier? denk ik, want de kelderverdieping beneden is kleurrijk ingericht als jeugdafdeling. De derde verdieping waar we ons bevinden is in de regel de habitat voor studenten die op zoek zijn naar gratis internet, spinachtige bibliothecaresses die ijverig door bladzijdes laveren en schoolmeesters met een voorkeur voor reisbestemmingen die amper in reisgidsen voorkomen. Ik besluit om wat dichter bij het meisje in de buurt te komen en tussen de schappen door te gluren naar wat ze in haar handen heeft. Het blijkt geen gemakkelijk opgave te zijn, want ze trekt boeken sneller uit de rekken dan Clint Eastwood zijn revolvers uit zijn holsters haalt in die films waar mijn vader zo van houdt. Dan loopt ze naar een medewerker en vraagt met een zachte stem waar ze boeken over Anne Frank kan vinden voor een spreekbeurt. De medewerkster geeft aan dat ze haar moet volgen en terwijl ze langs mij lopen kijkt het meisje mij aan. Ik knik vriendelijk en met een glimlach verdwijnt ze achter de Vaderlandse Geschiedenis.

Als ik het met kinderen over boeken heb, of het nu voorleesboeken, boeken voor een spreekbeurt of alle andere soorten boeken zijn, dan probeer ik de bibliotheek altijd neer te zetten als een Walhalla van Verhalen. Boordevol camouflageavonturen, want je ziet alleen letters en woorden, zinnen en alinea’s. Maar als je je ervoor opent, ontvouwen zich voor je geestesoog de prachtigste vertellingen. En het enige dat je moet doen is een comfortabel en rustig plekje zoeken en beginnen op bladzijde 1. Als de stroom van woorden goed is, word je vanzelf meegevoerd langs schitterende oevers. Ik zie het als dat lukt als ik aan het voorlezen ben in de klas. Dan kijken ze mij niet zomaar aan, maar dan hangt er een glazige blik in hun ogen. Dan zijn ze … elders.

Bibliotheken, bibliotheken op school, voorleesminuten, AVI-niveau’s, toetsen voor technisch lezen; laten we éérst beginnen kinderen de waarde van verhalen te leren. Een goed voorleesverhaal, een oma die een herinnering uit de doeken doet, tijd nemen om naar de verhalen van je kinderen te luisteren en ze te bewonderen, samen een boek uitzoeken vanwege het plezier dat het uitstraalt in plaats van op het technisch leesniveau. Philip Pullman schreef over boeken dat je heel voorzichtig moet zijn met “Je mag niet…” en dat het veel beter is te beginnen met “Er was eens…”. Dus.


Er was eens…

 

Deze column werd geschreven voor de nieuwsbrief van De Bibliotheek Op School en verschijnt eind november op hun site.  

4 Reacties op “Het Walhalla van Verhalen”

  1. Kristel zegt:

    Voorlezen, ik hou er van! Komt toch die glansrol weer om de hoek kijken he?;-) Jammer genoeg zijn alle deelgemeente bibliotheken hier in Rotterdam nagenoeg verdwenen en moeten de kinderen dus naar de stad om een boek te lenen. Maar elke week verschijnt er wel een bibliotheekboek in mijn klas. Steeds meer ouders en dus ook kinderen vinden de weg naar de bieb! 

  2. Frank Jongbloed zegt:

    Dat acteren tijdens het voorlezen, dat doe ik ook heel graag hoor. Vooral de lompe, vieze mensen met een ruwe stem.

    Wij hebben een samenwerkingsverband met de bibliotheek (zie ook de link onderaan). Groep 7/8 heeft biebdienst. Dat gaan we deze week weer even goed opstarten.

  3. Geartsje zegt:

    Oh, ik vind 'm zo heerlijk, die glazige blik. Kinderen die anders bijna niet op hun stoel kunnen blijven zitten, hangen met hun hoofd in hun handen en dat ene kind dat zijn aandacht nauwelijks twee minuten bij zijn werk kan houden, zit gemakkelijk een kwartier ademloos te luisteren.
    En bijna huilen tijdens het voorlezen, dat deed ik ook toen ik nog voor groep 6/7/8 stond. Nu, in groep 3/4/5 heb ik dat veel minder.

  4. Frank Jongbloed zegt:

    Het lastige is, Geartsje, dat ik het al voel aankomen. De sfeer in de klas is om te snijden, het is muisstil, het verhaal stevent op iets onvermijdelijks af en … dan begin ik mezelf af te leiden tijdens het voorlezen, haha.

Reageer


acht + 3 =