Toen groep 8 vorig jaar op de drempel van het voortgezet onderwijs stond, enthousiast en een beetje nerveus om het brugklasleven in te stappen, vertrouwde een van de leerlingen mij toe dat hij mij zou missen vanwege mijn voorleesvaardigheden. Opvallend want het jaar ervoor had een meisje mij ongeveer hetzelfde verteld. Toen was er een gastspreker in de klas geweest die de kinderen het verhaal van Laika had voorgelezen, de hond die door de Russen als eerste levend wezen de ruimte in was gelanceerd om een rondje om de aarde te draaien. Toen de gastspreker bij het punt kwam dat het kleine straathondje door stress en oververhitting niet levend was teruggekeerd, kreeg het meisje een brok in haar keel. “Maar,” zo gaf ze aan, “toen u voorlas over de dood van Karel Leeuwenhart moest ik huilen, meester.” Ik bijna ook, dacht ik, maar ik wist het tijdens het lezen te voorkomen door in mijn hand te knijpen. “Ik ben later naar de bieb gegaan om het boek nog een keertje te lezen. Ik hoorde de hele tijd de stemmen die u gebruikte tijdens het voorlezen.”

Lees verder »